Hallo, het is 2008

Na elk onverwacht kijkcijferrecord, na iedere nieuwe media-explosie, dringen commentatoren zich naar voren om te duiden: wat zegt dit nu weer over Nederland, over de media, over de hedendaagse burger? Wat zegt het over ons? Rapporten worden aangehaald, studies aangeroepen, er wordt een natte vinger opgestoken. Serieuze media worden niet geacht mee te gaan met de hype, het is immers hun taak om - ja, maar de hype is onweerstaanbaar. Daarbij heeft niemand zijn hoofd bij iets anders, dus vergeet Afghanistan, Iran en de opwarming van de aarde. Belangrijker vragen dringen zich op: gaat Wilders op de Koran spugen of verscheurt hij ’m? Kunnen de boeren van Nederland zich herkennen in het klunzige paargedrag van hun soortgenoten in de kijkcijferknaller van de KRO? En waar heeft Joran van der Sloot zijn sportschoenen verstopt?
En ik geef het toe, het is ook voer voor sociologen. Boer zoekt vrouw, het Koranfilmpje van Wilders, de clandestiene tapes van Peter R. en straks als toetje nog even de omstreden uitzending van Deep Throat - leg ze naast elkaar en heel het huidige Nederland openbaart zich aan je: een sentimentele hang naar de landelijke idylle, een hatelijke obsessie met de islam, getouwtrek over de publieke moraal en een verbeten bewondering voor de brutale burger die justitie in zijn hemd zet. Alle worstelingen en preoccupaties die ons de afgelopen jaren uit onze slaap hebben gehouden, vinden we nu terug op televisie, in uitzendingen die door miljoenen worden bekeken. Er loopt een dikke rode draad van Geert Maks Hoe God verdween uit Jorwerd naar de boerenshow van de KRO, van de islamkritiek van De Winter, Ellian c.s. naar de mediagenieke koranhaat van Wilders, en ook van recente beschouwingen over gemeenschap en moraal naar de ophef rond een avondje archeologische porno op televisie. En alle discussies van de afgelopen jaren over de ontketende burger en de falende instituties leiden naar de autoritjes met verborgen camera van de idealistische lokcrimineel Patrick van der Eem, die - dat is het mooie van reality-tv - tegenover  Peter R. net zo’n slaafs bewonderende houding aan de dag legt als Joran van de Sloot ten opzichte van hem.
Het is allemaal serieus - en het is allemaal vermaak. Niemand die echt verwacht dat de film van Wilders inhoudelijk nieuwe gezichtspunten gaat opleveren, maar hij heeft er een spannend spel van gemaakt, een soort Deal or no Deal: hier is een doos en niemand weet wat erin zit. Wanneer je dat spelelement achterwege laat, zoals vorige week gebeurde in het interview dat Wilders gaf voor het journaal van het Britse Channel 4, blijft er een nogal armetierig, verongelijkt mannetje over, pijnlijk verstoken van de glamour van zijn Hollandse context. Achter het dromerige realisme van koeien in de wei en kuipjes margarine op de keukentafel gaan in ‘Boer zoekt vrouw’ wel degelijk de harde wetten van een datingprogramma schuil. De onbedorven naïviteit van de boeren, echte Hollandse nobele wilden zijn het, staat in een context van manipulatie en berekening; het lijkt alsof de boeren vrije individuen zijn, maar ze zitten in de Gouden Kooi. Peter R. maakte van zijn programma over de zaak Natalee Holloway ook een tergende kroniek van een aangekondigde onthulling. De volkscommotie was nog vele malen groter dan bij het aangekondigde filmpje van Wilders.
Alles moet spannend gemaakt worden. Toen John de Mol jr.  in 1999 een revolutie in het realitygenre ontketende met Big Brother, was er veel lof voor de manier waarop hij de klassieke wetten van de spelshow op de werkelijkheid losliet, in dit geval op de geïsoleerde bewoners van een speciaal gebouwde studiowoning. Verblind door zijn megasucces miste De Mol de volgende stap van zijn eigen revolutie; hij bleef het maar zoeken in de formule van een groepje mensen in een huis en trakteerde ons op een eindeloze reeks zouteloze derivaten, met het trieste debacle van De Gouden Kooi als eindstation. Maar de revolutie ging ook zonder hem gewoon door. Heel Nederland veranderde in een Big Brother huis.
De spelregels van de realityshow zijn nu maatschappelijke spelregels geworden. Wie aandacht voor iets wil krijgen, moet er eerst even een spelletje van maken, met spanningverhogende elementen - nominaties, afvalrondes, sms-stemmingen en vooral veel cliffhangers. In de discussies over de hypes van de afgelopen weken wordt zo nu en dan nog steeds verwijtend naar de media gewezen, alsof die keer op keer een heel volk gek weten te maken. Maar vergeten wordt dat we zelf allemaal allang media zijn geworden, met onze mobieltjes en megapixels en wifi. We hoeven helemaal niet dag en nacht door het oog van de observatiecamera gevolgd te worden. Dat doen we zelf wel. Inmiddels zijn media en werkelijkheid volledig met elkaar versmolten geraakt - het zou me niet verbazen wanneer mijn dagelijkse bestaan binnenkort wordt onderbroken voor een reclameblok.
Geen wonder dat Joran van der Sloot helemaal niet verontwaardigd lijkt door de verborgen camera’s van zijn pokervriend - hij had immers hetzelfde kunnen doen. Geen wonder dat Peter R., toen hij er een paar jaar geleden over dacht om de politiek in te gaan, het Nederlandse volk een populariteitsquotum van veertig procent oplegde; toen dat niet gehaald werd, stopte hij al zijn overtuigingen, plannen en idealen gewoon weer in een la.
De gretigheid waarmee hier van serieuze kwesties een spelletje wordt gemaakt, moet te denken geven. Er is meer verveling dan woede in dit land. Toen deze week hier en daar voorzichtig bezorgd werd gereageerd op de volkswoede tegen Van der Sloot die ontstond na de uitzending van De Vries en het woord volksgericht werd gebruikt, haalde mediadeskundige Bert van der Veer voor de Volkskrant heel even zijn pijp uit zijn mond: „Volksgericht? Hallo, het is 2008.’’
Ik moet bekennen dat ik, toen ik de groepjes Friese jongeren die op jacht waren naar de twintigjarige verdachte die niet eens van moord beschuldigd was, eerst even dacht dat het 1672 was. Maar Van der Veer heeft gelijk. Het is 2008. Al die woedende boerenzonen uit Drachten gaan over een paar jaar via de KRO gewoon op zoek naar een vrouw. Hun woede is helemaal geen volksgericht. Het is veel erger. Hun woede betekent niets.