De zaak-Holloway illustreert vijf knelpunten in ons rechtsgevoel

Het vertrouwen in het recht is op een aantal punten in het geding. Het rechtsgevoel van zeven miljoen kijkers is van belang, of we dat nu leuk vinden of niet.

WFA03:JORAN VAN DER SLOOT BEKENT:HILVERSUM;04FEB2008- Joran van der Sloot is in een door het tv-programma Peter R. de Vries geprepareerde auto heimelijk gefilmd terwijl hij bekent dat hij de verdwenen Natalee Holloway met behulp van een kennis die een bootje heeft, in zee heeft doen verdwijnen. Volgens Van der Sloot is Holloway na een nachtelijke vrijpartij op het strand onwel geworden en waarschijnlijk overleden. De man tegen wie Van der Sloot bekent is de Arubaanse zakenman Patrick van der Eem, die het vertrouwen van Van der Sloot wist te winnen en zijn diensten heeft aangeboden aan Peter R de Vries. De Vries liet ook de moeder van Natalee, Beth, uit Amerika overkomen. Zij reageerde geschokt op de beelden. Dat was voor De Vries niet voldoende, hij stipte nog wat uitlatingen van Van der Sloot aan om de moeder van Natalee nog iets heftiger te laten reageren. Van der Eem is voor zijn diensten 25.000 euro onkostenvergoeding betaald. Foto: een moment uit het programma op de zender SBS6. WFA/wc/str. Dirk Hol WFA WFA

Marc Hertogh

Hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn oratie (2006) had als titel ‘Rechtsvervreemding: tussen rechtsstaat en rechtsgevoel’. Hij publiceerde vorig jaar ‘Legitimiteit betwist: een verkennend literatuuronderzoek naar de ervaren legitimiteit van het justitieoptreden’, te lezen via www.wodc.nl.

De uitzending van Peter R. de Vries over de zaak Natalee Holloway werd afgelopen maandag door ruim zeven miljoen mensen bekeken. Alleen de Elfstedentocht in 1986 scoorde hoger. Alle media boden de afgelopen uitgebreide voor- en nabeschouwingen over deze zaak. Nog nooit eerder was een strafzaak zo zeer in het nieuws. Deze krant sprak zelfs van een ‘nationaal evenement’ (NRC Handelsblad, 4 februari). Toch is bij al deze aandacht één belangrijke vraag nog maar nauwelijks aan de orde geweest: wat is de bredere maatschappelijke betekenis van de zaak-Holloway en wat zegt dit over het vertrouwen in ons rechtsysteem?

„Met wat Peter R. de Vries op televisie heeft aangedragen is de zaak-Holloway niet opgelost, want het moet ook leiden tot een veroordeling in de rechtszaal. Het zijn twee verschillende waarheden,” aldus hoofdofficier van justitie Hans Mos tijdens een persconferentie op Aruba afgelopen maandag. Hij gaf aan dat hij ook wel zag dat het lastig zou zijn om Joran van der Sloot voor de derde keer aan te houden. „Maar”, zo voegde hij eraan toe, „veel mensen zouden het niet begrijpen als we dat vanwege de nieuwe verklaring op tv niet zouden doen.”

De hoofdofficier toont zich hiermee terecht gevoelig voor de maatschappelijke uitstraling van de zaak. Want als de afstand tussen het officiële recht en het maatschappelijk rechtsgevoel te groot wordt, dan kan dit leiden tot een toenemende mate van ‘rechtsvervreemding’, met alle gevolgen van dien.

Ruim tien jaar geleden was heel België in de ban van het strafproces tegen Marc Dutroux. Ook in deze zaak stond de verdwijning van een aantal jonge meisjes centraal en waren de media zeer actief in het onthullen van pijnlijke fouten en blunders van het justitieapparaat. Toen uiteindelijk de rechter in deze zaak een uitspraak deed die haaks stond op wat een groot deel van de bevolking had gehoopt en verwacht, leidde dit tot brede maatschappelijke onrust. In Brussel werden de ruiten van de gerechtsgebouwen ingegooid, er braken wilde stakingen uit, en om hun ongenoegen met dit vonnis kenbaar te maken liepen 300.000 mensen mee in de grootste protestdemonstratie uit de Belgische geschiedenis. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen beide zaken, maar de zaak van Natalee Holloway heeft tenminste vijf ingrediënten die ook deze zaak vanuit maatschappelijk perspectief bijzonder relevant maken.

