Erotisch werk botst op taboes Z-Afrika

Het is dertig jaar geleden dat Marlene Dumas uit Zuid-Afrika vertrok. Nu is ze terug met een opvallende expositie in Johannesburg. „Ik vind het aards, recht voor zijn raap.”

Wie is Zuid-Afrika’s bekendste kunstenaar, wil de gepensioneerde rechter Albie Sachs zijn bezoek nog wel eens vragen, tijdens zijn rondleidingen door de oude apartheidsgevangenissen op Constitutional Hill in Johannesburg. De zwarte stadskunst van Gerard Sekoto wordt dan soms genoemd. Wie wel eens wat leest, kent de namen van William Kentridge of Dumile Feni.

„Een van haar schilderijen verkocht voor meer dan 3,4 miljoen dollar op een veiling in New York”, probeert de rechter dan, wetend dat Zuid-Afrikanen hun oren spitsen als het over geld gaat. Maar ook al is ze een van de best betaalde kunstschilderessen ter wereld, de naam van Marlene Dumas ligt bij weinig Zuid-Afrikanen op de lippen.

Ze is te lang weg geweest uit haar geboorteland. Twaalf jaar geleden exposeerde ze hier voor het laatst. Te werelds geworden. Te veel van Nederland misschien, waar ze sinds 1976 woont. „Wat fantastisch dat u allemaal gekomen bent voor een Nederlandse kunstenaar”, grapte staatssecretaris Frans Timmermans (Internationaal Cultuurbeleid, PvdA) die dinsdagavond samen met Albie Sachs Dumas’ tentoonstelling Intimate Relations in Johannesburg opende. Maar de waarheid wordt wel vaker in grappen verpakt.

De deels door Dumas zelf samengestelde expositie was hier voor in Kaapstad te zien, vlakbij haar geboorteplaats Kuilsrivier. Zuid-Afrikaanse recensenten noemen haar werk „onweerlegbaar en adembenemend erotisch”. De bezoekers van de tentoonstelling worden op grote reclameborden in het centrum van Johannesburg gewaarschuwd dat de tentoonstelling je dwingt „vragen te stellen”. Daar schrikken Zuid-Afrikanen van. „Alsof de adverteerders nog leden aan de kater van de calvinistische zeventiger jaren of op de knieën gaan voor het conservatisme van Afrikaanse traditionalisten, alsof ze bang zijn te worden gerapporteerd”, schreef The Times de dag na de opening.

Dumas verbergt niets. Ze vraagt de bezoekers even te stil te staan bij de bilnaad en genitaliën van Dororthy D-lite, die je voorovergebogen met open ogen aankijkt van achter haar lange benen. „De focus van zoveel lust en taboe, verrukkelijk – en humoristisch – geaccentueerd met een pennenstreek van goud”, staat in de catalogus.

Dumas schildert een zwarte vrouw bovenop een man, haar borsten bungelen in zijn gezicht. Zij is de baas. Hiërarchie heet dat schilderij waarin de vrije geest van Amsterdam botst met de seksuele taboes van Afrika. Daar schrikken Zuid-Afrikanen van, dat weet Dumas zelf ook wel. Haar moeder die een maand voor de opening van de expositie overleed, waarschuwde haar er voor. „Toen ik bezig was met al die naakte modellen zei ze: ‘Marlene ik weet dat je het zo niet bedoelt. Maar dit is Zuid-Afrika. De mensen houden daar niet van, ze gaan het misschien verkeerd begrijpen. Waarom ga je niet opnieuw aan de slag met je eerdere meer filosofische thema’s?’”

Zo preuts is Zuid-Afrika nu ook niet meer. De tijd dat leiders als Nelson Mandela weigerden over aids te spreken wegens het sekstaboe in de Afrikaanse samenleving is voorbij. De billboards rammen de boodschap van veilig vrijen zelfs in de conservatiefste uithoeken van het land erin. Nu lopen er jonge scholieren van de PJ Simelane Hogeschool uit Soweto langs de doeken van Dumas, en zegt de zeventien jaar oude Zama: „Ik vind het interessant hoe ze met kleuren werkt. Wie zou een mensenhuid ooit zo durven schilderen?”

Dumas wordt geroemd voor haar eerlijke en intieme stijl. Schilderijen gemaakt op basis van foto’s, van mensen die iedereen kent en herkent. De minnaar, het buurmeisje, je grootmoeder. Sommige bezoekers noemen haar daarom „aards, recht voor zijn raap”, zoals Kim Holmes, die Dumas tot nu alleen op buitenlandse tentoonstellingen zag. „Ik zie in haar een echte Afrikaner, die voeling heeft met de geboortegrond, oog heeft voor de mensen om haar heen.” Dumas verheft portretten van haar eigen familie tot kunst.

De Nederlandse staatssecretaris ziet in Dumas vooral een les voor Nederland. Timmermans blijft lang stilstaan voor de portrettenreeks van The next generation, 1994-1995. Het zijn de gezichten van de jonge Zuid-Afrikaanse schooljeugd, die opgroeien na het einde van de apartheid. Het zijn stuk voor stuk gezichten vol intense gevoelens, maar zonder kleur. „In Nederland spreken we voortdurend oer de multiculturele samenleving. Wie is er voor. Wie is er tegen. We zouden veel kunnen winnen door te kijken wat er hier in Zuid-Afrika gebeurt. Dumas leert ons naar de mens te kijken, zonder opsmuk, zonder mooier te maken. Ik ben trots op haar. Ik hoop dat dit ook voor de rest van Nederland geldt.”

Informatie over expositie: standardbankgallery.co.za