Boekje open over het hbo

Onderwijsadviseur René van Kralingen wil hbo-docenten aan het denken zetten over hun werk.

Jaqueline Kuijpers

‘Vroeger preekte de dominee in de kerk op het ‘zakkie’, vertelde mijn opa eens. Als de dominee een goede preek had gehouden, zag hij dat aan de hoge collecteopbrengst. Stel je nu eens voor dat wij dit verschijnsel in het onderwijs zouden invoeren. Door na elke les, workshop, practicum een collecte te houden. (…) De opbrengsten gaan geheel naar de docent. Hij is er afhankelijk van. Geen betekenisvolle les, workshop, lezing, demonstratie, opdracht, betekent voor hem weinig of geen geld. Ik weet zeker dat docenten dan totaal anders in het onderwijs staan.’

René van Kralingen is docent onderwijskunde aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Rotterdam en oprichter van Onderwijsadviesbureau Van Kralingen. Het stukje over de dominee is terug te vinden in zijn nieuwste boek hbo-docenten in beeld, een verzameling columns die eerder verschenen in Profielen, het lijfblad van de Hogeschool Rotterdam. Daarin biedt hij een inkijkje in het functioneren van het hoger beroepsonderwijs en hoe het volgens hem beter kan.

Thuis aan de eettafel in Capelle aan den IJssel vertelt Van Kralingen dat hij met zijn boek hbo-docenten aan het denken wil zetten en met elkaar in gesprek laten gaan. “Want onderwijs is teamwork. En daar ontbreekt het nu aan.” Van Kralingen fileert de problematiek graag “tot op het bot”, zo zegt hij zelf. Niet klagerig of zeurderig maar met humor en met oog voor de absurditeiten van dat “gekke onderwijs waar iedereen verstand van denkt te hebben”.

Vanuit zijn werk als onderwijsadviseur heeft Van Kralingen op verschillende onderwijsinstellingen in de keuken kunnen kijken. Dat maakt zijn observaties herkenbaar. Bovendien getuigt het van enig lef om ‘de vuile was’ buiten te hangen. Want, zo schrijft Pim Breebaart, voorzitter van het College van Bestuur van de Haagse Hogeschool in het voorwoord: ‘Een hogeschool heeft niet altijd behoefte aan docenten die openlijk vertellen wat wel en vooral niet goed gaat.’ Maar ‘het zou erg goed zijn voor de kwaliteit van ons hoger onderwijs en de professionalisering van het docentenberoep als meer docenten het voorbeeld van René van Kralingen zouden volgen. Schrijf open over je ervaringen, problematiseer de gewone dagelijkse dingen (...). En ontwerp telkens een concrete aanpak.’

Het boekje van Van Kralingen kan daarbij helpen. Elke column wordt gevolgd door een ‘huiswerkopdracht’ voor de hbo-docent. Van een brief schrijven over de ideale school tot het verdelen van studiegelden of een discussie voeren over de pro’s en contra’s van ‘competentiegericht opleiden’. Want dat is ook in het hbo de norm. Van Kralingen signaleert wel dat docenten en management in dit opzicht niet consequent zijn. “Wij schrijven studenten van alles voor, maar brengen het zelf niet in praktijk. Er zijn geen kaartenbakken met competenties van docenten. Meer dan je naam, je vak en je sofinummer zijn niet bekend. Je kunt je als docent heel goed ontwikkelen op een hogeschool maar het initiatief moet wel van jouzelf komen. Waar het aan ontbreekt is een dwingende professionalisering.”

Van Kralingen legt de vinger op meer zere plekken. Zo is het voor hbo-docenten nog steeds niet verplicht om een lesbevoegdheid te hebben. “Er zijn docenten die niet gehinderd worden door enige kennis van didactiek. Ze vliegen zorgeloos de week door. Ze geven les, voeren begeleidingsgesprekken, schrijven studieteksten, nemen toetsen af. Echter zonder naar effecten te kijken.”

Die vrijblijvendheid biedt docenten de kans om “door te rommelen”, zegt Van Kralingen. “Zelf ben ik in al die jaren dat ik op de hogeschool werk ook nooit echt beoordeeld. Er heeft nooit één manager bij mij achter in de klas gezeten. We krijgen geen applaus van het management, maar ook geen tik voor onze kop als we het niet goed doen.” Dat gebrek aan wezenlijke aandacht voor de docenten en hun vakmanschap leidt tot een eilandencultuur, vindt Van Kralingen. “De hogeschool is geen trefpunt voor docenten. Ze doen hun ding en gáán vervolgens weer – de goeden niet te na gesproken. Het is niet hún school. Ik geloof niet dat er één hogeschooldocent trots is op zijn school.”

Van Kralingen maakt zich werkelijk bezorgd. Met zijn columns wil hij zijn collega’s – maar ook managers en beleidsmakers – een spiegel voorhouden: ‘Waar zijn wij nou helemaal mee bezig?’ Zoals in de column ‘Mistig onderwijskundig taalgebruik’ waarin Van Kralingen de vloer aanveegt met het tenenkrommende jargon in hbo-land. “‘Hoe weet ik of zij die kenmerkende situaties heeft behaald?’vroeg een docent pas geleden. Ik kromp ineen. Zou deze docent zelf hebben begrepen waar het over ging?” Wie het weet mag het zeggen.

René van Kralingen: ‘Hbo-docenten in beeld, Collegiale consultatie in 40 columns’. Uitgeverij Nelissen, Soest. Prijs: € 9,90. isbn 978 90 244 17599