De stelling van Jos Lamé: het elektronisch kinddossier is stalinistisch en megalomaan

Politici hameren op het belang van coördinatie in de zorg. Het gevolg: een gigantische bureaucratie die fataal is voor de hulpverlening, zegt Jos Lamé van de Riagg Rijnmond tegen Antoinette Reerink.

Wat kan er op tegen zijn om probleemjongeren vroeg op te sporen en hulpverleners beter te laten samenwerken?

„De plannen van Jeugdminister Rouvoet en ook van de wethouders Jeugd en Volksgezondheid uit mijn stad Rotterdam zijn absurd stalinistisch, megalomaan. De overheid suggereert dat er één juiste oplossing is voor problemen, maar dat is een mythe. Dat is pure volksverlakkerij, een bewijs van de populistische wind die er waait in Den Haag. Er is niet één aanpak van kinderleed.

U weigerde onlangs uw handtekening te zetten onder de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Waarom?

„Rotterdam presenteerde die Meldcode in haar ‘oorlog’ tegen geweld in huiselijke kring. Als het aan de ministers Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) ligt, gaan binnenkort alle hulpverleners in het land op Rotterdamse wijze kindermishandeling bestrijden.

„Het is een typerend voorbeeld van de nieuwe wind: elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling. Het is juist heel belangrijk dat ideeën van professionals met elkaar botsen, dan blijft het debat gaande over de oplossing van de razend complexe problemen waarin mensen en gezinnen verkeren. Het is dus juist goed dat er schotten in de zorg bestaan.”

Kunt u een een voorbeeld noemen?

„Neem het voorbeeld van een kind met heel goede schoolresultaten dat door haar grootouders werd opgevoed. Na jaren komt de vader zijn kind opeisen. Wij hebben ons daar als Riagg tegen verzet omdat wij vonden dat het kind beter af was bij haar opa en oma. Maar de kinderbescherming bestreed onze visie, tot aan de rechter. Wij verloren, maar het was heel goed dat de vanzelfsprekendheid waarmee de kinderbescherming het kind aan de vader toewees, ter discussie werd gesteld. Het is goed om op verschillende manieren naar situaties te kijken.”

Schotten zorgen toch voor gescheiden werelden zonder debat?

„Er zijn goede redenen voor politie, justitie en hulpverleners om hun eigen weg te gaan. Neem de Schiedamse parkmoord. Wij waren vanuit de hulpverlening betrokken bij deze zaak. De politie vroeg ons of ze mee mocht luisteren omdat zij informatie wilde vinden om de dader te pakken te krijgen. Nee dus. Als we dat zouden doen, zien wij onze klanten nooit meer terug. Het werk van politie en hulpverleners moet gescheiden blijven. Maar er moet wel een platform zijn waarin je de verschillen benut en deze vragen kunt stellen.”

Zegt u dat hulpverleners hun gang moeten kunnen gaan?

„Ze leggen verantwoording af. Aan de inspectie en er is ook intercollegiale toetsing.”

Het is toch niet goed dat meerdere hulpverleners een gezin helpen zonder dat ze van elkaars activiteiten weten?

„De meeste hulpverleners hebben elkaar helemaal niet nodig. En als dat wel zo is, weten ze elkaar goed te vinden. Er zouden in sommige gezinnen wel wat minder hulpverleners hoeven te zijn. Nu is er een overaanbod. Maar waar het mij om gaat, is dat de coördinatie in de zorg waar politici nu op hameren, een gigantische bureaucratie oplevert die fataal is voor de hulpverlening.”

U bestrijdt dat de hulpverlening faalt door gebrek aan samenwerking. Hoe verloopt het contact dan?

„Er is dagelijks contact tussen de Riagg en de jeugdhulpverlening, waaronder bureau jeugdzorg. Dat betekent alleen niet dat de hulpverleners het allemaal eens zijn.”

Waar komt dat geloof in een eenduidige aanpak van jeugdproblemen volgens u vandaan?

„In de politiek heerst onzekerheid, gevoed door de incidenten rond Savanna en het Maasmeisje. De overheid vlucht naar de zekerheid en zegt: er is een oplossing voor die moorden. Zij zegt dat hulpverleners meer moeten samenwerken en volgens standaarden moeten gaan werken. Dat kan het geweld voorkomen. Dat klinkt geruststellend.”

Is dat dan niet zo?

„De aanname dat het geweld er niet zou hoeven zijn, is onjuist. Zelfs de Inspectie doet het voorkomen alsof het Maasmeisje nog zou leven als hulpverleners van elkaars activiteiten op de hoogte zouden zijn geweest. Deze foutieve veronderstelling leidt tot heel verkeerde ontwikkelingen. Al die fusies in de gezondheidszorg komen tot stand omdat men denkt dat er samenhang in de zorgverlening nodig is. Er is helemaal geen noodzaak om meer samen te werken.”

Moeten we ons dan neerleggen bij de 100.000 kinderen die jaarlijks worden mishandeld in Nederland?

