Europese hof buigt zich over gokwet

De Raad van State wil advies van het Europese Hof van Justitie over de Nederlandse gokwet. Het is voor het eerst dat de hoogste bestuursrechter vragen stelt aan het EU-hof over dit slepende dossier. Dat heeft een woordvoerder van de Raad van State gisteren bevestigd.

„Dit is een kleine revolutie”, zegt advocaat Justin Franssen. Hij vertegenwoordigt Betfair, een Brits wedkantoor dat nu bij de Raad van State procedeert tegen de Nederlandse staat. Het bedrijf wil toegang tot Nederlandse markt, maar krijgt geen vergunning. „In zo’n twintig zaken heeft de Raad van State een verzoek voor prejudiciële vragen afgewezen”, aldus Franssen.

In eerdere zaken oordeelde de Raad van State dat de Nederlandse gokwet niet in strijd is met Europese vestiging- en concurrentieregels. Om gokverslaving en criminaliteit te voorkomen, hebben alleen Holland Casino en de Lotto een vergunning om kansspelen aan te bieden.

De gokbedrijven stellen dat Nederland de staatsmonopolies beschermt om een inkomstenbron veilig te stellen. „Het lijkt er op dat de Raad van State ernstige bedenkingen heeft”, meent Franssen. „De rechters twijfelen aan de houdbaarheid van de kansspelwet.”

De Raad van State wil nu weten of het Nederlandse gokmonopolie, met automatische verlenging en uitsluiting van andere aanbieders, een proportioneel middel is om gokverslaving en criminaliteit te bestrijden. Ook vragen de rechters of een gokbedrijf met een vergunning in het ene EU-land mag worden geweigerd in een andere lidstaat.

Betfair, de Nederlandse Staat en andere betrokken partijen krijgen vier weken om de vragen aan te vullen. Dan gaat de Raad van State een definitieve vragenlijst opstellen. Dit kan twee maanden duren. Als de EU-rechters hebben geantwoord, is het aan de Raad van State om dit te betrekken in het vonnis.

Eurocommissaris McCreevy (Interne Markt) is al geruime tijd bezig met een onderzoek naar de vraag of de gokwet in strijd is met Europese regels. Naar verwachting komt hij eind deze maand met zijn conclusies.