Rolling Stones openen met ‘Shine a Light’

Niet de filmsterren stalen gisteren de show bij de opening van het 58ste Berlijnse Filmfestival, maar de popsterren, over wie een reeks muziekfilms is gemaakt.

Mick! Keith! Ronnie! Charlie! De echte helden van de 58ste Internationale Filmfestspiele Berlin heten niet Brad! of George! of Julia! De echte sterren van de Berlinale zijn niet eens filmsterren. Ze zijn een maatje groter. Het zijn de Rolling Stones. En de Rolling Stones zijn hors concours, zo bleek uit de concertfilm Shine a Light van Martin Scorsese – met zijn 64 jaar slechts een jaartje ouder dan Mick Jagger – die gisteren het festival opende.

Voor de Rolling Stones vechten doorgaans zo flegmatieke filmjournalisten zich krijsend een weg naar binnen bij de allereerste persvoorstelling van de film. Voor de Rolling Stones breken ze met hun gewoonte om slechts zelden na afloop en al helemaal niet tijdens de vertoning te applaudisseren. En zong er daar iemand mee?

Voor de Rolling Stones doorstaan ze braaf anderhalf uur zuurstofgebrek in een wegens overcapaciteit afgesloten persconferentieruimte om ze vervolgens dezelfde vragen te stellen die, zo zagen we in archiefbeelden in de documentaire, de Stones al veertig jaar onnozel, stuurs, grappig, beleefd of ronduit bot proberen te ontwijken.

Hoe lang denkt u dit nog te doen? Wat had u willen doen als u geen rockster was geworden? Had u dit ooit gedacht?

En dan voegen de filmjournalisten zich tussen de paar duizend fans om en rondom de Marlene Dietrich Platz om de Stones op de rode loper toe te juichen. Want nee, nee, nee. Daarvan krijgen die Stones nooit genoeg.

Het was een gekkenhuis gisteren in Berlijn. De hele omgeving van het festivalcentrum rondom de Potsdamer Platz was met dranghekken afgezet. Berlijnse kranten speculeerden over de vraag of het chique Hotel Adlon of toch The Regent de Stones zou gaan huisvesten. Iedereen vergat dat er hier een fílmfestival ging beginnen. Want zelfs directeur Dieter Kosslick kreeg er niet genoeg van om te verklaren dat „Berlin rocks”, „Film rocks” en tenslotte: „Let’s rock”.

Gelijk had hij. Behalve door de Stones werd het openingsgala bezocht door Patti Smith – over haar is de docu Dream of Life van fotograaf Steven Sebrig te zien – en Neil Young – hij verfilmde als zijn alter ego Bernard Shakey zijn eigen concerttour CSNY Déjà Vu.

Madonna wordt later tijdens het festival verwacht voor de presentatie van haar regiedebuut Filth and Wisdom, met in de hoofdrol Gogol Bordello-voorman Eugene Hutz.

En dan zijn er nog portretten over hardrockers in Bagdad, hiphoppers in Oeganda en Damon Albarn en Jamie Hewlett van The Gorillaz – in de film Bananaz.

De anders altijd zo vlotgebekte Martin Scorsese sloeg het wat stilletjes gade. Dit leek zelfs te veel voor de beroemde maker van films als Raging Bull, die het festival opende in 1981, , Goodfellas en The Departed. Maar ook van de muziekfilms The Last Waltz, over de afscheidstournee van The Band), n No Direction Home: Bob Dylan.

Scorsese wil wel graag de credits opeisen voor het feit dat hij dé Stones-film heeft gemaakt, een krachttoer met behulp van liefst zestien cameramensen, onder wie Albert Maysles, die in 1970 met zijn broer David die andere beroemde Stones-film Gimme Shelter draaide.

Maar dit is niet zijn moment. Nog voor de persconferentie goed en wel is begonnen, neemt Mick Jagger het woord en bedankt Scorsese voor het maken van de film. De rolverdeling is duidelijk. En er zou eens het misverstand kunnen ontstaan dat niet alles met de groots mogelijke jongenslol en in harmonie is verlopen.

Want de openingsbeelden van Shine a Light doen anders geloven: ze tonen een doodzenuwachtige Scorsese en een chagrijnige Jagger die er helemaal geen zin in lijkt te hebben dat er straks camera’s tussen hem en zijn fans zullen staan en op het podium tussen de gitaarsnaren willen kruipen.

Maar dat de Rolling Stones belangrijk zijn voor de filmmaker is wel duidelijk. Keith Richards: ,,We hoorden zoveel van onze muziek in zijn films dat we hem maar vroegen om een film van ons te maken.’’

Shine a Light werd opgenomen tijdens twee concerten die de band in 2006 in het New Yorkse Beacon Theatre gaf tijdens hun ‘Bigger Bang’-tournee. De film bevat fijne klassiekers als As Tears go By, Tumbling Dice, Sympathy for the Devil, Brown Sugar en natuurlijk (I Can’t Get No) Satisfaction. Jack White en Christina Aguilera zingen mee. Buddy Guy speelt gitaar tijdens de Muddy Waters-hommage Champagne and Reefer.

Keith (met een Pirates of the Caribbean-speldje op zijn revers) zingt charmant vals en wordt tot zijn schrik door brave Amerikanen uitgejouwd als hij op het podium een sigaret rookt. Charlie Watts kijkt onverstoord. De poses zijn bekend, maar zijn sterk en onovertroffen en heffen die veertig jaar dat de band bestaat moeiteloos op.

Doorsneden met archiefmateriaal moet de film de indruk wekken de grote carrièreomvattende film over de Rolling Stones te zijn. Maar heel veel wijzer over wat nu precies het geheim van de band is, of de levenslange liefde voor hun muziek van regisseur Scorsese word je niet.

Maar misschien is de essentie van de band wel niet meer en niet minder dan die muziek en de kracht van hun live optredens. Die heeft Scorsese precies en vakkundig weten te vangen. Mick, Keith, Ronnie en Charlie bleven het resultaat niet afwachten. Tot ontsteltenis van festivaldirecteur Dieter Kosslick verlieten ze het gala nog voor de film begon. En toen het gordijn openging stond de Duitse band Wir sind Helden op het podium. Ze speelden het nummer Die Konkurrenz (“schläft nicht”).