Brits mooi

Naast grote namen showen dit jaar veel jonge talenten in Londen. „We barsten van het talent.”

Georgette Koning

Donderdag showt Vivienne Westwood in Londen haar ‘Red Label’ wintercollectie 2008/2009. Dat had The Godmother of punk vorige week ook in New York kunnen doen. Of over een week in Milaan, of daarna in Parijs waar ze wel haar semi-couturelijn ‘Gold Label’ zal tonen.

De keus van Dame Vivienne Westwood om na negen jaar weer in Londen te defileren is een bewijs dat de stad weer meetelt. Topontwerpers Matthew Williamson en Luella keerden in september al terug naar de Londense modeweek. „Briljant dat een grote naam als Westwood Londen verkiest boven andere modemetropolen”, zegt Wendy Dagworthy, hoofd mode aan het Londense Royal College of Art. „Het zet ons op de kaart en trekt journalisten die anders de Londen Fashion Week overslaan.”

Britse mode, die in cycli van zo’n tien jaar triomfeert en daarna weer verwatert, wordt weer serieus genomen. De cycli lopen vaak synchroon met de economische ontwikkeling. Het is voor Londen te hopen dat de crisis van een aantal weken geleden niet zulke desastreuze gevolgen op de mode-industrie zal hebben als de beurscrash van eind jaren tachtig, die de ondergang van de Britse mode inluidde.

„Ik raakte, net als mijn collega Katharine Hamnett, al mijn verkooppunten kwijt,” vertelt modedocent Wendy Dagworthy die in de jaren tachtig als ontwerpster veel succes had met haar kleurrijke kleding.

Dat de Britse mode weer in de lift zit, zou volgens Dagworthy ook te wijten zijn aan de grillen van modepers en inkopers die graag van de ene naar de volgende modestad trekken ‘waar het gras nóg groener is’. Maar met deze uitspraak doet Dagworthy een nieuwe generatie ontwerpers – en dat zijn beslist geen ‘one show wonders’ – tekort.

Het mooie van Groot-Brittannië is dat naast gevestigde labels als Paul Smith, Burberry en Vivienne Westwood plek is voor nieuwe namen als Christopher Kane, Julien Macdonald, Basso and Brooke, Todd Lynn, Marios Schwab, Giles Deacon, Preen, Ashish, Blaak, Kim Jones en Eley Kishimoto. Allemaal domineerden ze de afgelopen jaren de internationale modebladen en bouwden commerciële bedrijven op. Ondenkbaar in Italië waar de Armani’s en Prada’s regeren of Parijs waar ontwerpers tot op hoge leeftijd het predicaat jong mee torsen.

‘Oh nee!’, denkt Mandi Lennard als ze weer eens getipt wordt over een vreselijk hotte modeontwerper. De struise blondine runt al zo’n tien jaar Londens meest gewilde persagentschap. Dagelijks wordt ze bestookt door ontwerpers die niets liever willen dan dat Lennard hun belangen behartigt. Maar de Britse wil niet uitbreiden, ze heeft haar handen al vol aan haar merken House of Holland, Roksanda Ilincic, Zandra Rhodes en Gareth Pugh, door de pers de nieuwe John Galliano genoemd.

Lennard is blij met haar verzameling talenten. „Het doet me plezier te zien hoe ze elkaar inspireren en zich met elkaars shows bemoeien. De vonken vliegen er soms af.”

Britse modeacademies, waar Central Saint Martins de beroemdste van is, produceren het ene na het andere talent. „We barsten ervan,” zegt persagent Mandi Lennard.

Een verklaring heeft ze ook. „Britse ontwerpers staan zichzelf volledig creatieve vrijheid toe, en doen mee aan projecten waarbij ze hun grenzen kunnen verleggen. Dat levert ze trouwe aanhang op.”

Niet dat het gemakkelijk is om in Londen een carrière op te bouwen. Het leven is er duur en er zijn geen subsidies voor jonge ontwerpers, zoals in Nederland. „Maar ontwerpers die in zichzelf geloven, zullen er altijd geestverwanten vinden die je verder helpen”, zegt Lennard. „De botsing met de energie van Londen dwingt iedereen tot nieuwe creatieve hoogtepunten. Het Londense klimaat stimuleert experimenteren.”

Toch is er altijd ruimte voor verbetering. Op de showkalender van de London Fashion Week die vandaag begint, wemelt het van de pas afgestudeerde ontwerpers. Dat is een doorn in het oog van Wendy Dagworthy, in de jaren tachtig een van de oprichters van de London Designer Collections, de voorloper van de modeweek. „De British Fashion Council zou strenger moeten selecteren. Ontwerpers storten zich blind in een modeshow. Maar produceren en dus eventuele bestellingen leveren, kunnen ze nog niet. Het is beter om langzaam te groeien en een basis te hebben.’

Niet zelden vertrekken Britse ontwerpers, zoals John Galliano en Stella McCartney, na hun afstuderen naar het vasteland. „In Groot-Brittannië is het eigenlijk nog nooit gelukt om de productie van kleding goed van de grond te krijgen”, zegt Wendy Dagworthy van het Royal College of Arts. Jammer vindt het hoofd mode dat niet, integendeel. „Het vertrek van Stella naar Chloé en Alexander McQueen naar Givenchy, zet Groot-Brittannië in de schijnwerpers als land dat vreselijk goede ontwerpers voortbrengt waar Italiaanse en Franse bedrijven graag gebruik van maken.”

Blijft het grote talent Gareth Pugh Londen trouw? Lennard: „Gareth beschikt over een groot vriendennetwerk en krijgt veel steun, hij zal Londen pas verlaten als hij het gevoel krijgt dat zij zich van hem afkeren.’