Zelfbewust en ethisch bevlogen

Geen staatsfondsen maar Indiase ondernemingen zelf timmeren aan de weg. Zoals het conglomeraat Tata. Portret van een snel groeiende mondiale speler, met naar eigen zeggen hoge ethische normen.

Ratan Tata (70), de topman onder wie het Indiase conglomeraat groot is geworden . De logo’s zijn (van linksboven met de klok mee) van de auto-, thee-, telecom-, staal- en consultantdochters. BLOOMBERG NEWS

Met de verschijning op de weg dit jaar van de Tata Nano, ’s wereld goedkoopste personenauto, zal er iets in India gaan veranderen. De onderkant van de snel uitdijende middenklasse krijgt uitzicht op comfortabel vervoer. Miljoenen stedelijke forensen hoeven niet langer op de nauwe achterbank van de autoriksja of in de overvolle bus naar hun werk. Vrees van de automobilist in het duurdere segment: een telefoontje van de huishoudhulp dat zij ook in een verkeersopstopping staat, en daarom wat later komt om op de kinderen te passen.

Want de infrastructuur kan de snelle opkomst van India niet bijbenen. Een kniesoor in India spreekt over een ‘milieuramp in wording’. Euforie over de Indiase ‘volkswagen’ overheerst. En Tata, de producent, heeft meer nieuws in petto. Binnenkort valt de overname te verwachten van Jaguar en Land Rover.

Ook een nuchter analist ontkomt niet aan bewondering voor het Indiase conglomeraat. Het binnenhalen van de Britse prestigemerken – van het noodlijdende Amerikaanse Ford – zal aanleiding geven tot nieuw enthousiasme. Vorig jaar kwam Tata uit de overnamestrijd om het Brits-Nederlandse staalbedrijf Corus als winnaar tevoorschijn. „Natuurlijk zijn veel Indiërs trots op Tata. Maar je moet een onderneming niet beoordelen vanuit nationalistische sentimenten”, zegt de 68-jarige econoom Suresh D. Tendulkar. Een onderneming behoort volgens hem in de eerste plaats succesvol en dus winstgevend te zijn. „En dat is Tata”.

De boodschapper van het goede nieuws is Ratan Tata, een 70-jarige vrijgezel, die bijna zeventien jaar geleden het roer bij Tata overnam. Onder zijn leiding is de omzet van het conglomeraat meer dan verzesvoudigd. Tata maakt vrachtauto’s en personenwagens, exploiteert kolenmijnen, produceert staal, verbouwt thee, baat dure hotels uit, is wereldwijd een vooraanstaande consultant op het gebied van informatietechnologie. Beurswaarde: 40 miljard euro.

Ratan, afgestudeerd als architect aan de Amerikaanse Cornell Universiteit, is een bedachtzaam man. Hij houdt van vliegen en van mooie auto’ s, maar is allesbehalve een societyfiguur die zijn status als businesstycoon in glossy magazines etaleert. Hij hamert op het handhaven van hoge ethische normen: geen smeergeld, geen vriendjespolitiek. In het Indiase zakenmilieu is hij geen nieuwe rijke, het geld van zijn familie is oud geld.

„Ratan Tatan past niet in het beeld van de nieuwe, dynamische Indiase ondernemer die zich al vechtend een positie aan de top verovert en die de verworven rijkdom graag toont aan de buitenwereld’’, zegt Malvika Singh, die als journaliste veel heeft geschreven over het Indiase bedrijfsleven. Zij kent Ratan goed. Singh, nu uitgeefster van het discussietijdschrift Seminar in New Delhi: „De Tata’s zijn van huis met rijkdom opgegroeid. Ratan heeft geen enkele neiging tot extravagantie.’’

