Enthousiasme voor Pijbes in ‘Rijks’

De ‘buren’ zijn opgetogen over de benoeming van Wim Pijbes als directeur van het Rijksmuseum. „Hij is van harte welkom op het Museumplein.”

Sandra Smallenburg

In de kunstwereld is opgetogen gereageerd op de benoeming van Wim Pijbes als directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam. De 46-jarige kunsthistoricus, die sinds 2000 de Kunsthal in Rotterdam leidde, wordt gezien als een goede manager en een open persoonlijkheid.

„Iemand die weet wat hij wil”, zegt Henk van Os, die het museum tussen 1989 en 1996 leidde. Volgens Van Os heeft Pijbes de leeftijd „om er vol gas tegenaan te gaan”. Dat is volgens de oud-directeur belangrijk aangezien het Rijksmuseum een belangrijke nieuwe fase in gaat. Het museum wordt ingrijpend verbouwd en dat zal ook nog enkele jaren zal duren.

Wim van Krimpen, directeur van het Haags Gemeentemuseum en Pijbes’ voorganger bij de Kunsthal, ziet in de aanstelling „de definitieve kanteling van het benoemingsbeleid in Nederland, van laat ik maar zeggen de ‘Fuchs-benoemingen’: intellectuele verhalen, soevereiniteit in eigen kring, juichende verhalen in de Volkskrant, bezoekers weg en financieel rampzalig. Een nieuwe generatie treedt aan, die publieksgerichter is, niet autoritair en zakelijk op orde. Het Rijks wordt onder Pijbes het Louvre van Nederland – drie miljoen bezoekers, altijd bruisend.”

Axel Rüger, directeur van het nabijgelegen Van Gogh Museum, zegt zich „enorm te verheugen” op de samenwerking met zijn nieuwe ‘buurman’. „De Kunsthal was onder zijn leiding een heel succesvolle instelling met een interessante programmering. Pijbes is van harte welkom aan het Museumplein.”

Ook Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk, verwacht veel van de samenwerking met Pijbes. „In de Kunsthal heeft hij een aantal erg interessante projecten georganiseerd. Ik herinner me vooral een prachtige tentoonstelling van Willem de Kooning. Ik heb geen idee wat ik kan verwachten aan tentoonstellingen in het Rijks, maar ik hoop in ieder geval dat we samen een mooi nieuw Museumplein gaan maken.”

Van Tuyl (66) ziet Pijbes, Rüger en zichzelf als „de triptiek van de toekomst”. „We zijn relatieve nieuwelingen aan het Museumplein. De drie musea praten nu al veel over samenwerking, niet alleen in artistiek, maar ook in bedrijfsmatig opzicht.”

„Ik hoop maar dat hij de oude kunst een warm hart toedraagt”, zegt Ernst van de Wetering, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van het Rembrandt Research Project, voor wie Pijbes een grote onbekende is. „Ik had zelfs nog nooit van zijn naam gehoord. In de Kunsthal heeft hij het goed gedaan. Het was er in ieder geval altijd erg druk.”

Alexander van Grevesteijn, directeur van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, zegt dat Pijbes nog wel een hoop te bewijzen heeft. „Dit is een iets andere baan dan de Kunsthal. Daar had hij geen collectie en moest hij het hebben van hoge bezoekcijfers.”

Van Os ziet dat niet als een probleem: „Als kunsthistoricus houd je altijd het verlangen om voor een collectie te zorgen. Ik gun het hem van harte dat dat nu kan. Pijbes is erg goed in het mobiliseren van mensen die ergens verstand van hebben. Er is tijdens zijn directeurschap een hele schare aan wetenschappers in de Kunsthal langs geweest, inclusief ikzelf.”