„Dat aantal zal nooit noemenswaardig afnemen. Die doelstelling is echt irreëel. We moeten onder ogen zien dat geweld een enorm probleem is, dat niet weg te poetsen is. Er worden nu een paar incidenten opgeblazen om aan te tonen dat er een veel beter leven mogelijk is. Dat is schijn. Het is een taboe om te aanvaarden dat er kwaad in de samenleving is. In wezen hebben we geen controle over het complexe leven van mensen.”

Hulpverleners kunnen hun invloed toch wel aanwenden?

„Soms, maar waarom gaat een vrouw die door haar man in de fik is gezet en lang bij de Riagg in therapie is geweest, toch weer naar haar echtgenoot terug? Omdat wij mensen niet aan een touwtje hebben.”

Zegt u daarmee niet dat de geestelijke hulp die u mensen biedt zinloos is?

„Nee. Als wij ons werk niet zouden doen, zou het veel erger zijn. Dan zouden mensen veel ongelukkiger zijn. We hebben juist een hele goede gezondheidszorg waar enorm veel geld naar toe gaat. Er is een fantastisch aanbod van verschillende zorginstellingen die allemaal hun eigen invalshoek hebben. Die variëteit moeten we koesteren. De overheid suggereert dat de kindermoorden te wijten zijn aan een organisatorisch misverstand. Ik ben als de dood dat als we er niet in slagen het geweld dat kinderen wordt aangedaan te verminderen, de hulpverleners worden aangewezen als de schuldigen.”

Voelt u zich bedreigd?

„Wij gaan in tegen het taboe dat er een menselijk tekort is en dat is niet makkelijk. Ik verzet me ook tegen de diskwalificatie van die duizenden hulpverleners. Zij worden platgeprotocolleerd. Het kenmerk van de professional is dat hij vanuit zijn kennis in hele complexe situaties creatieve oplossingen aan draagt. Door standaarden te ontwikkelen neemt de ruimte voor creativiteit af en dat is slecht voor de kwaliteit van de zorg. De professional wordt tot robot gemaakt en daarmee de klant ook. Het lijkt nu of de minister en de jeugdwethouder superdokters zijn die weten wat er moet gebeuren en de hulpverleners als een instrument inzetten om de problemen op te lossen.”

U gelooft ook niet dat een elektronisch kinddossier meer kinderen in nood opspoort?

„Het is waar dat we nu niet alle kinderen en probleemgezinnen in beeld hebben. Maar dat is wel goed. We kunnen niet iedereen hulp bieden. De Riaggs zitten bombol. Is het ministerie bereid ons budget te verzesvoudigen? We gaan van alle kinderen in een elektronisch kinddossier allemaal informatie verzamelen, ook van mensen voor wie dat helemaal niet nodig is. Terwijl de echt ernstige problemen heel moeilijk op te lossen zijn. Dat verandert het kinddossier niet.

„Het is een absurd idee dat we het leven van iedereen moeten kennen en dat we weten wat goed voor mensen is.”

Misschien blijkt dat de Riagg nu niet de meest hulpbehoevenden helpt.

„De vraag of wij wel de juiste mensen hulp bieden, is op zich heel gerechtvaardigd. Maar daar heb je geen elektronisch dossier voor nodig.”

U vindt het kinddossier zelfs gevaarlijk.

„Mensen moeten allerlei gegevens inleveren waarvan de waarde uiterst dubieus is. Het is heel gevaarlijk dat te doen omdat die informatie misbruikt kan worden. Mensen moeten weigeren hieraan mee te werken. Ik verzet me tegen de uniformiteit. Het is niet zo dat alle informatie altijd voor iedereen relevant is. Iedereen heeft zijn eigen informatiebehoefte. Het gevaar dreigt ook dat het melden of signaleren van problemen reeds als handelen wordt gezien.”

Kunt u dat toelichten?

„Hulpverleners kunnen gaan zeggen: mij valt niets te verwijten want ik heb signalen die op problemen kunnen duiden gemeld. Uit angst voor rechtszaken, gaan zorgverleners zich indekken. Ze redeneren: laat ik maar snel melden en doorverwijzen want ik ben kwetsbaar. Met meldcodes en juridische procedures wordt een averechts effect bereikt: indekken in plaats van beter hulp verlenen.”

Moet de eerste zorg niet naar het kind uitgaan?

„Mijn punt is dat alles in de zorg draait om de relatie tussen de dokter en de patiënt. Politici drijven een wig tussen deze twee. De minister maakt de relatie kapot door de hulpverlener te diskwalificeren. Als de inspectie suggereert dat de Riagg medeschuldig is aan de dood van het Maasmeisje Gessica, dan heeft dat de volgende dag zijn weerslag in onze spreekkamers.

„Rouvoet weet niet wat hij daarmee stukmaakt. Hij doet alsof hij de cliënt beschermt, maar die wordt er uiteindelijk het slachtoffer van.”