Russische spelletjes

Rusland heeft geprobeerd een spelletje te spelen met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Die opzet is mislukt. De OVSE stuurt geen waarnemers naar de presidentsverkiezingen van 2 maart.

Een laatste concessie van de Russische regering om de 70 waarnemers toch 7 dagen toe te laten, kon de OVSE niet vermurwen. In een week kunnen zo weinig waarnemers zich geen serieus beeld vormen van de presidentsverkiezingen in het grootste land ter wereld. Verkiezingen laat zich immers niet alleen beoordelen aan de hand van de wijze waarop de stemmen ter plekke worden geteld. Dat is weliswaar het cruciale sluitstuk. Maar de maanden daarvoor zijn ook van belang. Daarbij gaat het om de rol van de staatsmedia, de vrijheid om propaganda te bedrijven, te reizen en zelfs zaaltjes te huren. En, het belangrijkste, om het telproces tussen lokaal stembureau en nationale kiesraad. De OVSE heeft geconcludeerd dat ze deze opdracht niet goed kan uitvoeren.

Rusland op zijn beurt lijkt te hebben gewonnen. Het ziet de OVSE als instrument van buitenlandse inmenging, zoals zou zijn gebleken bij de rozenrevolutie in Georgië (2003) en de oranjerevolutie in Oekraïne (2004). Toch is Moskou ook in verlegenheid gebracht. Dat het ministerie van buitenlandse zaken zei de stap van de OVSE "ten diepste te betreuren” was meer dan diplomatiek jargon. Ondanks de naar autarkie neigende retoriek hecht het Kremlin nog steeds waarde aan Europa. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de onverwijlde garantie dat de EU-landen geen last krijgen van het mogelijke besluit van Gazprom om maandag de gaskraan naar de Oekraïne dicht te draaien wegens een achterstallige betaling van een miljard euro.

Maar de breuk tussen de OVSE en Rusland dwingt ook het Westen tot reflectie. De OVSE bestaat dit jaar 35 jaar. De eerste twee decennia was ze een organisatie die tijdens de Koude Oorlog de ontspanning moest bevorderen door een gestructureerd overleg over de politieke, militaire en economische kwesties die Europa verdeeld hielden. Onder druk van de NAVO-partners werden daar indertijd democratische waarden en mensenrechtenals derde dimensie aan toegevoegd. Na de ontmanteling van het ‘reëel bestaande socialisme’ in 1989/1991 werd die laatste opdracht de hoofdtaak.

Door het conflict tussen Kremlin en OVSE kwijnt die taak nu weg. Sinds Rusland vorig najaar zijn deelname aan het verdrag over conventionele strijdkrachten in Europa (CFE) heeft opgeschort, is ook de eerste dimensie op sterven na dood. Nu rest alleen nog economische samenwerking. Maar daarin kan de OVSE alleen een rol spelen, als de Europese Unie zoveel mogelijk met één mond gaat spreken.

Gezien de wat onderdanige houding van bijvoorbeeld de regeringsleiders Sarkozy en Balkenende is daarheen nog een lange weg te gaan. Maar die weg moet wel worden ingeslagen. Ook voor de langere termijn is dat broodnodig. Want het bewind van Poetin, ook als dat in naam wordt geleid door een president die Medvedev heet, is niet onsterfelijk. Als Rusland tegen die tijd worden verrast door het einde van dat tijdperk, moet Europa zich niet evenzeer laten verrassen.