Het tumormuizenwelzijnsdagboek

Kankeronderzoekers zijn goed in het genezen van mensenkanker bij muizen. Die mensenkanker wordt opgewekt door een stukje van de mensentumor bij de muis te implanteren. De tumor wordt niet afgestoten zolang we maar muizen met een verzwakt immuunsysteem gebruiken. Worden deze tumoren behandeld met antikankermiddelen dan genezen de muizen meestal volledig. Dat komt, denk ik, doordat het immuunsysteem van de muis wel verzwakt is, maar niet volledig onklaar. Zodra de groei van de getransplanteerde menselijke tumor door chemotherapie afzwakt, neemt het resterende immuunsysteem van de muis zijn kans waar en vernietigt de aangeslagen tumorcellen. Resistent tegen de chemotherapie worden zulke tumoren nooit. Daar krijgen ze gewoon de kans niet voor. Als de therapie maar een beetje werkt, doet de afweer van de muis de rest.

Dit kan verklaren waarom veel nieuwe antikankermiddelen tegenvallen in de kliniek. Denk bijvoorbeeld aan de middelen die de vaatgroei van de tumor remmen. Toen wijlen Judah Folkman daarmee muizentumoren genas, dacht Jim Watson (van Watson en Crick) dat het kankerprobleem nu was opgelost en dat Folkman de Nobelprijs niet kon ontgaan. Wat een misrekening. Vaatgroeiremmende antikankermiddelen hebben tot nu toe maar een bescheiden effect gehad bij de mens en de middelen van Folkman werken zelfs helemaal niet.

Om deze teleurstellingen in te perken, is het nodig om betere diermodellen te ontwikkelen voor kanker bij de mens. Daar begint nu schot in te komen. In het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) zijn muizen genetisch zo gemodificeerd dat ze spontaan tumoren krijgen die als twee druppels water lijken op tumoren bij de mens. De voordelen van zulke tumormodellen voor het uittesten van nieuwe middelen tegen kanker liggen voor de hand.

Nieuwe tumormodellen bij muizen, dat spoort niet helemaal met het overheidsbeleid om de dierproeven terug te dringen. Ook wij dringen terug in NKI-AVL. Waar mogelijk doen wij proeven met gekweekte cellen of zelfs met computersimulaties, maar als puntje bij paaltje komt toch liever proeven met tumoren in muizen dan tumoren in mensen. Niet prettig, tumoren, maar in de natuur is het leven voor muizen ook geen feest. De muis is wel eens beschreven als het snoepje van de week voor iedere middelgrote predator. In het wild worden muizen dan ook niet oud. Ieder moment kunnen ze doorboord worden door de klauw van een uil of de nagels van een kat en een gruwelijke dood sterven. Daarbij vergeleken is het leven in een Nederlands laboratorium paradijselijk. Het is goed van eten en drinken, geen muis komt ooit van de honger om, zoals in de natuur. Wij zorgen ook dat onze dierverblijven vrij blijven van uilen en katten. Zoals de wet voorschrijft, houden wij van iedere muis een welzijnsdagboek bij en geregeld komen inspecteurs van de muizenvolksgezondheid dat dagboek controleren. Uw regering waakt over de muizenvolksgezondheid, misschien zelfs nog intenser dan over de mensenvolksgezondheid.

Het heeft iets paradoxaals dat de overheid muizen als ongedierte beschouwt en er zo’n 50 miljoen per jaar op gruwelijke wijze om het leven laat brengen en tegelijkertijd inspecteurs op pad stuurt om het muizenwelzijnsdagboek in laboratoria te controleren, zodat geen laboratoriummuis (minder dan een half miljoen!) op onprettige wijze aan zijn eind kan komen. Ik zit daar niet mee, met die overheidszorg voor muizen, want wij houden van onze muizen en wij behandelen ze zo goed mogelijk, met of zonder inspectie. Wel is de administratieve belasting van al die welzijnsdagboeken hoog en soms denk ik dat wij in Nederland ons onderzoeksgeld beter zouden kunnen besteden dan aan deze administratieve rompslomp.

De wet op de dierproeven is in de loop der jaren voortdurend aangescherpt. Wie nu nog een proef met een muis zou willen doen, moet niet alleen zorgen dat het welzijnsdagboek goed wordt bijgehouden, maar ook dat in alle andere formulieren de kruisjes in de juiste vakjes staan. Gebeurt dat niet, dan volgt een waarschuwing. Gaat er nog een keer iets mis, dan volgt straf! Dan verdwijnt de baas van ons mooie instituut achter de tralies voor een half jaar, zo staat geschreven.

