Voorbij de smaak

Een wekelijkse verkenning langs de grenzen van de slechte smaak

Uit besproken boek

Twee uitgevers aan de borreltafel. Brainstorm. ‘Boekie maken?’ ‘Dik boekie…’‘Beeldboekie…’ ‘Rippen we plaatjes uit ouwe boeken, scannen, we flikkeren de hele zooi in de trechter…’ Er verscheen een boek dat het resultaat lijkt van zulk cafépraat: De Parallel Encyclopedie door Batia Suter. Nog nooit van haar gehoord. In dit boek vind ik beelden van mestkevers, turbulentie, koffiebekertjes, Mars, de zeeappel.

Allemachtig. Ik denk aan Mieke Telkamps ‘Waarheen, waarvoor…’

We gaan verder. Plaat van een auto die omwaait, duel op ‘t pistool tussen twee vrouwen, het vetstaartschaap, ijsbloemen, de fotograaf Nadar in het mandje van een luchtballon, booreiland, pyramide, peperachterham van het merk Stegeman, pisbak vol ijsblokjes, houtsnijwerk uit Congo, de nieuwe thermoplastische papierbakken van Gemeente Amsterdam, Dante’s haakneuskop door een anonieme meester geboetseerd… De meeste plaatjes zijn afkomstig uit ‘ouwe boeken’ en gedateerde tijdschriften. Wat Suters Parallel Encyclopedie laat zien is zelden vertoond. Het is de collectie van een gek.

Ars combinatoria van dit soort opereert altijd in een grensgebied. Waanzin en slechte smaak liggen er op de loer, dwalen en verdwalen valt bijna samen. Als toeschouwer moet je de combinator maar willen en kunnen volgen. In het laatst van zijn leven hield August Strindberg (1849-1912) zich bezig met wat men correspondances zou kunnen noemen. Vormovereenkomsten in kunst, wetenschap, of natuur. Zijn paranoïde inslag was zeer behulpzaam om volstrekt uiteenlopende zaken op elkaar te betrekken. Zo verbond hij Chinese met Japanse lettertekens (waarvan hij de betekenis niet kende), de steeldoorsnee van een waterplant en een toren van baksteen, een ui met de wereld: ‘De knol van de ui lijkt werkelijk op de rotatie-ellips van de aarde, de stengel rijst recht op als de aardas en houdt de bloem omhoog, die een sfeer weerspiegelt, bestrooid met zespuntige sterren.’

De Parallel Encyclopedie van de Zwitserse Batia Suter bestaat uit niets anders dan zulke correspondances. Dit boek bevat 600 pagina´s commentaarloos weergegeven beeldschakelingen. Een foto van het oude NTS-testbeeld naast een plaat uit Ernst Haeckels Kunstformen der Natur (1899), waarop prachtig afgedrukte en fraai gerangschikte schelp- en sponsdoorsneden. Een doorsnee plastic bekertje naast design uit de natuur. Het oppervlak van een stijf gebreid kinderbroekje naast de foto van een pijnappel, die op dezelfde wijze gebreid lijkt. De schorsgekko naast een ontregelend beschilderde oorlogsbodem – allebei staaltjes puur camouflagedesign. De Parallel Encyclopedie van Batia Suter is een verbijsterend boek. In de eerste plaats valt je mond open bij alle beeldrijkdom. De samenstelster moet over een schier oneindig beeldarchief beschikken. Belangrijker is haar associatievermogen, persoonlijk genoeg om je te verbazen, maar je kunt het meestal volgen, al zou je er zelf niet snel opkomen. Nog belangrijker is dat ze het voor elkaar weet te krijgen (in mijn geval al na twintig bladzijden) dat je zelf gaat zitten combineren, en meteen op commentaar komt:

‘Maar mevrouw Suter… Waarom de zojuist met een hele geit gevoede dierentuinpython niet naast de Nederlandse duikboot van het Walvistype geplaatst?’

Daar heeft Batia Suter ons waar ze ons willen hebben. Zolang de moderne mens bestaat, denkt hij over het geheugen na. Hoe werkt het, hoe wordt er geschakeld? Hoe komen dromen tot stand? Hoe betrekt zich het ene op het andere, hoe gaat dat met die correspondances? Hoe verhoudt kunst zich tot de natuur? Bedenkt een kunstenaar eigen vormen, of hoeft hij slechts een bestaand reservoir aan te breken? Hoe werkt verbeelding? Wat slechte smaak lijkt, het resultaat van borreltafelgelul, is soms toch goede, nee uitstekende smaak. Batia Suter leidt ons binnen in een gebied waar smaak geen rol speelt.

Batia Suter Parallel Encyclopedie Roma Publications, €45,- Bestellen op www.romapublications.org .