Het Russische gevaar is hard nodig in Europa

Rusland is al Europa’s grootste gasleverancier en de verwachting is dat die rol verder zal groeien. Volgens deskundigen is dat geen reden tot zorg. „Zou jij de relatie met je belangrijkste klant op het spel zetten?”

Jozias van Aartsen Foto Roel Rozenburg DENHAAG:JAN2002 VVD_kamerlid Jozias van Aartsen FOTO TWEEDE CAMERA Tweede Camera

Het Russische staatsbedrijf Gazprom rukt op, Europa in. Het bouwt nieuwe pijpleidingen en ondergrondse opslagplaatsen voor gas. Tegelijk koopt het strategische belangen in het Europese gastransportnetwerk. De afgelopen maanden deed het dat in Bulgarije, Servië en Oostenrijk, eerder al in Duitsland, Nederland en Hongarije. „Rusland krijgt Europa in een wurggreep,” schreef adviesbureau Cap Gemini vorige week alarmerend in een rapport.

Is de angst voor Gazprom en zijn eigenaar, de Russische staat, terecht? Wordt Europa té afhankelijk van Russisch gas? Kan het Kremlin straks Europa naar zijn pijpen laten dansen, onder het dreigement dat het de gaskraan dicht zal draaien? Deze week dreigde het daarmee al in Oekraïne. In 2006 draaide Gazprom de kraan naar dit land ook daadwerkelijk dicht.

Tatiana Romanova, Europa-deskundige van de universiteit van Sint Petersburg, noemt de Europese angst overdreven. „Voor Gazprom is het puur economie. Europa politiseert de zaak enorm.” Ook oud-minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen, tegenwoordig EU-coördinator voor energie, gelooft niet dat het zo’n vaart loopt. „Ik maak me er niet nerveus over”, zegt hij.

Feit is dat Europa’s vraag naar gas groeit en dat de eigen voorraden slinken. Van al het gas dat Europa jaarlijks verbruikt, importeert het nu 50 procent. In 2030 is dat naar schatting 80 procent. De leveranciers zijn nu Noorwegen, Algerije en vooral Rusland. De rol van Rusland zal waarschijnlijk groeien, aangezien het veruit de grootste reserves heeft.

Dat klinkt toch als een toenemende afhankelijkheid? Maar, zegt Romanova, wat Europa niet moet vergeten, is dat de afhankelijkheid twee kanten opwerkt. Gazprom haalt 60 procent van zijn gasinkomsten uit Europa. Die geldstroom is cruciaal voor het concern en voor Rusland.

President Poetin baseert de welvaartsgroei van zijn land voor een groot deel op olie- en gasinkomsten. „Zou jij in zo’n geval de relatie met je belangrijkste klant op het spel zetten?”, vraagt Romanova zich af. Van Aartsen voegt toe: „De relatie met Rusland is altijd goed geweest. Ik zie niet in waarom dat de komende eeuwen anders zal zijn.”

De kern van de Europese angst ligt, volgens Coby van der Linde, hoogleraar geopolitiek en energiemanagement aan de Rijksuniversiteit Groningen, vooral bij de veranderde politieke situatie in de wereld. Door de krapte op de oliemarkten vechten China, India, Amerika en Europa nu om toegang tot olie- en gasbronnen. Energierijke landen als Rusland hebben het voor het uitkiezen. „Amerika en Europa kunnen er moeilijk aan wennen dat ze niet meer aan het stuur zitten”, zegt Van der Linde.

Ook zijn Europa en Rusland in botsing gekomen over de inrichting van hun gas- en elektriciteitsmarkten. Europa liberaliseert die sinds 2000. Bedrijven moeten gelijke toegang tot de netwerken hebben en consumenten kunnen uit diverse leveranciers kiezen. Die regels legde Brussel bijvoorbeeld op aan de tien landen die in 2004 tot de EU toetraden. Datzelfde dacht Brussel te kunnen doen met Rusland. Maar niet dus. Gazprom heeft een monopolie op het netwerk en de gasexport en is niet van plan dat uit handen te geven. De inkomsten daaruit zijn te belangrijk voor de economische wederopbouw van Rusland.

Die botsing zorgde al voor onderlinge wrevel, maar de relatie tussen de twee grootmachten verslechterde verder nadat Gazprom op 1 januari 2006 de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide. Ook Europa had daar last van. Daarna waren er telkens incidenten die het wantrouwen aanwakkerden, bijvoorbeeld de moorden op journaliste Anna Politkovskaja en ex-KGB-agent Aleksandr Litvinenko.

Volgens energiedeskundige Jonathan Stern is het Oekraïne-incident totaal verkeerd uitgelegd. Volgens critici zou Gazprom Oekraïne willen straffen voor zijn nieuwe oriëntatie richting Europa en de NAVO, en weg van Rusland. Maar volgens Stern was Gazprom gewoon bezig de gasprijzen voor de voormalige Sovjetstaten te verhogen. Iets waar de EU nota bene op had aangedrongen. Maar Oekraïne verzette zich ertegen. Gazprom probeerde dat verzet te breken. Dat Europese landen zoals Italië, Polen en Oostenrijk in de maanden februari en maart te weinig gas kregen, kwam vooral doordat Oekraïne meer gas aftapte dan was toegestaan. Het waren extreem koude maanden.

