Grijze eekhoorns misleiden dieven door te doen alsof

Grijze eekhoorns beheersen de kunst van het bedrog. Ze doen vaak net alsof ze een voedselvoorraadje aanleggen, vooral wanneer ze door potentiële voedselconcurrenten worden gadegeslagen. Meer in het verborgene begraven ze hun voedsel voor later gebruik pas echt. Dat hebben Amerikaanse biologen van de Wikes University in Philadelphia vastgelegd (Animal Behaviour, online januari).

Hiermee zijn grijze eekhoorns de eerste knaagdieren die officieel knap bedrog beheersen, en mogelijk zelfs een basale ‘theory of mind’ – het zich verplaatsen in de kennis en de motivaties van anderen. Onverwacht scoren ze daarmee hoog op de schaal van dierlijke cognitie, en benaderen hier het niveau van de al erkende intelligentsia onder de voedselverstoppers en voorraadplunderaars: raven.

Grijze eekhoorns (Sciurus carolinensis) verstoppen duurzame voeding als noten en eikels voor magere tijden of momenten van meer trek. Hun verspreide persoonlijke voorraadjes spreken ze een paar dagen later of desnoods pas maanden later weer aan. Bij het terugvinden ervan speelt het geheugen een grote rol.

De Amerikanen legden vast hoe de dieren regelmatig alleen maar de bewegingen maakten die horen bij ijverig voedsel opslaan: een klein gat graven, het zogenaamd hierin schuiven van de mondvoorraad, en die weer toedekken met aarde en losse bladeren. In aanwezigheid van soortgenoten doen ze dit duidelijk vaker. Tot zo’n twintig procent van alle voedselverstopvertoningen is dan pure fake.

De wilde eekhoorns leerden ook de intenties van mensen te begrijpen. Nadat het onderzoeksteam zich een tijdje op plundering van de nieuwe voorraden had toegelegd, gingen de dieren ook in aanwezigheid van mensen steeds vaker acteren. Ze hadden succes: ingehuurde studenten met ervaring lieten zich vaak genoeg in de luren leggen.

Dit experimentele onderzoek in het wild is wetenschappelijk nieuw. Maar over bijvoorbeeld onze eigen rode eekhoorns, die nogal eens in parken worden gevoerd, waren er al wel vergelijkbare anekdotische verhalen. Een in een druk park aangereikte noot begraven ze meermalen zogenaamd voordat ze dat werkelijk doen, iets meer uit het oog van het publiek. Niet zo zeer uit vrees voor mensen maar uit vrees voor de speurijver van soortgenoten en ook die van kraaien en raven.

Frans van der Helm