Veel Afghanistan en weinig Darfur bij World Press

De jury van World Press Photo vond de keuze dit jaar moeilijk. Juryleden Gary Knight en Stephan Vanfleteren hebben uren gediscussieerd.

Yaël Vinckx

Is de foto van een uitgeputte Amerikaanse soldaat in een loopgraaf in Afghanistan een glamoureus beeld? Op het eerste gezicht doet de World Press Photo 2007 van de Britse fotograaf Tim Hetherington denken aan een still uit een hedendaagse oorlogsfilm.

Ook roept ze de beelden van fotograaf Steven Meisel in herinnering, die vorig jaar een modereportage voor de Italiaanse Vogue maakte waarop soldaten en modellen poseerden in zogenoemde ‘oorlogssituaties’. En dan is de World Press Photo 2007 ook nog eens gepubliceerd in de Amerikaanse glossy Vanity Fair.

Juryvoorzitter Gary Knight reageert bijna furieus op de vraag. „Ik zie geen enkele glamour in deze foto. Ik zie een soldaat die is uitgeput, geen ideeën en geen oplossingen meer heeft. Het representeert de situatie waarin Amerika en Europa zich bevinden. Het is een van de accuraatste beelden van oorlog die ik ooit heb gezien. Dat mensen denken aan een scene uit een film, is de omgekeerde wereld. Het betekent dat die films goed zijn gemaakt. Maar dit is een echte man in de echte wereld.”

Dat de foto, afkomstig uit een serie die op haar beurt de tweede prijs in de categorie General News Stories won, voor een glossy werd gemaakt, juicht juryvoorzitter en voorzitter van VII Photo Agency Knight toe. „Het wordt tijd dat die lezers ook eens de consequenties zien van de oorlog die hun president voert. Je kunt wel voor eigen parochie preken, met foto’s in Time Magazine, maar die lezers zijn al overladen met deze beelden.”

Bovendien, kranten en tijdschriften kampen met steeds verder krimpende budgetten voor fotografie. „Ik zie fotografen worstelen om met beperkte financiële middelen een coherente 12-delige serie af te leveren. Het is een goede zaak dat Vanity Fair mee doet.”

Kritiek dat de winnende foto niet scherp is, trekt Knight zich niet aan. „Waarom zou een foto scherp moeten zijn? De wereld is ook niet scherp.”

De keuze was moeilijk dit jaar, stellen de juryleden Gary Knight en Stephan Vanfleteren. „We hebben uren gediscussieerd”, aldus Vanfleteren. Twee jaar geleden zat de Belgische fotograaf ook in de jury. „Toen was de kwaliteit van de ingezonden foto’s beter. Ook vonden er meer aansprekende gebeurtenissen plaats.”

Voor 2007 gold bovendien dat de fotografen niet altijd bij de grote catastrofes konden komen. Zo ontbrak het geweld in Darfur nagenoeg in de inzendingen. „Het is heel moeilijk om Darfur binnen te komen”, weet Vanfleteren.

En dan is er ook nog eens de druk van de deadline. Vanfleteren verhaalt van een fotograaf die wel binnen geraakte, maar die vervolgens van zijn opdrachtgever in één dag foto’s moest maken. „Wat kun je in één dag in Darfur doen?”

Ook waren er weinig beelden van de oorlog in Irak. Knight: „Het is moeilijk en duur om in Irak te werken. Fotografen kunnen eigenlijk alleen mee met Amerikaanse soldaten. Dat levert nu al vier jaar een eindeloze stroom van dezelfde beelden op.”

Onder de winnaars bevindt zich een Nederlander. Pieter ten Hoopen won de eerste prijs in de serie Daily Life Stories, met een foto van een jongen op een bromfiets in het Russische Kitezh, ‘de onzichtbare stad’. Verder scoorden ook de foto’s van John Moore van de aanslag op de Pakistaanse Benazir Bhutto hoog. Moore stond vlak bij Bhutto op het moment van de explosie, maar wist nog net af te drukken.