In de kronieken wordt ook altijd verwezen naar het verlichte sociale beleid van de onderneming. Bij de grote hoogovens in Jamshedpur, in de arme deelstaat Jharkhand, bouwde Tata een eeuw geleden al modelwoningen voor zijn arbeiders. Kinderen kregen er gratis onderwijs. Anno 2008 is de stad, de enige in India zonder democratisch gekozen bestuur, nog steeds toonaangevend. De meer dan 500.000 inwoners hebben er 24 uur per dag stroom en water.

„Als ik premier was, zou ik de stroomvoorziening van India in handen van Tata geven’’, zegt Malvika Singh. „ Als je in India praat over sociaal ondernemerschap, praat je over Tata. Niemand zal het begrip filantropie associëren met een ander bedrijf. De Tata’s hebben hun onderneming nooit gebruikt als melkkoe om hun eigen persoonlijke rijkdom te vergroten.”

Toen Ratan aantrad als topman voorspelden veel analisten dat hij het heel zwaar zou krijgen en ze vreesden het ergste. Ratan nam het roer over van (zijn verre oom) Jehangir Ratanji Dadabhoy (J.R.D.) en trad daarmee in de voetsporen van de man die het consortium meer dan een halve eeuw had geleid vanuit het Bombay House, het hoofdkwartier van Tata. J.R.D.’s prestige was onbetwistbaar, binnen en buiten het conglomeraat, zeggen ze in India. Hij had Tata groot gemaakt tijdens India’s centraal geleide economie van na de onafhankelijkheid. „J.R.D. zei altijd: ‘Ik wil de eerste socialistische kapitalist van India zijn’. Hij was een vriend van Nehru, de eerste premier van na de onafhankelijkheid. Als hij een vergunning nodig had, regelde hij dat bij het ontbijt’’, zegt Malvika Singh.

In zijn eerste jaren aan de top werd Ratan Tata, terwijl India liberaliseerde, geconfronteerd met harde weerstand van oudgedienden. Velen voorspelden het uiteenvallen van het conglomeraat. Hij heeft al zijn critici de mond gesnoerd. Het werd onlangs bij de lancering van de Nano weer veelvuldig gememoreerd. Ver voor zijn aantreden als bestuursvoorzitter zag Ratan al in dat Tata zich moest ontworstelen aan de bureaucratische houdgreep, nieuwe markten moest opzoeken en zich in nieuwe, hoogwaardige sectoren moest begeven, zegt Malvika Singh. Hij heeft noodlijdende onderdelen gesaneerd, nieuwe managers van buiten aangetrokken, niet-Parsi’s in de top benoemd. „Hij heeft het aangedurfd nieuwe gebieden te betreden, waarvan niemand dacht dat het mogelijk was”, zegt Singh.

Zo besloot Ratan dat Tata ook personenauto’s moest maken, in weerwil van de sterke Japanse concurrentie. Negen jaar geleden werd met succes de Tata Indica gelanceerd, gevolgd door de Indigo, en dit jaar zou dan de grootste sprong voorwaarts komen met de Tata Nano.

Zo behoort Tata Steel (sinds 1907) in de wereld tot de staalproducenten met de laagste kosten, dankzij ijzerertsmijnen én hoogwaardige eindfabricage (zoals Hoogovens van Corus) in eigen hand. „De eigenaren van ijzererts zullen de industrie gaan domineren. Ze zullen de OPEC worden van de staalindustrie, voorspelde Ratan Tata ruim twee jaar geleden in de The McKinsey Quarterly. Eind vorig jaar kondigde Tata Steel aan 1,5 miljard dollar in de ijzerertswinning in Ivoorkust te steken. Vorige week nog nam Tata Chemicals voor 1 miljard dollar een Amerikaanse sodafabriek over.

Was Tata soepeler geweest, zei Ratan verder in dat interview, daarbij doelend op zijn ethische normen, had het concern wellicht nog harder kunnen groeien. Maar dan, zei Ratan, zouden we ons niet langer hebben onderscheiden. „Dan zouden we gewoon het zoveelste sjoemelende zakenbedrijf van India zijn geweest.”