Allochtoon kind ontbijt minst

Moeders met een niet-westerse achtergrond hebben vaker dan autochtone moeders opvattingen die overgewicht bij hun kinderen bevorderen. Zo vinden ze gezoete melkdrank vaak een goede vervanger voor melk. Hun kinderen ontbijten weinig en ze hebben twee keer zo vaak als autochtone kinderen een televisie op de kamer.

Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van enkele artsen, onder leiding van Magda Boere-Boonekamp van het UMC Utrecht. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

De artsen onderzochten aan de hand van dertig vragen of er een relatie was tussen overgewicht bij kinderen en de achtergrond van hun ouders.

Relatief veel kinderen met overgewicht kwamen voor in de volgende vier groepen: moeders met een laag opleidingsniveau, moeders met een uitkering, moeders met overgewicht en niet-westerse moeders.

Eenvijfde van de niet-westerse moeders geeft hun kinderen elke dag een zakje chips, tegen één op de tien autochtone moeders. Drie op de vijf niet-westerse moeders belonen hun kinderen vaak met iets lekkers, tegen twee op de vijf van de andere van de 390 ondervraagde moeders.

Vooral niet-westerse allochtonen vinden het niet zo belangrijk dat hun kinderen bewegen. 44 procent van hen zegt dat de kinderen ’s winters dagelijks buiten komen, tegen 75 procent van de andere moeders. Twee keer zo vaak zeggen ze „geen tijd te hebben om met mijn kind naar buiten te gaan.”

Uit het onderzoek in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde vandaag blijkt dat een op de zeven kinderen tot vier jaar te zwaar is. Het aantal kinderen met overgewicht stijgt snel. In 1980 was bijvoorbeeld nog 6 procent van de kinderen van 4 tot 15 jaar te zwaar, vorig jaar was dat toegenomen tot 15 procent.