Wel zorgen, geen eisen is het devies in Soedan

Nederland gaf de laatste drie jaar 424 miljoen ontwikkelingshulp aan Soedan. De ministers Koenders en Verhagen bezochten het land, maar stelden geen eisen.

Geen compromitterende foto’s. De begroeting was reeds achter de rug toen de fotografen enkele minuten bij het omstreden staatshoofd binnen mochten voor het gebruikelijke fotomoment. Zij troffen slechts ver van elkaar zittende gesprekspartners aan. „Moeilijk”, zegt minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA). „Moeilijk, maar noodzakelijk”, vult minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) aan. Een hand schudden waar ‘bloed’ aan zit. Zelf vuile handen maken dus. Soms moeten politici daar even ‘doorheen’.

Het overkwam beide Nederlandse bewindslieden gisteren in de Soedanese hoofdstad Khartoum waar zij aan het slot van een vierdaags werkbezoek hun opwachting maakten bij president Omar al-Bashir. De man die als een van de hoofdverantwoordelijken wordt beschouwd voor onder andere het drama in Darfur, dat inmiddels heeft geleid tot honderdduizenden doden en meer dan twee miljoen mensen op de vlucht. Eigenlijk meer iemand voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dan voor een Haagse handdruk.

Maar tegelijk is Bashir de man waar de internationale gemeenschap niet omheen kan om nog enige invloed uit te kunnen oefenen op de uitzichtloze humanitaire situatie. Zonder hem geen VN-vredesmacht of hulporganisaties in het door etnisch geweld en stammenstrijd geteisterde westen en zuiden van het land. Verhagen: „Je moet het gesprek wel aangaan wil je een betere toekomst voor dat land realiseren.” Koenders: „Onafwendbaar als je iets wil bereiken.”

Het was deze week een beladen reis van de twee ministers aan het grootste en meest onrustige land van Afrika. Tevens een van de landen waar met in totaal 424 miljoen euro de afgelopen drie jaar de meeste Nederlandse bilaterale hulp naar toe ging. Een bezoek dat Verhagen vooraf als „spannend” had bestempeld. „We moeten zien hoe we met een kritische houding iets kunnen bereiken.” Of dat is gelukt? „Het was schaatsen op dun ijs, maar we zijn niet door het ijs gezakt”, aldus Koenders gistermiddag bij zijn vertrek.

Minister Verhagen constateerde het eind vorig jaar reeds bij de presentatie van zijn mensenrechtennotitie: de tijd dat een rijk land als Nederland eenzijdig allerlei strikte eisen kan verbinden aan hulpgelden is voorbij. Ontwikkelingslanden, en zeker die in Afrika, laten zich niet meer de les lezen. Gaat de geldkraan uit het Westen dicht dan zijn er altijd weer de Chinezen die met aanzienlijk meer geld, maar zonder moreel geladen verlangens, bereid zijn over de brug te komen. Tijdens hun bezoek aan Soedan hebben Verhagen en Koenders dat zelf kunnen zien. Tot in de verste uithoeken van het land stonden de vrachtwagens van de China National Overseas Engineering Corporation. Onder andere om mede door Nederland gefinancierde projecten uit te voeren.

En zodoende kozen de Nederlandse ministers tijdens hun vele ontmoetingen met Soedanese bestuurders voor de subtiele aanpak: wel zorgen, geen eisen. Over de ruimte die de Soedanese regering bereid is te bieden aan de internationale vredesmacht van de VN voor Darfur die wordt opgebouwd, over de schending van de mensenrechten, over de situatie in de vluchtelingenkampen, over de vrouwenverkrachtingen. Kortom, zoals dat in diplomatieke termen heet: openhartige gesprekken.

Waar dat toe leidt? Koenders: „Nederland wordt als zeer kritisch gezien. Maar we kunnen op een aantal punten een katalyserende rol spelen.” Meer concreet: minister Verhagen meldde dat de Nederlandse ambassade met het ministerie van Binnenlandse Zaken een aantal individuele gevallen van schendingen van mensenrechten gaat bespreken. Niet bespreekbaar was in elk geval Soedans medewerking aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het bewind in Khartoum weigert dit hof te erkennen. Soedan heeft zijn eigen rechtbanken, vertelde president Bashir de Nederlandse ministers. Waarop Verhagen volgens eigen zeggen de gastheer liet weten dat hij landgenoten die door het Internationaal Gerechtshof verdacht worden van oorlogsmisdaden moest vervolgen in plaats van te benoemen op hoge posten.

De betrokkenheid van Nederland bij het 37 miljoen inwoners tellende Soedan is al sinds jaar en dag groot. Het geld uit Nederland is niet alleen bestemd voor humanitaire hulp of opbouw, maar ook voor veiligheid. Van de 135 miljoen euro die het afgelopen jaar was gereserveerd ging ruim 18 miljoen naar vredeshandhaving. Nederland zit als waarnemer bij de voortgezette vredesbesprekingen die eind vorig jaar in de Libische stad Sirte zijn begonnen.

Maar volgens mensenrechtenactivisten waarmee de Nederlandse delegatie deze week sprak is er juist op het terrein van veiligheid veel meer te doen. „De Nederlandse regering moet helikopters naar Darfur sturen”, zei mensenrechtenadvocaat Salih Osman Mahmoud, die het Westen verweet zich eenzijdig te concentreren op Afghanistan. „Niemand wil soldaten sturen naar Darfur.” Maar volgens Verhagen is deze klacht aan het verkeerde adres gericht. „Het is de regering van president Bashir die zo min mogelijk westerse troepen in de VN-vredesmacht wil hebben.” En over de helikopters: „Er is bij vredesoperaties altijd behoefte aan helikopters, maar wij hebben ze niet.” Als Nederland een bijdrage gaat leveren aan de vredesmacht, die volgens de plannen uiteindelijk uit 26.000 man moet bestaan, zal deze uitermate bescheiden zijn.

Minieme stapjes in een nog langdurig en ongewis proces. Het geldt eigenlijk voor alle inspanningen in Soedan. Zoals de Zuid-Soedanese onderminister van huisvesting Silves Clark deze week zei tegen de bezoekers uit Nederland die een waterzuiveringproject kwamen bekijken: „Volgens uw standaarden betekent wat wij hier aan het doen zijn helemaal niets. Maar voor ons is het heel belangrijk.”