Iedere Keniaan herbepaalt nu zijn identiteit

De crisis in Kenia heeft complexere oorzaken dan stammengeschillen, maar de scheidslijnen tussen de tribale groepen komen er steeds dieper te liggen. ‘Ik blijf nu in Luoland.’

Philip Ochieng glundert. „We hebben ons tenminste twee dagen goed gevoeld.” Ochieng is een plunderaar. Sinds het geweld dat volgde op de omstreden presidentsverkiezingen in Kenia heerste er weken chaos in de westelijke stad Kisumu, bolwerk van de Luo’s en de verliezende presidentskandidaat, Raila Odinga.

Tientallen gebouwen gingen in vlammen op, overheidsinstellingen werden aangevallen en winkels van Kikuyu’s en Indiërs leeggehaald. „Bij ons in de sloppenwijken bezit iedereen nu een mobiele telefoon. En in de krotten staan de nieuwste televisies. Zonder elektriciteit hebben we er weliswaar weinig aan, maar het is prachtig om van de rijken te stelen.”

Kisumu is een wetteloze stad geworden. De schijnbaar gezellige drukte in het stadscentrum slaat in een flits om in een slagveld. „Zodra we weer een omstreden opmerking horen van president Kibaki in de hoofdstad Nairobi, slaan we aan het plunderen”, lacht Ochieng. „Ons volgende doelwit wordt het laatste hotel van een Kikuyu. We zijn een beetje verslaafd geraakt aan gratis winkelen.”

De Indiër Bharat Thakrar kijkt beteuterd naar wat eens zijn coffeeshop en internetcafé was. „Alle computers, de espressomachine, ja zelfs de stopcontacten, alles is weg.” Peter Kamau woont sinds Kenia’s onafhankelijkheid in 1963 in het westelijke Kisumu, hoewel hij net als Kibaki een Kikuyu is en oorspronkelijk uit het midden van het land komt.

Twee weken geleden toen in het 300 kilometer oostelijk gelegen Nakuru Kikuyu’s Luo’s wegjaagden, stonden met machetes zwaaiende Luo’s aan de poort van zijn bedrijf. Hij vluchtte naar het politiebureau en wacht daar nog steeds op een kans te vertrekken. „Ik heb nog nooit zo’n vergif in Kenia gezien”, zucht hij, „als het me lukt om Kisumu te verlaten kom ik hier nooit meer terug.”

Kisumu is goeddeels gezuiverd van Kikuyu’s. Uit het oosten komen hordes Luo’s uit Kikuyugebied aan. Tussen de tenten in een onafgebouwde kerk hangt Nicolas Okotch tegen de preekstoel. Kinderen huilen, een vrouw op de betonvloer spreidt haar benen om te bevallen. „Ik had kippen en geiten op mijn akker bij Nakuru. Ik geniet van hoe de wind daar door mijn maïsveld waait.” Okotch ontving een dreigbrief van Kikuyu’s dat hij moest opdonderen. „Ik blijf nu in Luoland.”

Kenianen worden in rap tempo uit elkaar gedreven; er wordt een nieuwe werkelijkheid geschapen in het land. Iedere Keniaan is bezig zijn identiteit te herbepalen. De middenstanders in de gemêleerde stad of de moderne managers waren hun stamafkomst al bijna vergeten of zagen hun afkomst louter als een culturele verbintenis. Maar ook zij worden nu door de omstandigheden gedwongen partij te kiezen voor en zich te scharen achter hun eigen etnische groep.

De woekerende woede sluit een neutrale houding uit. Hoewel vrijwel iedereen het er over eens is dat de Keniaanse crisis veel complexere oorzaken heeft dan stammengeschillen, komen de xenofobe scheidslijnen tussen de tribale groepen steeds dieper te liggen.

Paul Otieno is een financiële deskundige. „Het is niet fijn wat er in Kisumu gebeurt, maar het schept ook nieuwe mogelijkheden”, zegt hij met een ironisch lachje. „We moeten niet alleen treuren over het vertrek van de Kikuyu’s. Ze verrijkten zich hier. Er bestond een soort discriminatie tegen de Luo’s in het overheidsapparaat. Wij Luo’s kunnen nu hun plaats innemen.” Otieno wil een nieuw Kenia scheppen waar etnische groepen naast elkaar, maar niet door elkaar leven, zoals sinds de onafhankelijkheid in toenemende mate het geval was. „We moeten terug naar af.”

