Afgeserveerd

Eigenlijk is Dirk Kuijt in de media al afgeserveerd voor het Europees kampioenschap in Zwitserland en Oostenrijk. De spits van Liverpool was gepasseerd voor de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Kroatië.

Pats, boem: geen Kuijt meer in de selectie. Een aantal doemdenkers weet het zeker: zonder blessures van de concurrentie in de spits kan Kuijt het de komende zomer schudden.

De meedogenloosheid van topsport.

Van Marco van Basten is al langer bekend dat hij even genadeloos als onnavolgbaar kan zijn in zijn beslissingen. Marco komt niet gauw in gewetensnood. Vooral niet als de positie van provincialen op het spel staat. Voor de Ajax-clan is er iets meer gevoeligheid, maar het houdt nog niet over.

Kuijt is dit seizoen niet in goeden doen. Ook in Liverpool zit hij almaar vaker op de bank, en soms zelfs op de tribune. De vorm ontbreekt. En, wat erger is, hij wordt geplaagd door heimwee.

Dirk mist Katwijk, zijn vrienden en de zee. Hij mist vooral zijn vader die vorig jaar overleed. Zijn nochtans furieuze temperament is niet opgewassen tegen dit verlies. Hij blijkt poreuzer te zijn voor de dood dan hij zelf altijd heeft gedacht.

Kuijt heeft niet de klasse van een Van der Vaart of Sneijder. Dat weet hij als geen ander. Toch mogen Oranje en, met name, de bondscoach hem op hun blote knieën danken.

Meer dan andere internationals belichaamde Kuijt een nieuw verwachtingspatroon voor het Nederlands elftal; op zijn minst de wedergeboorte van een VOC-mentaliteit. De spits legde duizenden kilometers af voor Oranje. Hij was niet stuk te krijgen, niet in loopvermogen, niet in sleuren en trekken, niet in bezieling. Parmantig labeur.

Oranje als erezaak: die uitstraling.

Daar maakte Van Basten dankbaar misbruik van. Hij liet de blonde krullenbol door het elftal slingeren als was hij de eerste de beste nobody. Dat knaagt aan het zelfvertrouwen van een spits. En dus werd Kuijt steeds minder spits en steeds meer stofzuiger. Het laatste ook nog vaak per invalbeurt.

De Zestien als betonmolen.

De ster van de geknakte spits verbleekte ook bij zijn collega’s. Die wat moe werden van de gretigheid en de dweepzucht van de Katwijker. Ze voelden zich lichtjes gekrenkt in hun slaperigheid.

Daar komt bij dat Dirk een SGP-taaltje spreekt. Alles voor God en vaderland, nooit eens voor de simpele vreugde van 1-0.

Clarence Seedorf mag elke schijnbeweging duiden in het perspectief van het heelal, maar niet Kuijt. Uiteindelijk toch een beetje een boerenlul, wel fel en gedreven, maar zelden gracieus. Dan ben je in het Nederlands elftal sowieso al een eenling.

Toen Kuijt in het oorlogje tussen Van Nistelrooy en Van Basten ook nog de kant van de bondscoach koos, werden de messen geslepen. Hiërarchie ligt gevoelig in de kleedkamer. Een Brabander mag dan wel talloze maskers van gemoedelijkheid dragen, hij vergeet en vergeeft niet.

De Alleingang van Kuijt was begonnen. De afgang zal volgen. Wreed is het wel.

Zou er bij de KNVB iemand zijn die iets van nazorg weet? Of toch gevoel heeft voor ontreddering? Het is tenslotte nog wel een bond, en dus – ook – een morele structuur.

Als ik in zijn gezonde wangen kijk, verwacht ik Henk Kesler, eerlijk gezegd, eerder op de echtscheidingsbeurs in Utrecht dan in een tête à tête bij kaarslicht in Liverpool. Maar het is nooit te laat voor een academische bekering van fatsoen. Een mens wordt ouder, ook Kesler.

Hij zal het heel ostentatief wegproesten, maar ik denk dat Kuijt nu in een psychisch wak zit. Het perspectief van een zomer zonder Europees kampioenschap voetbal moet hem pijn doen. Dirk mag dan nog gelukkig getrouwd zijn, een voetballer is toch in de eerste plaats instinct. Voor de bal.

Guus Hiddink is al zijn leven lang de kroongetuige van deze duistere binnenkant. Nee, niet Van Basten, niet John van ’t Schip. Wellicht zijn zij nog op zoek naar hun binnenkant. Dat coacht wat makkelijker.

Het sociale deficit van voetbal heeft bittere kanten. Zo weet nu ook Piet Keizer. En natuurlijk is het eigen aan topsport, aan commercie van bal en man. Maar moeten wij een volksjongen als Kuijt nu niet helpen in de bewapening tegen een stukgeslagen droom?

Hij was het toch die de natie jarenlang, in sombere tijden, heeft toegelachen als een kerstbal.