Sorry

De vreemde meneer kijkt rond, wijst theepotten aan en vraagt

of ik verzamel. Nee, het loopt alleen maar uit de hand. In één

kamer telt hij zeven exemplaren. Die met de dubbele wand is

duidelijk beter dan de anderen, maar lekt daarom niet minder.

Dus staat hij er maar. Er is een pot met hengsel van materiaal

dat even warm wordt als de thee. Een groene heeft een deksel

dat eraf valt als je een kopje vol wil schenken. Ik heb er waar

maar één kop in kan of waarin de thee naar koffie smaakt.

Als ik degene met het lamme oor op de grond laat vallen

of eigenlijk op mijn teen, zeg ik sorry. De meneer kijkt vreemd.

Maar ik heb gelijk. De week erna is mijn nagel zwart en valt eraf.

Wat moet de pot onder zijn metalen glans een pijn hebben gehad.

Vorig jaar verscheen de tweede dichtbundel van Vrouwkje Tuinman, Receptie, die in deze krant werd omschreven als „Mooi, en goed te volgen, maar zeer vervreemdend”. Onlangs maakte zij nieuwe teksten voor het Carnaval der dieren van Saint-Saëns. Dit is haar eerste kindergedicht.