Tv-macht

Stel je voor dat onze nationale verdachte zich werkelijk in dat woningencomplex in Drachten had verstopt, dat daar een behulpzame bewoner, bewogen door een gevoel van rechtvaardigheid, het nummer van het appartement aan iemand in die ook al terecht zo boze massa had gegeven, misschien wel met de sleutel van de hoofdingang. Wat dan? Het is niet helemaal uitgesloten dat een paar tientallen of desnoods honderden van onze zeven miljoen rechters naar binnen waren gestormd, de deur hadden geforceerd, de verdachte uit het raam gegooid en en passant nog het een en ander aan huisraad kort en klein geslagen. ‘Als ik hem zie sla ik hem hartstikke dood,’ zei een vrouw op SBS6.

Op 26 en 27 november 1962 voltrok zich de eerste geweldige Nederlandse televisiegebeurtenis: Open het dorp. Mies Bouwman, de populaire televisiepresentatrice, leidde een 23 uur durende marathonuitzending die tot doel had, geld in te zamelen voor een dorp speciaal voor gehandicapten. Wim Kan deed ook mee, op de radio. Je moest een bankbiljet in een lucifersdoosje doen en dat bij de RAI afleveren. Geld op een girorekening storten mocht ook, maar de meeste gulle gevers kozen voor het doosje. Bij de RAI onstond een verkeersknoop, die kwam ook op de televisie en dat bracht weer andere kijkers ertoe, zelf naar deze knoop te gaan kijken. De opbrengst van het evenement was 21 miljoen gulden. Op die nacht heeft Nederland kennis gemaakt met de macht van de televisie.

In Frankrijk gebeurde het in mei 1968, bij de revolutie van de studenten. Op de Boulevard Saint Michel gingen de eerste auto’s in brand. Dat kwam op de televisie. Binnen een paar uur was het Quartier Latin in een slagveld veranderd. In zijn boek Marx noch Jezus geeft Jean-Francois Revel een samenvatting: ‘De aanblik van een oproer zet aan tot oproer, het zien van protesterenden wekt op tot protest, het zien van een Woodstock veroorzaakt een Woodstock. (-) Het verwijt van de tegenstanders van informatie is, dat er alleen crisis vertoond wordt, racisme, ellende, vernietiging van het milieu, en ze hebben gelijk: informatie is crisis.’

Zo is het ook het geval met onze nationale verdachte. Alle partijen hebben meegewerkt om van een tragische maar betrekkelijk eenvoudige zaak een doolhof te maken. Het is begonnen met de verdachte zelf. Schuldig of niet, hij ging zich steeds ingewikkelder gedragen, als gevolg waarvan steeds meer mensen zich met de zaak gingen bemoeien. Zo is het vanzelf op de televisie gekomen. De oplossing bleef uit. Meer televisie. Tenslotte werd er een massa van zeven miljoen gemobiliseerd. Niemand weet nog of en in hoeverre de verdachte schuldig is, maar die woedende zeven miljoen hongeren naar recht, liefst zo spectaculair mogelijk. Zo gaat het nu eenmaal met woedende massa’s.

In 1987 werden in Oude Pekela twee clowns gesignaleerd die ervan werden verdacht, zich aan kleine jongens te hebben vergrepen. De clowns werden niet gepakt maar er ontstond een tornado van geruchten, waardoor niet een misdaadverslaggever maar de minister van Justitie persoonlijk, mr.Frits Korthals Altes, erbij kwam. Ook hij bracht niet de oplossing. Sindsdien zijn de tijden aanmerkelijk rauwer geworden. Daarvan kunnen we niemand in het bijzonder de schuld geven. Kogelbrieven, doodsbedreigingen, ja, daar zijn we allemaal aan gewend. Zonder televisie was het niet gebeurd, maar de tv willen we nooit missen.