‘Ik mis de getto’s’

Maarten Brouwer was in Nairobi bij de eerste uitzending van Ghetto Radio in Kenia. Hij is een van initiatoren van Ghetto Radio, een radiostation van, voor en door Afrikaanse jongeren. Brouwer (38) woont samen in Amsterdam en heeft twee zonen. ‘Nu gloeit er echt iets van trots.’

Donderdag 31 januari

Ik begin mijn dagboek in de Ghetto Radio productiestudio. Er wordt gebeld, geschreeuwd, gelachen en vooral keihard gewerkt. Zo’n dertig mensen rennen op en neer. Het is 9 uur ’s avonds en het is aardedonker buiten op straat. Dreigend, want opnieuw werd er vandaag een Member of Parliament op straat doodgeschoten en meer gewelddadigheden worden verwacht in Nairobi. Onze correspondenten op straat draaien overuren en worden van minuut tot minuut op de hoogte gehouden over getto’s zoals Dandorra, Kibera en Kayole. Vooralsnog blijft het ‘rustig’, wat heet...

Maar niet in mijn hoofd. Overuren ook daar, want morgen gaan we voor het eerst live shows uitzenden. We zijn nog niet begonnen maar lijken klaar voor het echte werk.

’s Middags belt NRC-correspondent Koert Lindijer me op, over wat wij weten van de situatie op de straat. De redactie belt ondertussen met Abbas Gullet, secretaris-generaal Rode Kruis in Afrika voor zijn mening over de recente ontwikkelingen. Een presentator hangt met een rapper, ‘high on dope’, aan de lijn. We lachen veel en dus is voor ons de toestand in Kenia even ver weg.

Vannacht slaap ik niet, wij draaien met z’n allen door tot de eerste show om 6 uur morgenochtend. Tuko Pamoja! oftewel: Wij zijn 1. In deze strijd ben ik geen blanke man, mzungu, meer. Het is nu of nooit.

Vrijdag 1 februari

„It’s Kabisa with Diana, live at Ghetto Radio 89.5FM.” Om 19.36 uur zit ik in een broeierig Nairobi met mijn Macbook in de uitzendstudio. Live! Vandaag. Iedereen die mij kent weet van het bloed, zweet en de tranen die hieraan vooraf zijn gegaan. Letterlijk. Tegenover mij zit Diana met headphone en uitdagend decolleté haar gasten te teasen. It’s ghetto baiby! Je merkt aan niets dat zij twee maanden geleden nog met holle ogen tegenover me zat, na een multiple rape, direct na werk. „Ach, het was niet de eerste keer.” We hebben haar geld gegeven voor een propere ziekenhuisbehandeling, want de gemiddelde kliniek in Kenia is om te huilen. Het verhaal achter Diana trouwens ook.

Ik zweef inmiddels door de dag. De ‘thrill’ van de eerste uitzendminuut om 06.01 uur was enorm. We ontploften. Het is maar een radioshow, maar na maanden van intensief werk blijkt het een onwerkelijk sterk gevoel op te roepen. Had ik niet kunnen bedenken, twee jaar geleden, toen Ghetto Radio nog niet bestond en ik me na jaren van werken in media, reclame en ondernemerschap voorzichtig in de hoek van de politiek bewoog. Het leven kent onverwachte wendingen.

Zaterdag

Vandaag geen croissantjes, geperste sinaasappels en kranten. Om 7.15 uur was het station een minuut uit de lucht en werd ik mijn bed uitgebeld. Terwijl ik toch echt had gedacht uit te slapen. De schade viel mee. Maar mijn adrenaline was alweer opgepompt.

Vandaag was het schaken op twee borden. Naast het ondersteunen van het radiostation was vandaag ook de inauguratie van het Hip Hop Parliament. Een initiatief van mijn vriend Muki Garang waar we samen ruim een maand aan hebben gewerkt. De locatie is onbeschrijfelijk. Met ruim 70 parlementsleden was ieder gewest van Nairobi vertegenwoordigd. Het is een officiële zitting met veel optredens tussendoor. Uiteindelijk wordt er een declaratie opgesteld van 10 punten waarmee de crème van de Nairobi hiphop-scene een bijdrage levert aan de uitzichtloze politieke en humanitaire situatie in Kenia. Morgen dragen we die voor op het terrein van de Verenigde Naties, onder de vlaggen van de wereld.

En dan komt ook weer gewoon het einde van de dag. Ik tik mijn dagboek, ik kijk naar een hele slechte promo van Geert Wilders op YouTube en ik moet mezelf bekennen dat ik een beetje on top of the world ben. Snel naar huis belllen, waar vier kinderen door elkaar gillen (niet allemaal van mij). In die hectiek vind ik voor even rust.

Zondag

Je zou kunnen denken dat ik hier alleen maar hoogtepunten beleef. We verzamelen om half twee in town, vanuit alle richtingen van Nairobi. De bushalte ziet zwart: iedereen draagt het zwarte shirt van het Hip Hop Parliament, een collectief van circa vijftig parlementsleden.