Wat Gazprom nu doet in Europa is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt volkomen logisch, vindt Van der Linde. De twee pijpleidingen die het concern bouwt zouden volgens critici bedoeld zijn om de greep op Europa te versterken. Maar Europa heeft zelf altijd gevraagd om extra pijpleidingen, bij voorkeur buiten Oekraïne om. Door dat land loopt nu 80 procent van het gas dat Gazprom exporteert naar Europa. „Dat is pas afhankelijkheid”, zegt Van der Linde.

Ook het feit dat Gazprom belangen koopt in Europese infrastructuur is volgens Van der Linde vanuit economisch oogpunt logisch. De gasketen is opgebouwd uit onderdelen: productie, transport, levering en daaromheen allerlei diensten. Voor elk onderdeel betaalt de eindgebruiker. Gazprom wil niet alleen de productie doen, maar ook geld verdienen op het transport. Daarom ontwikkelt het ook diensten, zoals de opslag van gas. En daarom wil het ook gas en elektriciteit direct aan de klant gaan leveren. Liefst in Groot-Brittannië en Frankrijk, zoals het vorige week bekendmaakte. Als Gazprom in de hele keten een positie heeft, is de kans ook groter dat het zijn gas kan afzetten op de Europese markt.

Economisch of niet, in een reactie op de incidenten van 2006 zou het volgens Stern weleens kunnen zijn dat Europa een limiet gaat stellen aan de import van Russisch gas. De vraag is of dat nodig is. De mogelijkheid bestaat dat Gazprom, ondanks de aanleg van de nieuwe pijpleidingen, niet in staat is om de toevoer fors te verhogen.

Voor een deel komt dat door achterblijvende investeringen in de infrastructuur. Het Oekraïense deel van het netwerk is dertig jaar oud en verkeert in slechte omstandigheden. Als dit niet wordt hersteld, zal een groot deel van de extra capaciteit door de nieuwe pijpleidingen teniet worden gedaan door het wegvallen van Oekraïense capaciteit. Gazprom heeft door hetzelfde gebrek aan investeringen in de gasvelden moeite om de productie te verhogen.

Dan is er de wens van Gazprom om te diversifiëren naar Azië: er liggen plannen klaar voor nieuwe pijpleidingen. En nu de Russische economie hard groeit, neemt ook de gasvraag op de binnenlandse markt snel toe. Rusland is bezig zijn huishoudens op het gasnet aan te sluiten, zoals Nederland dat in de jaren zestig heeft gedaan. Bovendien voert het Kremlin ook op de eigen markt prijsverhogingen door. Volgens Van der Linde zouden de Russische consumenten over een paar jaar wel eens kunnen gaan concurreren met de Europese.

Als Gazprom zijn geld in eigen land kan verdienen, waarom zou het dan nog dure pijpleidingen naar Europa leggen? Energiedeskundige Cyril Widdershoven van Cap Gemini schat dat deze situatie zich in 2011 of 2012 zal voordoen. „Toevallig zijn dan ook de verkiezingen in Rusland. Dan weet je wel waar het gas naartoe gaat.”

Uit de prognoses van Gazprom blijkt dat het bedrijf zijn export naar Europa fors verwacht uit te breiden. Van 200 miljard kubieke meter (inclusief Oost-Europese landen) vorig jaar naar 250 tot 265 miljard kubieke meter in 2010. Maar Stern verwacht dat Gazprom voorlopig niet boven 215 miljard kubieke meter uitkomt, vooral door het uitvallen van oude pijpleidingen in Oekraïne.

Toch probeert Europa zijn afhankelijkheid van Russische energie te verkleinen. Brussel stimuleert de bouw van terminals die vloeibaar gas (liquified natural gas LNG) kunnen opslaan dat wordt aangevoerd vanuit Noord-Afrika. En er is het Nabucco-project: een door de EU gesteund plan voor de aanleg van een pijplijn die gas vervoert vanuit het Kaspische Zeegebied via Turkije, en Russisch grondgebied mijdt (zie kader).

Een andere optie voor Europa is kernenergie. Groot-Brittannië kondigde onlangs aan om nieuwe centrales te laten bouwen. Daarvoor al besloten Nederland, Frankrijk en Zwitserland de looptijd van de bestaande centrales te verlengen. In Duitsland besloot de regering in 2000 kernenergie op de lange termijn uit te faseren. Inmiddels is de discussie weer opgelaaid en is die zelfs een belangrijk onderwerp bij de komende verkiezingen.

Europa zet ook zwaar in op alternatieve brandstoffen. In 2020 moet 20 procent van alle opgewekte energie uit duurzame bronnen (biomassa, wind, waterkracht, zon) komen. En ook steenkool is nog in de race. Als Europa tenminste de hoge uitstoot van het broeikasgas CO2 hierbij onder de knie krijgt. Brussel wil voor 2015 twaalf proefprojecten hebben lopen voor het opvangen en ondergronds opslaan van het gas. Als dat lukt, blijven kolen een goede optie. Daarvan zijn er de komende eeuwen nog genoeg. En een groot deel daarvan ligt buiten Rusland.

Breaking views: pagina 29