1. Dalend vertrouwen

„Het Openbaar Ministerie op Aruba moet zich afvragen waar het tekortschoot. Het vertrouwen in de rechtshandhaving is geschaad,” aldus het commentaar van deze krant (NRC Handelsblad, 4 februari). De zaak Holloway staat wat dit betreft niet op zichzelf, maar volgt op een reeks eerdere zaken waarin het optreden van politie en justitie ter discussie staat, zoals de Puttense moordzaak, de Schiedamse Parkmoord, de Deventer moordzaak en de zaak Lucia de B. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het vertrouwen in de rechtspraak minder stabiel is dan in het verleden en volgens sommige enquêtes is het vertrouwen de laatste jaren zelfs aanzienlijk gedaald. Eerdere juridische schandalen leidden bovendien steevast tot een (tijdelijke) dip in de vertrouwenscurve. Tenslotte blijkt het vertrouwen in de rechter nauw samen te hangen met het vertrouwen in andere instituties (zoals de politie en het Openbaar Ministerie).

Tegen deze achtergrond valt te verwachten dat de aanhoudende stroom van onthullingen in de zaak Holloway het vertrouwen in de rechtspraak niet ten goede komt. Formeel speelt deze zaak zich natuurlijk af op Aruba en niet in Nederland. Maar het is de vraag of dat voor de meeste mensen iets uitmaakt, zeker nu er berichten naar buiten komen waaruit blijkt dat wellicht ook de Nederlandse politie in deze zaak steken heeft laten vallen (bijvoorbeeld door niet in gaan op een eerdere toenaderingspoging van ‘infiltrant’ Patrick van der Eem, die daarop maar besloot om zich bij Peter R. de Vries te melden).

2. Hoge verwachtingen

De mate waarin mensen tevreden zijn over politie en justitie is omgekeerd evenredig aan hun ervaring met deze instanties, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. Mensen die zelf nog nooit in de rechtszaal zijn geweest hebben het meeste vertrouwen in de rechter, maar naarmate men meer contact heeft met de rechtspraak daalt hun waardering en vertrouwen. Vooraf hebben mensen kennelijk hoog gespannen verwachtingen, maar men is teleurgesteld als blijkt dat het er in de praktijk heel anders aan toe gaat.

Na de uitzending van Peter R. de Vries hebben ruim zeven miljoen mensen inmiddels hun eigen ideeën kunnen vormen over deze zaak. Voor veel mensen spreken de beelden van Joran van der Sloots ‘bekentenis’ ongetwijfeld voor zich en hoeft de rechter de zaak alleen nog maar officieel te bezegelen. Het kan bijna niet anders of veel van hen zullen daarom uiteindelijk teleurgesteld zijn in de manier waarop het juridisch bedrijf deze zaak afhandelt. Dit negatieve beeld straalt waarschijnlijk ook af op hun eigen toekomstige contacten met politie en justitie.

3. Punitiviteitskloof

Veel Nederlanders zijn ontevreden over het huidige strafklimaat. Een recente studie laat zien dat als strafrechters en burgers dezelfde casus krijgen voorgelegd, burgers systematisch veel hogere straffen eisen dan rechters.

Deze zgn. ‘punitiviteitskloof’ is ook in de zaak-Holloway van belang. In tegenstelling tot de zware aantijgingen in de uitzending van De Vries en in andere media benadrukken strafrechtsgeleerden dat Joran van der Sloot misschien ‘alleen’ kan worden gestraft voor het laten verdwijnen van een lijk (waarop in het Arubaanse strafrecht maximaal zes maanden staat), of wellicht zelfs helemaal niet kan worden veroordeeld.

Gelet op de genoemde kloof kan een dergelijk vonnis gemakkelijk leiden tot maatschappelijke verontwaardiging in ons land en misschien nog wel meer in de Verenigde Staten. Het is bovendien onwaarschijnlijk dat er veel begrip zal zijn voor justitie als wordt besloten om Peter R. de Vries zelf te vervolgen, zoals door sommige juristen al voorzichtig is gesuggereerd.

4. De rol van de vader

De (mogelijke) rol van de vader van Joran van der Sloot – tegenwoordig advocaat, maar hiervoor werkzaam als rechter in opleiding op Aruba – is voor de oplossing van de zaak misschien van ondergeschikt belang, maar voor de maatschappelijke uitstraling ervan juist bijzonder relevant.

