Auto’s en ijskasten voor Afrika

Wie staat er voor de rechter en waarom? Een Afrikaan koopt rommel en wil het mee naar huis nemen. Maar dat mag niet.

Hoe lang kun je praten over afval? Heel lang. De raadsheren van het hof in Amsterdam, de advocaat-generaal en een topadvocate praten er zo maar twee uur over. Dat komt, omdat ze het niet alleen hebben over wat afval is en wat niet. Als je goed luistert, bespreken ze eigenlijk een mondiaal armoedevraagstuk.

In de beklaagdenbank zit een mevrouw, gewoon een nette mevrouw met een eigen bedrijf. Ze is expediteur. Zij zorgt ervoor dat mensen die spullen van Nederland naar elders willen verschepen de benodigde papieren krijgen. Die regelt zij, zij is de mevrouw van de papierwinkel.

Ze heeft nogal wat Afrikaanse klanten. Afrikanen die en masse naar Nederland komen om hier onze oude televisies, autobanden, ijskasten en auto’s te kopen. En die verschepen ze dan naar Afrika.

In dit geval was er een Nigeriaan. Hij kocht ergens in Nederland een zesdehands Nissan bestelbus. In de haven stond de bus te wachten tot die zou worden ingeladen op het schip. De Nigeriaan was al naar huis.

En toen kwamen de mannen van de douane, de politie, de milieu-inspectie en de belastingdienst het haventerrein binnen vallen. Ze hebben namelijk een Afrikaproject. Eens in de zoveel tijd komen ze eens kijken wat er allemaal op die schepen wordt geladen.

De Nissan-bestelbus werd opengemaakt. Wat bleek: er zat milieuvervuilende waar in de auto. De Nigeriaan had, zonder de vereiste papieren, een oud motorblok ingeladen. En dat mag niet. Want dat is afval. Vinden wij.

En nou heeft mevrouw een boete gekregen voor het illegale transport van afval. 650 euro. Ze wordt er een beetje moe van, zegt ze, van die boetes. Er hoeft maar één lekkende ijskast aan boord te komen en zij krijgt de schuld. De politie vindt dat zij alles wat haar klanten verschepen, moet controleren. Maar daar is, zegt ze, geen beginnen aan.

De Afrikanen die de spullen kopen en mee naar huis willen nemen, gaan vrijuit. Want ja, schampert mevrouw, Afrika is ver. Dan is het makkelijker de tussenpersoon te pakken. En daar heeft ze genoeg van. Ze wil nou wel eens van het hof horen wat afval is en wat niet. En of het wel redelijk is dat zij en haar collega’s steeds opdraaien voor die boetes.

Afval, zegt de advocaat-generaal is dat wat wij afdanken. Zo’n motorblok, schampert ze, willen wij echt niet meer in onze auto. De mevrouw ontploft. In Afrika leven ze ervan. Als hier je koffiezetapparaat kapot gaat, is het goedkoper om een nieuwe te kopen in plaats van het te repareren. Een lekkend motorblok gooi je weg. Maar een Afrikaan poetst en sleutelt net zo lang tot alles het weer doet.

De raadsheer is het niet met haar eens. Afval is wat wij rotzooi vinden, niet wat de Afrikanen vinden. En trouwens, als mevrouw die boetes zo vervelend vindt, dan kan ze die toch verhalen op haar klanten. Ze heeft toch hun adres?

Mevrouw schudt haar hoofd meewarig. Dat zou ze nooit doen. Die Afrikanen verdienen twee dollar per maand. En van die paar centen halen ze hier hun spullen, ons afval, om er daar een toekomst mee op te bouwen.

De rechters buigen zich nog eens over het milieu-belastende motorblok. De leidingen waren afgezaagd, er druppelde geen olie uit, dat niet, maar het was wél verroest. Een Nederlander heeft zich ontdaan van het motorblok. En dus is het, volgens de letter van de wet: rommel.

De advocate wil het nog eens met de rechters hebben over de schakels in de vervoersketen. Van de kopende Afrikaan, via de mevrouw van de papierwinkel, de verscheper, tot de Afrikaanse ontvanger. Waarom, vraagt ze retorisch, wordt mevrouw gepakt? Omdat dat lekker makkelijk is. Er wordt niet één telefoontje naar Afrika gedaan. En dat vindt ze ontstellend. Ze krijgt, na twee weken de principiële uitspraak die ze wou: de mevrouw van de papierwinkel wordt vrijgesproken.