Pijn, seks en suiker

Tandbederf is ook een metafoor – voor impotentie bijvoorbeeld.

De meest voorkomende medische ingrepen bij gezonde mensen zijn in het gebit. Sinds ik deze rubriek schrijf, hoor ik veel tandartsverhalen. Een kunstenares wist me te vertellen dat ze uit had gerekend wat haar tanden haar kostte: 1 euro 50 per dag.

Over haar hele leven gerekend, slokt haar gebit het meeste geld op, concludeert ze. „En dan heb je nog niets gegeten en gedronken (dat moet je ook nog betalen).”

Het is dan ook niet vreemd dat tandbederf, het verlies van tanden een metafoor is voor pijn, impotentie en doodsangst. Tandartsbezoek wordt nog steeds ervaren als marteling. Voor de lol gaat niemand naar de tandarts.

Als je in een slechte conditie bent, psychisch of lichamelijk, slaat tandbederf toe. Het gebit heeft zijn prijs, letterlijk en figuurlijk. De andere kant van de munt betreft een goed onderhouden gebit: metafoor voor macht, seksualiteit en gezondheid. Zo beloonde God Mozes door hem op 120 jarige leeftijd te laten sterven met al zijn tanden intact (Deuteronomium 34:7).

In calvinistisch Nederland was de tandheelkunde in de zeventiende eeuw de beste van Europa. In de Gouden eeuw gebruikten de Hollanders vergeleken met andere Europese landen veel suiker, dus dat kwam goed uit. Men geloofde vroeger dat kiespijn straf was voor seksuele uitspattingen. Zoete zaken veroorzaken pijn.

Van hedendaags India tot diep in de Middeleeuwen heerste het bijgeloof dat kiespijn veroorzaakt wordt door een worm die zich in de kies zetelt en langzaam het hele lichaam opvreet: de tandworm. Daar is een analogie met impotentie: ook een worm die van binnenuit levenskracht wegneemt. Schilders als Gerard Dou, Harmen Hals (zoon van Frans), Jan Molenaar en Jan Steen schilderden tandheelkundige ingrepen.

Mooi melodramatisch is het schilderij van Gerard van Honthorst waar het trekken van een kies wordt bijgelicht met een kaars. Er staan een aantal figuren afgebeeld: tegenover de chirurgijn staat een oudere boer leunend op een stok, die zich voorover buigt om in de mond van het slachtoffer te kijken. Zijn lichaamshouding en devote gezichtsuitdrukking lijken sprekend op die van een herder die zich, op andere schilderijen uit die tijd, over de kribbe van Jezus Christus buigt. Dat het trekken van tanden en kiezen een geliefd kunstenaarsonderwerp was in de gouden eeuw, bewijst dat welvaart en bederf hand in tand gaan.

Praat mee over tanden en kunst op www.nrc.nl/cultuurblog Bron voor dit artikel is Zone, Fragments for the History of the Human Body, uitgegeven door MITpress.