WIA werkt helemaal niet goed

De WIA, de opvolger van de WAO, zou aardig voldoen. Werkgevers willen het zo houden. Leo Hartveld van de FNV ziet dat heel anders.

Volgens NRC Handelsblad lukt het steeds beter om werknemers met een ziekte of handicap weer aan het werk te krijgen (‘Afgekeurde vaker aan het werk’, 6 februari).

De FNV waagt dat te betwijfelen. Uit een eigen meldlijn blijkt dat vooral de groep met een behoorlijke handicap grotendeels thuiszit. Voor hen hakt dat er fors in. De hoogte van hun uitkering is namelijk gekoppeld aan de mate waarin ze aan het werk zijn.

De groep waar NRC Handelsblad het over heeft, zijn de mensen met een lichte arbeidshandicap. Sinds de invoering van de WIA (wet op Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, opvolger van de WAO) in 2006 wordt deze groep geacht zichzelf te redden. Zij krijgen ook geen uitkering meer. Van deze groep is nu 62 procent aan het werk. Ook dat vinden wij te weinig. Wij willen dat de WIA wordt gerepareerd.

De werkgevers verzetten zich hiertegen. Dat is vreemd. Wat de vakbonden willen, hebben we indertijd met de werkgevers afgesproken in de Stichting van de Arbeid. Vergeleken met de WAO werd in de WIA de drempel voor een uitkering in de nieuwe wet verhoogd. De groep zonder uitkering werd hiermee dus groter. Maar de vakcentrales gingen hiermee alleen akkoord, omdat er een afspraak werd gemaakt over het aan het werk houden van deze groep. Namelijk dat werkgevers alles op alles zouden zetten om mensen te herplaatsen in aangepast werk bij de eigen werkgever of ergens anders. Deze groep moest ‘gewoon’ aan het werk blijven. Verlies van werk moest een grote uitzondering zijn. Aldus werknemers én werkgevers in de Stichting van de Arbeid.

Meet je het hieraan af, dan gaat het helemaal niet goed. Een jaar geleden kwam nog 47 procent van deze groep zonder werk te zitten. Nu is dat 37 procent. Natuurlijk is dat iets beter, maar het blijft een feit dat voor bijna vier op de tien de landelijke afspraak niet blijkt te werken. Elk jaar komen zo duizenden mensen via de WW in de bijstand.

Ook voor werkgevers is er alle reden om nog eens goed naar de criteria te kijken. Ook zij hebben er ook last van dat het moeilijk is om een uitkering te krijgen. Want als de werknemer een deel van het inkomensverlies gecompenseerd krijgt, kan de werkgever dat gemakkelijker aanvullen met een deel loon.

Vanaf het begin van de discussie over een nieuwe WAO hebben werknemers en werkgevers gewaarschuwd dat het kabinet niet moest doorschieten naar de theoretische kant. Bijvoorbeeld dat keuringsinstantie UWV uit de enorme hoeveelheid mogelijke functies in hun computersysteem niet langer 30, maar nog maar 9 geschikte functies hoeft te halen om iemand te kunnen goedkeuren. Samen hebben we gewaarschuwd voor de steeds striktere medische keuringen, waardoor lastig te beoordelen ziektes min of meer genegeerd worden, zoals vermoeidheidsklachten. Het probleem van de arbeidsongeschiktheid is met de WIA niet verdwenen maar eerder onzichtbaar geworden. Met onze meldlijn lichten we een tipje van de sluier op.

Het ergste is dat de WIA voor werknemers een soort pestwetgeving is geworden. Als je geen werk meer hebt of te weinig verdient, val je terug op een minimumuitkering. Dan heb je al drie, vier jaar van reïntegratie achter de rug. Van een prikkel tot werkhervatting is dan ook geen sprake. Wat mensen dan nodig hebben zijn initiatieven voor ander werk.

Nog maar een paar weken geleden hebben de werkgevers samen met de bonden een brief aan de Kamer gestuurd met het pleidooi deze wetgeving te wijzigen. Nu zeggen ze dat alles moet blijven zoals het is. Ik kan dat niet begrijpen.

Leo Hartveld is federatiebestuurder van de FNV.