‘België kan bogen op gevechtservaring’

Op verzoek van Nederland en de NAVO stuurt België F16’s naar Zuid-Afghani-stan. Voor het eerst sinds jaren moeten Belgische militairen vechten. Kunnen ze dat nog wel?

De Belgische minister van Defensie is niet zelden onderwerp van kritiek. André Flahaut, die de post tot voor kort bezette, maakte het dan ook wel bont. Zo liet hij een keer een helikopter aanrukken om op tijd te zijn voor een vertoning van Al Gore’s klimaatfilm An inconvenient truth. Niet echt een toonbeeld van milieubewust gedrag. Air Flahaut werd de Belgische luchtmacht gekscherend wel genoemd.

Pieter De Crem, sinds december minister van Defensie, ging ook al snel in de fout. Bij een bezoek aan luchtmachtbasis Kleine Brogel liet hij zich ontvallen dat daar Amerikaanse kernwapens liggen. Dat was een publiek geheim. Maar het was niet de bedoeling dat een minister dat zou onthullen.

De Crem werd donderdag voor een spoeddebat door het parlement ontboden. Aanleiding was het besluit van de regering, eind vorige week, om vier gevechtsvliegtuigen en honderd soldaten naar Kandahar te sturen. De kans is groot dat de Belgen bommen zullen gaan gooien – voor het eerst sinds het begin van de strijd tegen het terrorisme. ‘België ten oorlog’, kopte dagblad De Standaard in grote letters op zijn voorpagina.

In België is men ervan overtuigd: het besluit heeft iets te maken met de goede verstandhouding tussen Jan Peter Balkenende en de Vlaamse vicepremier Yves Leterme, die na Pasen eerste minister van België hoopt te worden. Leterme is óók een christen-democraat en een fervent gebruiker van de Blackberry. „Yves, doe iets voor ons in Zuid-Afghanistan”, zou Balkenende hem hebben gevraagd.

Het spoeddebat in het parlement vertoonde ook enige overeenkomsten met de Nederlandse Afghanistan-discussies: is hier sprake van een vechtmissie, en dus van een koerswijziging in het buitenlandse beleid? Oppositiepartijen – de Vlaamse socialisten en de groenen aan beide zijden van de taalgrens – denken van wel.

Het buitenlandbeleid van België is sinds het einde van de Koude Oorlog sterk gericht op Europese samenwerking. „Dat zit in het DNA van de Belgische elite”, zegt de Gentse hoogleraar internationale politiek Rik Coolsaet.

België was met Duitsland en Frankrijk een van de felste Europese critici van de oorlog in Irak. Premier Guy Verhofstadt nodigde de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder en de Franse president Jacques Chirac daarna uit in België om te praten over Europese defensiesamenwerking. De ‘pralinetop’ werd die bijeenkomst smalend genoemd.

„Pieter De Crem is een uitzondering in de Belgische politiek”, zegt Coolsaet. De nieuwe minister benadrukt al jaren het belang van samenwerking binnen de NAVO en mét de Verenigde Staten. Hij pleitte in het verleden ook voor meer riskante operaties. Het leger is geen ‘humanitair agentschap’, waarschuwde De Crem vorig jaar als parlementariër. Hij had zware kritiek op toenmalig minister Flahaut, die volgens hem verzuimde het Belgische leger te moderniseren.

„Tijdens lessen gebruik ik België en Italië altijd als voorbeelden van een verkeerd defensiebeleid”, zegt defensiedeskundige Kees Homan van Instituut Clingendael in Den Haag. „Het irriteert me mateloos dat premier Verhofstadt altijd grote woorden gebruikt. Terwijl men zelf amper wat op de planken heeft. De Belgen lopen nu al jarenlang wacht op het vliegveld van Kabul. Dat kun je net zo goed overlaten aan een particulier beveiligingsbedrijf. Het probleem is dat België veel te weinig investeert. Zeventig procent van het defensiebudget gaat naar personeel, tien procent wordt geïnvesteerd. Wil je een krijgsmacht up to date houden dan moet je zeker twintig procent investeren.”

Voor André Flahaut, een Franstalige socialist, was het Belgische leger „een tewerkstellingselement voor het zuiden van het land”, zegt Luc De Vos. De ex-kolonel en historicus is hoogleraar aan de Koninklijke Militaire School in Brussel en aan Katholieke Universiteit Leuven.

Hij noemt als voorbeeld de 90 mm-kanonnen die werden besteld voor pantserwagens. „De NAVO-standaard is 105 mm. Er zijn veel bedrijven die zulke kannonen maken, de concurrentie is groot en de prijs is dus laag. Slechts één bedrijf maakt 90 mm kannonen: Cockerill in Luik.” Voordeel: de opdracht leverde werkgelegenheid op in Wallonië op. Nadeel: geen enkel NAVO-land heeft dergelijke dure kannonnen.

Omdat Flahaut werkgelegenheid zo belangrijk vond, heeft hij ook verzuimd personeel te laten afvloeien. Sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1994 is de gemiddelde leeftijd in het leger steeds hoger geworden, zegt De Vos. „In de VS is het gemiddelde 28 jaar, in Europa rond de 30, in België bijna 40. Men wordt samen oud. In Afghanistan lopen mensen van 50 jaar rond.”

Maar het Belgische leger heeft ook sterke kanten, zegt Luc De Vos. Het personeel is goed opgeleid. Doordat België laat koloniseerde „hebben alle officieren van een zekere leeftijd wel gevechtservaring”. De dood van tien Belgische para’s in Rwanda in 2000 werkte daarom niet zo lang door als ‘Srebrenica’ in Nederland. „Men was wel wat gewend”, denkt De Vos.

België heeft ook een goede, kleine marine, die volledig geïntegreerd is met de Nederlandse vloot. „Het hoofdkwartier van de Belgische marine is Den Helder”, zegt De Vos. „Wij verzorgen de gemeenschappelijke opleiding van de scheepskoks. Daar was iedereen het volmondig mee eens.”

België en Nederland werken ook samen in de Benelux Deployable Air Task Force, een gemeenschappelijke eenheid van gevechtsvliegtuigen. Tijdens de Kosovo-crisis in 1999 opereerde die vanaf een basis in Italië. Dat was de laatste keer dat Belgische militairen met scherp schoten.

Maar in Kosovo was er een duidelijk doel, zei de Vlaamse socialist Dirk Van der Maelen in het spoeddebat met minister De Crem. „En dat doel is bereikt. In deze operatie weten we niet wanneer we gaan eindigen. Ik hoop niet mee te maken dat er body bags met Belgische soldaten uit Afghanistan komen.”

Pieter De Crem zei dat Afghanistan opgeven geen optie is. „Dat zou een laffe houding zijn. Ook van een klein land als het onze.”