Nederlandse beursfondsen kiezen liever de veilige weg

Nederlandse beursfondsen nemen weinig risico en boeken daardoor lagere rendementen, zo becijferde adviesbureau Accenture. In plaats van te investeren keren ze uit aan beleggers.

Winst maken kunnen ze wel, de grote Nederlandse beursfondsen die genoteerd staan in de AEX-index. Maar groeien, ho maar. Daarin blijven ze achter bij hun buitenlandse concurrenten.

Het beeld dat oprijst uit een vergelijking van adviesbureau Accenture van 23 AEX-fondsen met hun 165 belangrijkste mondiale concurrenten stemt niet optimistisch. Accenture onderzocht waarom de AEX-index sinds 2000 gemiddeld 25 procent achterblijft bij andere westerse beursindexen en gevoeliger is voor schokken. Bovendien bleken AEX-bedrijven doelwit van buitenlandse opkopers en activistische aandeelhouders.

Geen enkele Nederlandse onderneming hoort thuis in het rijtje toppresteerders dat Accenture heeft opgesteld. In een onderzoek onder de 6.000 grootste bedrijven ter wereld probeert Accenture te analyseren hoe de best presterende ondernemingen zich onderscheiden van de rest. De AEX-fondsen scoren in vergelijkingen over de korte, middellange en lange termijn (drie, vijf en zeven jaar) lager dan het gemiddelde van hun concurrenten, zo is de conclusie.

Nederlandse bedrijven hebben in de afgelopen jaren hun winstgevendheid toe laten nemen door te snijden in de kosten, herstructureringen door te voeren waarbij onderdelen en deelnemingen werden verkocht, en vooral door minder te investeren dan concurrenten. Winstgevendheid bepaalt Accenture overigens niet aan de hand van het cijfer dat bedrijven onderaan de winst- en verliesrekening rapporteren, maar door het verschil te berekenen tussen het rendement op kapitaal en de kosten ervan. Meer dan de helft van de AEX-bedrijven scoort hier beter dan het gemiddelde van de concurrenten. Negen behoren er zelfs tot de top.

Maar die goede winstgevendheid heeft een keerzijde. De AEX-fondsen stimuleren hun winstgevendheid door lage kapitaalsinvesteringen. De kapitaalsinvesteringen van de concurrenten zijn vaak twee keer zo hoog en dat tast de concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven aan, zegt Wouter Koetzier, de strategie-adviseur van Accenture die het onderzoek leidde: „De Nederlandse bedrijven doen weinig riskante investeringen. We zien aan de best presterende bedrijven dat ze hoge kapitaalskosten hebben en meer risico nemen, maar daardoor ook het hoogste rendement halen.”

Vooral in de opkomende markten investeren Nederlandse bedrijven minder. Ze halen nog steeds het merendeel van hun verkopen in de verzadigde westerse markten en houden het daar voorlopig bij. Uitzonderingen zijn bedrijven als Shell, Arcelor Mittal, Unilever, Heineken, Philips en ASML, die gemiddeld eenderde van hun omzet in opkomende landen halen.

Lagere investeringen leiden ook tot een tragere omzetgroei. Bijna driekwart van de AEX-fondsen heeft zowel in de afgelopen drie als zeven jaar een lagere omzetgroei gerealiseerd en daarmee marktaandeel verloren.

Ze groeien minder door overnames en fusies. Na de Nederlandse overnamedrang in de jaren negentig van de vorige eeuw hebben de AEX-fondsen het de afgelopen jaren kalmer aan gedaan. Ze hebben vooral onderdelen verkocht, zoals Philips, TNT en Unilever. Sinds 2004 hebben ze voor 136 miljard euro aan bezittingen en deelnemingen verkocht, terwijl er voor 34 miljard aan bedrijven en deelnemingen werd bijgekocht. De marktwaarde van de AEX-fondsen daalde per saldo met 10 procent.

Van de verkoop van bedrijfsonderdelen of deelnemingen zijn de opbrengsten vooral doorgegeven aan aandeelhouders. Door middel van superdividenden en de inkoop van eigen aandelen proberen sommige AEX-fondsen beleggers tevreden te houden. Daardoor is de waarde die ze creëren voor aandeelhouders hoger dan bij concurrenten. „Je kunt je afvragen of bedrijven dat geld niet beter kunnen investeren in groei”, zegt Koetzier. Beleggen in AEX-fondsen biedt als gevolg hiervan minder toekomstperspectief dan in buitenlandse bedrijven.

Moeten Nederlandse bedrijven dan maar stoppen met hun hang naar kostenbesparing? Zeker niet, zegt Accenture. „Wij zien nog wel vet op de botten”, zegt Groenewoud, directeur Nederland van Accenture. „Er kan in veel grote bedrijven nog wel 20 tot 30 procent op de kosten worden bespaard. Soms heel simpel. Wij hebben onlangs bij een groot AEX-fonds de inkoop gecentraliseerd en geprofessionaliseerd en dat scheelt het bedrijf 150 miljoen euro op jaarbasis.”

Ook lopen Nederlandse bedrijven nog achter op Amerikaanse en Britse met het uitbesteden van diensten. Niet alleen om kosten te besparen, maar ook om ervan te profiteren dat niet alleen productie maar ook kennisintensief werk elders goedkoper is. Zoals Accenture zelf doet. Groenewoud: „Het werk voor dit onderzoek is voor 60 procent uitgevoerd in India.”