Waar gaat gij heen, Tsjechië?

Het Tsjechische parlement gaat vandaag een nieuwe president kiezen.

De oude president is omstreden en zijn uitdager is een politiek buitenbeentje.

Bewakers bij de burcht van Praag, waar de presidentsverkiezingen vandaag worden gehouden. Foto Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

De meeste Tsjechen hadden tot voor kort nooit van Jan Švejnar gehoord. Nu ligt zijn naam op ieders lippen. Vandaag doet Jan Švejnar een gooi naar het presidentschap van Tsjechië. En hij kan nog winnen ook. Švejnar (55) is een buitenstaander: als 17-jarige ontvluchtte hij het communistische Tsjechoslowakije. Hij bouwde een nieuw leven in de VS op, kreeg daar het staatsburgerschap, trouwde een Amerikaanse en werd economieprofessor. Zijn Tsjechisch is roestig, hij spreekt het met een accent, maar zijn campagne is geolied: na drie maanden heeft hij half Tsjechië achter zich.

Zijn snelle opkomst is minder raar dan het lijkt: veel Tsjechen zijn gedesillusioneerd over hun politici, die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Na de parlementsverkiezingen in juni 2006 kostte het premier Topolánek een half jaar om een regering te formeren. Zijn meerderheid is breekbaar en dat zorgt voor een permanente crisissfeer. En de huidige president en rivaal van Švejnar, Václav Klaus, is omstreden. „We hebben iemand nodig die problemen oplost en niet creëert, iemand die kan discussiëren en niet alleen lezingen geeft”, aldus een commentator in het blad Respekt.

Klaus (66) schoot vaak tekort bij het oplossen van impasses: het boterde niet met de oppositie, maar ook niet met partijgenoot Topolánek. Klaus trok ook aandacht met kritiek op de EU – „een gevaarlijke superstaat” – en haalde het wereldnieuws door de opwarming van de aarde een fictie te noemen. „De milieubeweging is een gevaarlijke ideologie die een gevaar vormt voor de menselijke vrijheid.”

In dat klimaat bloeit Švejnar. Gisteren publiceerde hij een boek met zijn ideeën: Kam krácís, Cesko? (Quo vadis, Tsjech?). Klaus, schrijft hij, is een man van het verleden, een provinciaal die vindt dat de wereld zich maar aan Tsjechië moet aanpassen. „Hij toont geen toekomstvisie en niemand vraagt hem daar meer om. Maar de wereld zit in een dynamische ontwikkelingsfase en vergeeft de slaapkoppen aan het roer niet.”

Švejnar doet het goed in de peilingen, maar daar heeft hij nu niets aan: de president wordt namelijk gekozen tijdens een gezamenlijke sessie van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Hoewel Klaus met zijn ideeën ook in zijn eigen ODS moeilijk ligt, neigen veel politici naar handhaving van de status quo, uit vrees dat Švejnar de boel te veel opschudt.

Klaus kan rekenen op 120 van de 281 stemmen, Švejnar op 100 stemmen. Om de rest wordt hard gevochten – volgens hardnekkige geruchten zelfs met smeergeld. In de parlementaire wandelgangen circuleren lijsten van mogelijke verraders en anti-lijsten van loyale partijleden.

De coalitie van premier Topolánek kraakt. Švejnar wordt gesteund door een van zijn eigen partners, de Groenen, bij wie de kruistocht van Klaus tegen het milieu verkeerd is gevallen. De socialisten in de oppositie zijn ook voor Švejnar.

Premier Topolánek heeft Švejnar hard aangevallen. Hij uitte twijfels over de financiering van diens campagne, waarop Švejnar prompt openheid van zaken gaf, met het verzoek of Klaus dat ook wilde doen. Ook wordt er geschamperd over het patriottisme van „de kandidaat uit de VS”, wiens vrouw, straks mogelijk First Lady, geen Tsjechisch spreekt. Švejnar is hier gevoelig voor: hij wil zijn Amerikaans staatsburgerschap opgeven als hij wordt gekozen, zijn vrouw gaat indien nodig op een taalcursus.

Oud-dissident en oud-president Václav Havel steunt Švejnar, die in de jaren negentig een van zijn adviseurs was. Maar het laatste woord vandaag is aan de Tsjechische Communistische Partij. Hoewel de communisten nooit afstand hebben genomen van het verleden en politiek een geïsoleerd bestaan leiden, hebben ze wel 26 zetels in het Huis en drie in de Senaat, genoeg om een sleutelrol te spelen. Ze vragen een hoge prijs: opheffing van het officieuze embargo op communistische regeringsdeelname.

Švejnar voelt daar weinig voor. Hij heeft gezegd dat hij meer rekening met de communisten zal houden als zij het vroegere regime duidelijk veroordelen en de EU en de NAVO omarmen. Klaus is milder: hij zei laatst dat de bestrijders van het communisme dertig jaar te laat zijn, implicerend dat de pariastatus van de communisten lang genoeg heeft geduurd.

De communisten zelf overwegen op de valreep een eigen kandidaat in te brengen, als het stemproces dreigt vast te lopen. Want dat hebben ze na achttien jaar wel begrepen: de democratie zit vol verrassingen.