Op naar de Verenigde Naties. Dit neutrale terrein ten noorden van Nairobi is helemaal leeg op zondag en wordt opengesteld door Rudy van Dijck van Sarakasi. Reuters heeft zijn cameraploeg al draaien. In de plenaire vergaderzaal van de Verenigde Naties dragen we een krachtig statement voor, over de ambitie en mogelijkheden van invloedrijke hiphop-artiesten om vrede te brengen. We krijgen een toezegging dat de declaration kan worden aangeboden aan Kofi Anan.

Maar het zijn niet alleen hoogtepunten. ’s Ochtends in de radio-uitzending van ‘Chanuka Dada’ (Wordt wakker ‘sister’) krijgt een van de presentatoren te horen dat haar oma dood is. Veel tranen, maar de show gaat door. Later die dag horen we van de plotselinge dood van een bekende rapper. De dood is hier ontbijt en dessert. En – dat weet ik inmiddels van alle ervaringen in getto’s – dit is ook het geval zonder de huidige humanitaire crisis. Niemand is verbaasd, maar wel net zo verdrietig als in Nederland. Na zo veel doden weet ik eerlijk gezegd niet meer precies hoe ermee om te gaan: op z’n Keniaans of op z’n Nederlands?

Maandag

Vandaag voel ik dat de extreem lange werktijden inmiddels lichamelijk zijn opgeslagen. Ik word zonder wekker wakker omstreeks 4 uur in de ochtend. Misschien heeft het ook wel te maken met de ijle lucht van Nairobi, op een hoogte van bijna 1700 meter. In ieder geval bevordert het mijn appetite zeker niet, want ik leef op een maaltijd per dag en wat fruit. Nu ben ik normaal al geen grote eter, maar hier leef ik wel heel erg ghetto. Ik neem nog maar een banaan.

De Publieke Omroep van Kenia, KBC, heeft me uitgenodigd om een advies te geven over een herpositionering van de Kiswahili Service. Kiswahili is de nationale taal sinds Kenia’s onafhankelijkheid en is ontleend aan vele tribale talen en wat Arabisch. De radio service van KBC is een dinosaurus in het omroepbestel, want KBC is de enige omroep die de zuivere vorm van deze taal nog promoot. Er zijn nauwelijks nog mensen die het spreken.

KBC is voor mij een paleis van rituelen, waarvan wij westerlingen zo graag geloven dat ze typisch Afrikaans zijn. Alles, werkelijk alles, is stoffig, kapot, ouderwets, bureaucratisch en traag, inclusief de mensen. Voor mij is het een museum van vergane tijden. Geloof me, het Kenia dat ik ken, ontwikkelt zich snel en is modern in zijn denken. Ik kijk naar de televisie en zie op CNN nieuws over Kenia met kapot gehakte lichamen.

Dinsdag

Ik mis de getto’s. Een afschuwelijk decadente gedachte, maar ik mis het geluid van sloffende slippers, handkarren en zacht huilende kinderen. Door de gewelddadigheden is het niet meer mogelijk om zomaar in Mathare of Kibera te lopen. Ik denk dat het metaforisch is voor een steeds sterker gemis van huis, fiets, de Nieuwmarkt, mijn lieve gezin.

Vanochtend zat ik net buiten de studio op een stenen muurtje in de zon. Een beetje getto en niet gevaarlijk. Mambo; Fiti fit; Niaje Niaje; Poa Poa: we groeten elkaar, de straat en ik.

Dit Ghetto Radio-avontuur is een serieuze, uit de hand gelopen grap, bedenk ik me als ik naar het imposante radiogebouw kijk. We begonnen met mijn partner en moeilijke vriend Peter Jansen en hebben binnen twee jaar een organisatie van 38 mensen uit de grond gestampt, met zelfstandig opererende onderdelen en redactieteams in zeven grote Afrikaanse steden. Ik heb altijd gezegd dat ik pas trots kan voelen als het station ook werkelijk draait. Dat is moment is hier en nu. In dat zonnetje in Nairobi voelde ik het heel even, net voordat mijn telefoon ging.

Woensdag 6 februari

Vandaag ben ik dan toch moe. Na ruim twee weken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werken en met het einde van deze ‘ronde’ in zicht overvalt het me ineens.

Er zit een blinde jongen in de gang. Stel je voor: blind zijn in de chaos, hardheid en dreiging van Nairobi. Maar deze jongen, Mbaba, zit hier en wacht geduldig tot hij met iemand kan spreken. Hij heeft Ghetto Radio op zijn radio gehoord, heeft via vrienden achterhaald waar dat station is en heeft zijn weg door de stad gevonden, door de bouwstellingen rondom het station, en wacht nu geduldig tot de Program Director Mwafrika tijd heeft. Hij wil mad respect betuigen. Nu gloeit er echt iets van trots.

Een redactieteam komt terug uit een vluchtelingenkamp voor Kikuyu aan de rand van de stad. Een bedroevende toestand. De hulpverleners hebben in een interview benadrukt dat er een nijpend tekort aan sanitaire middelen is. Komende zondag zal in Chanuka Dada een speciaal item worden gewijd aan de positie van vrouwen in de kampen en zal Ghetto Radio honderd pakken Tampax schenken.

Laat ik zeggen: dit verhaal is nog lang niet afgelopen, het is nog maar net begonnen.