Zijn ideeën zouden enkele maanden geleden door velen als radicaal en ridicuul zijn afgewezen, maar nu worden ze in grote delen van het land in praktijk gebracht. Honderden leraren en studenten in Kenia willen niet meer terug naar leerinstellingen buiten hun stamgebied. Bussen en vrachtauto’s moeten van chauffeur verwisselen in andermans woongebied. Sloppenbewoners delen zich op in tribale wijken. In het grote ziekenhuis van Kisumu is een groot tekort aan medisch personeel ontstaan door het vertrek van Kikuyu’s.

Bernard Obera werkt bij de gemeente van Kisumu in het milieudepartement. Kan het overheidsapparaat functioneren zonder Kikuyu’s? „In wezen bestaat er geen regering meer in Kisumu”, volgt snel zijn antwoord. „Ja, we hebben een probleem na het vertrek van de buitenstaanders, we moeten andere investeerders aantrekken.” Hij toont een glimmende brochure waarin de gemeente het goede investeringklimaat van Kisumu en omstreken aanprijst. Het vruchtbare land, de vis in het Victoriameer, de strategische positie van de stad niet ver van Oeganda en Congo als lokmiddelen. „Maar ja”, zegt hij peinzend, „misschien is dit niet het geschikte moment om mensen te vragen geld in ons gebied te steken.”

De Luo’s hebben besloten dat de Kikuyu’s nooit meer de macht uit handen willen geven. Zij leggen het verleden sinds de onafhankelijkheid uit als een aaneensluiting van bedrog door de Kikuyu’s: Kenia’s eerste president Kenyatta (een Kikuyu) gooide in 1966 Luo-leider Jaramogi Odinga uit de regering en sindsdien zijn de Luo’s politiek en economische gemarginaliseerd. De moorden op de Luo-politici Tom Mboya in 1969 en Robert Ouko in 1990 leverden nieuwe bewijzen voor de Kikuyu-dominantie. Bij de verkiezingen in 2002 voerde de energieke Raila Odinga campagne voor de oude en zieke Kibaki. Hij hielp hem aan de macht maar Kibaki zette hem in 2005 uit zijn kabinet. En nu hebben de Kikuyu’s de verkiezingsoverwinning van Odinga gestolen en schiet de politie protesterende Luo’s dood. Zo luidt de uitleg van de crisis in Kisumu.

Advocaat Isaac Okero verdedigt de nabestaanden van de tientallen inwoners van Kisumu die omkwamen bij het oproer. Volgens bronnen in het ziekenhuis werden de meeste slachtoffers door de politie in hun rug geschoten. „De inwoners van Kisumu zijn woedend, de radicale houding van Raila Odinga is óns radicalisme”, vertelt hij. „Kibaki staat symbool voor de leider van een feodale staat. Als hij verdwijnt, stopt onmiddellijk de wraak tegen de Kikuyu’s.”

Joshua Nyamori is een medewerker van oppositieleider Raila Odinga. Toch trokken honderden criminele jongeren met messen en breekijzers vorige week ook naar zijn woonwijk. „Ik overtuigde ze niet in onze buurt te roven, waarna ze doortrokken naar een andere wijk.” De plaatselijke leiders van de oppositie verloren de controle. „We zijn bijna irrelevant geworden”, gelooft Nyamori. „Jongeren zeggen ook het huis van Odinga af te branden, als hij deelneemt aan een coalitieregering met Kibaki.”

Voor de tienduizenden werklozen in Kisumu is een psychologische grens doorbroken. „Bij de rellen slaagden ze er in de agenten terug te drijven naar hun politiebureaus”, zegt Nyamori. „Ze hebben voor het eerst gezien dat ze het met succes kunnen opnemen tegen de regering. Ik zie niet hoe op korte termijn de rust nog kan terugkeren.”

Meer over de crisis in Kenia: nrc.nl/kenia