Het vertrouwen in het recht is kwetsbaar en dan is het wel even slikken als mocht blijken dat in deze zaak ook een rechter betrokken is. „Ik heb me kapot geërgerd aan de houding van zijn vader”, aldus één van de vele reacties op de discussiesite (nrc.nl/discussie) van deze krant, „en dan adviseert hij Joran ook nog eens om koste wat het kost te blijven zwijgen. En zo’n figuur zou dan de Nederlandse rechtsstaat moeten gaan bewaken…”

Verschillende enquêtes laten bovendien zien dat vier op de tien Nederlanders betwijfelen of het rechtsysteem wel voor iedereen gelijk is. Deze twijfel zal door dit aspect van de zaak waarschijnlijk alleen nog maar groter worden, zeker als de indruk wordt gewekt (zoals in een eerdere uitzending van Peter R. de Vries) dat de vader van Joran – ook tijdens de zaak – goede contacten onderhield met de juridische autoriteiten op Aruba.

5. Instemming met eigenrichting

Wie kritiek heeft op politie en justitie kan daar op verschillende manier mee omgaan: door erop te vertrouwen dat het rechtsysteem het zelf wel zal oplossen (loyalty), door gebruik te maken van de officiële juridische procedures (voice); en door zich tegen het rechtsysteem te keren en op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen (exit). Bij de eerste optie is de steun voor het recht het grootst en bij de laatste optie het kleinst.

De zaak Lucia de B. heeft inmiddels ook tot veel maatschappelijke beroering geleid. Maar de critici in deze zaak lijken de oplossing vooral te zoeken in het zoveel mogelijk aanhaken bij de spelregels van het recht, bijvoorbeeld door de zaak aan te kaarten bij de commissie Posthumus II (die is ondergebracht bij het openbaar ministerie en beoordeelt of er reden is om een afgesloten strafzaak te heropenen).

Het opmerkelijkste aan de Holloway-zaak is echter dat Peter R. de Vries niet eerst heeft afgewacht wat justitie verder met deze zaak gaat doen, om daarna bijvoorbeeld een klacht in te dienen, maar dat hij heeft gekozen voor een vorm van ‘eigenrichting’, waarin hij zelf de rol van politieman, officier van justitie en rechter vervult.

Hoewel niet iedereen dit toejuicht, lijkt De Vries met deze stap vooralsnog te kunnen rekenen op brede steun. „Hij houdt de basis van het rechtsysteem, namelijk waarheidsvinding, in ere en niet het regeltjesgeneuzel van onze rechtsstaat,” aldus een reactie op nrc.nl/discussie. En iemand anders schrijft: „Alle lof voor de Vries en zijn team. Gerechtigheid boven alles!” Dit getuigt, op z’n zachtst gezegd, niet van veel vertrouwen in het officiële rechtsysteem.

In de meeste beschouwingen over de zaak van Natalee Holloway ligt de nadruk op de vraag of de verrichtingen van Peter R. de Vries wel of niet juridisch geoorloofd zijn. Maar meer nog dan de naleving, staat in deze zaak ook de beleving van het recht centraal. De zaak-Holloway is, ondanks een aantal belangrijke overeenkomsten, (gelukkig) nog lang geen zaak-Dutroux. Het valt daarom ook niet te verwachten dat bij een teleurstellend vonnis van de rechter mensen massaal de straat op zullen gaan.

Maar dit neemt niet weg dat deze zaak behalve juridische ook maatschappelijke consequenties zal hebben die serieuze aandacht verdienen. Dat wil overigens nog niet zeggen dat alle kritiek blind moet worden overgenomen of dat in de rechtszaal vage onderbuikgevoelens de doorslag moeten geven; deze gevoelens onderkennen is immers nog niet hetzelfde als ze ook onderschrijven. Alles wat ook maar een beetje in de buurt komt van een volksgericht (zoals begin deze week in Drachten toen het even leek dat Joran hier zou zijn ondergedoken) moet daarom stevig worden veroordeeld.

Het duurt waarschijnlijk nog wel even voordat de rechter in deze zaak uitspraak zal doen. Dat geeft alle betrokkenen de gelegenheid om na te denken over een verantwoorde manier waarop met de te verwachten maatschappelijke reacties moet worden omgegaan. Want hoewel veel aspecten van deze zaak nog volstrekt onduidelijk zijn, is al wel duidelijk dat hiermee niet alleen de positie van Natalee, Joran en Peter, maar ook het maatschappelijk vertrouwen in het recht in het geding is. Het rechtsgevoel van zeven miljoen kijkers is van belang voor het functioneren van ons rechtsysteem, of we dat nu leuk vinden of niet.