Zoetgevooisde charmezang

Benny Neyman was een vaste waarde in de Nederlandse lichte muziek: ruim dertig lp's en cd's. Hij stierf voordat hij een nieuwe start kon maken.

Benny Neyman kwam vorig najaar met een nieuwe cd die hij Onverwacht noemde. En dat zou ook de titel worden van de theaterconcerten waarmee hij de eerste helft van dit jaar op tournee zou gaan. Maar die tournee moest in oktober worden afgezegd, omdat hij kanker bleek te hebben. Meteen liet de zanger bekendmaken dat hij geen eindeloze behandelingen wilde ondergaan. Hij is op 56-jarige leeftijd overleden.

De titel Onverwacht verwees naar de nieuwe start die Neyman wilde maken. Nu zijn platenmaatschappij hem na bijna dertig jaar had laten weten dat hij niet meer welkom was met een nieuwe cd, voelde hij zich niet alleen aan de kant gezet, maar tevens bevrijd van de verplichting om liedjes met hitpotentie te blijven maken. Daar kwam bij dat hij zelf al in de zomer van 2006, na een burn-out, had gebroken met zijn management. Samen met zijn man Hans van Barneveld had hij besloten voortaan alles zelf doen. Op de cd die ze vervolgens in eigen beheer produceerden – alleen te koop via zijn website en na afloop van optredens – zong hij uitsluitend repertoire dat hij zelf mooi vond. En daarmee wilde hij ook op tournee.

Benny Neyman kwam uit Maastricht, maar wilde zo gauw mogelijk naar Amsterdam. Dat lukte toen hij rond zijn twintigste werd aangenomen door de pas begonnen Academie voor Kleinkunst. Als enige van zijn lichting deed hij in 1973 eindexamen, waarna hij meteen de kans kreeg zijn eerste plaat te maken. Er zouden er nog ruim dertig volgen, met zoetgevooisde hits als Vrijgezel, Ik weet niet hoe en Waarom fluister ik je naam nog. Vaak schreef hij zijn eigen tekst op de aansprekende melodie van een hier onbekend nummer uit Italië of Griekenland. Op elke cd moest nu eenmaal een hit staan, zei hij in het Algemeen Dagblad: „En dan zong ik maar weer een Grieks dreuteltje.” Maar toen zijn platencontract was opgezegd, hoefde dat dus niet meer.

Neyman excelleerde in een genre dat zich lastig laat etiketteren - ergens halverwege de populaire meezingsector en de kleinkunst in – en werd daarmee een van de eerste Nederlandse vocalisten die met hun concerten het theatercircuit betraden. Toen hij in 1996 een Gouden Harp kreeg, werd hij geprezen als „een vaste waarde in de Nederlandse lichte muziek”. Dat had complimenteuzer gekund, maar wáár was het wel.