Niemand wilde eindeloos procederen

Na ruim twee jaar krijgen de klanten van de failliete bank Van der Hoop uitzicht op volledige teruggave van hun ingelegde spaargeld. Iedereen werkt mee, maar niemand bekent schuld.

Twee jaar, één maand en 23 dagen. Dat is de periode waarin de twee curatoren erin zijn geslaagd de strijdende partijen in het faillissement van Van der Hoop Bankiers nader tot elkaar te krijgen.

Grote winnaars in het gisteren bereikte akkoord zijn de 1.500 rekeninghouders van de omgevallen spaar- en effectenbank uit Amsterdam. Zij hadden de afgelopen jaren al een flink deel van hun spaartegoeden van bij elkaar ruim 150 miljoen euro teruggekregen, 75 procent, maar hebben nu serieus uitzicht op teruggave van al hun geld. „Ik schat de uiteindelijke uitkering in op 99 tot 100 procent. Dat was precies ons doel toen we begonnen”, aldus advocaat Willem Jan van Andel van de stichting Hoop-Verlies, waarin een groot deel van de gedupeerde spaarders is vertegenwoordigd. „We hadden niet gedacht dat we zo snel tot een regeling zouden kunnen komen”, erkent curator Rutger Schimmelpenninck „Met dank aan alle betrokken partijen, die allemaal hebben meegewerkt.”

In december 2005 zat een dergelijk akkoord er inderdaad niet in. Alle betrokken partijen lagen over en weer in de clinch. Aandeelhouders verweten het bestuur wanbeleid – het was ‘erger dan bij Ahold’. Rekeninghouders waren het daarmee eens en vonden bovendien dat De Nederlandsche Bank (DNB) onvoldoende toezicht had gehouden. Ook de accountant Deloitte had verwijtbare fouten gemaakt.

Uiteindelijk spraken de curatoren bestuurders, commissarissen en Deloitte aan, en stuurde stichting Hoop-Verlies een conceptdagvaarding naar DNB met een schadeclaim van 20 miljoen euro. Dat was de bovenkant van het ingeschatte boedeltekort, waardoor rekeninghouders geen zicht hadden op volledige compensatie.

Onder regie van de twee curatoren zijn alle partijen nu tot elkaar gekomen, waarbij het gedeelde belang was om zo snel mogelijk een punt te zetten achter een affaire die veel gezichtsverlies met zich mee bracht. Een faillissement is nooit leuk, maar een bank die omvalt is helemaal pijnlijk, vanwege de cruciale rol van banken in het financiële systeem. Daarbij is bankieren een kwestie van vertrouwen. Als een bank, zoals Van der Hoop deed, met ingelegd spaargeld riskante handel gaat drijven in kasgeldvennootschappen, is dat vertrouwen ernstig geschonden.

Het bankroet van Van der Hoop was ook een tegenvaller voor DNB-president Nout Wellink. Ter verdediging tegen alle verwijten voerde hij steeds aan dat het toezicht van DNB afdoende is, maar nooit garantie biedt tegen ongelukken. „Een dijk kan niet voorkomen dat er af en toe water overstroomt”, zei hij. Dat DNB haar vordering van 29 miljoen euro deels intrekt, en deels laat achterstellen, wil niet zeggen dat de centrale bank schuld toegeeft. DNB erkent geen enkele aansprakelijkheid.

Dat doen de drie andere aangesproken partijen evenmin: de voormalige bestuurders, de ex-commissarissen uit de periode 2001-2005 en accountantskantoor Deloitte. Deze deze drie partijen storten samen 4,5 miljoen euro in de boedel om het tekort aan te vullen. Wie welk deel betaalt, werd niet bekendgemaakt. Alleen advocaat Arnold Croiset van Uchelen van de commissarissen meldt dat zijn cliënten hun vergoeding van die jaren hebben teruggestort. Dat komt neer op ruim 250.000 euro. Saillant: onder hen zit ook veroordeelde voormalig Ahold-bestuurder Michiel Meurs, die tot 2003 commissaris was bij Van der Hoop.

De twee betrokken directeuren, Peter van Hooijdonk en Philip Stork, hadden al eens verklaard niet over een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering te beschikken. Hun advocaat, Jurjen Lemstra, laat weten dat desalniettemin de getroffen regeling uiteindelijk misschien wel gunstiger is dan „jarenlang doorprocederen en mijn salaris moeten betalen”.

Opmerkelijk is ook de opstelling van de groep grootaandeelhouders, onder wie bekende investeerders als Jaap Blokker en Frederik van Beuningen. Volgens het akkoord hebben zij hun vordering van ruim 22 miljoen euro ingetrokken. Een toelichting willen zij niet geven, maar het is onwaarschijnlijk dat dit zo maar is gebeurd. Aandeelhouders zoeken per definitie rendement, en deze groep heeft bij Van der Hoop miljoenen in rook zien opgaan, terwijl die toch geregeld de directie op de problemen bij de bank had gewezen. Een betrokkene laat doorschemeren dat er buiten deze curatorenregeling, ook nog iets anders overeengekomen is. „Ook de aandeelhouders zullen iets terugkrijgen”.

Eerdere artikelen over het faillissement van Van der Hoop op nrc.nl/economie