Is dat normaal om fatsoenlijke kankeronderzoekers met gevangenisstraf te bedreigen vanwege proeven met muizen? Kennelijk wel in Nederland. Onwillekeurig denk ik dan aan de 22 Hells Angels die onlangs vrijuit gingen door een foutje van de officier van justitie. De heren waren verdacht van geweldpleging, bedreiging, afpersing en handel in wapens en drugs, kortom deelname aan een criminele organisatie. Dat is andere koek dan een muisje, waarvan het welzijnsdagboek niet perfect is bijgehouden. Een echte demagoog zou nu schrijven dat de Staat geen geld had voor een competente officier van justitie, omdat het geld was uitgegeven aan het controleren van muizenproeven. Dat gaat te ver, maar de discrepantie tussen de intense zorg voor labmuizen en de achteloze behandeling van Hells Angels is wel wonderlijk.

Dieren hebben het niet gemakkelijk. De vrije natuur is geen pretje: slechte temperatuurregulatie, vaak weinig te eten, geen behandeling bij ziekte, en wie klein is wordt opgegeten. De Partij voor de Dieren gaat daar – hoop ik – iets aan doen. In de bio-industrie is het al beter voor beesten, maar ik geloof ook dat scharrelkippen een leuker leven hebben dan legbatterijkippen. Iedereen aan de scharrelkip, daar ligt ook een mooie taak. Huisdieren zijn meestal goed af, maar ik zou de dieren die verwaarloosd worden niet allemaal de kost willen geven. Ook daar zouden dierenliefhebbers hun energie in kunnen steken. Helaas, helaas, dat is zwaar werk en het is eenvoudiger om in de lekker warme Tweede Kamer, goedbetaald, te pleiten tegen proeven met muizen. En omdat onderzoekers brave burgers zijn, die niemand bedreigen of intimideren, is een dergelijk pleidooi ook zonder risico.

Dat verschil tussen proefdiermuizen en muizen die door kat of buizerd geproefd worden, blijft mij wel achtervolgen. Enigszins gegeneerd moet ik melden dat er ook muizen vrij rondlopen in het NKI-AVL. Die muizen zijn binnengedrongen uit het vrije veld en zij vermenigvuldigen zich buiten kooien op ongewenste plaatsen. Omdat die muizen niet onder de proefdierwet vallen gaan wij ze met alle mogelijke middelen te lijf: gif, vallen, alles wat Onze Lieve Heer en Rentokil hebben bedacht. Muizen zijn echter niet op hun achterhoofd gevallen en zij verschuilen zich boven de plafonds van het oude, niet meer gebruikte ziekenhuis, dat momenteel verbouwd wordt. Dat ziekenhuis is rond 1970 gebouwd en toen is brandwerend asbest onder de vloeren gestopt. Muizen zijn niet bang voor asbest, maar wij wel, zodat we ze niet kunnen achtervolgen als zij zich tussen het asbest verstoppen.

Laatst liep ik ’s avonds door ons ziekenhuisrestaurant toen een late klant mij met verschrikte ogen aankeek en riep: “Daar loopt een muis!” Ik kon het niet ontkennen, maar kon hem wel geruststellen: met het welzijn van de muizen die ’s avonds ons restaurant frequenteren is het meestal prima gesteld.

Zoals vaker in mijn columns, komt mijn kat thuis met een heel dikke muis. Wat een vangst. De muis wordt voorzichtig midden op het grasveld neergezet en bespied. De muis holt, de kat holt sneller. De muis gaat op zijn achterste poten staan en dreigt, de kat is niet geïmponeerd. Sportief laat de kat de muis het rozenperk in vluchten, waar hij minder makkelijk te grijpen is, maar ontkomen doet hij niet. Dan een complicatie: twee eksters dalen neer uit de boom en willen hun deel van de muis. Zij lusten een poes rauw en dansen krijsend om poes en muis heen. Poes dreigt, muis dreigt, de eksters vallen aan. Dan besluit poes de muis toch maar op te eten voor het te laat is en de eksters krijgen de restjes. Ik ben diep dankbaar dat ik geen muis in de vrije natuur ben.