NAVO sleutelt aan ‘verdeling van lasten’

De Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates is er tijdens het NAVO-beraad in Vilnius veel aan gelegen tot een betere ‘lastenverdeling’ binnen de alliantie te komen.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice bracht gisteren met haar Britse ambtgenoot David Milliband een bezoek aan NAVO-troepen in het zuiden van Afghanistan. Foto Reuters U.S. Secretary of State Condoleezza Rice speaks to the multinational NATO forces in a Kandahar airfield February 7, 2008. Rice met the Afghan president and NATO commanders in Afghanistan on Thursday, in a visit to press reluctant allies to share the combat burden. REUTERS/NATO Handout (AFGHANISTAN). EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. REUTERS

De Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates had, zei hij gisteren tegen de collega’s van andere NAVO-lidstaten, „eindelijk eenheid” gebracht in de NAVO: ze waren nu allemaal boos op hem.

De NAVO-bijeenkomst in Vilnius, gisteren en vandaag, was net begonnen. De journalisten waren weg en Gates wist wat er zou komen. In de Amerikaanse Senaat had hij deze week gezegd dat er een „NAVO van twee verdiepingen” dreigde te ontstaan: van lidstaten die wilden vechten en daardoor verliezen leden, en van lidstaten die niet wilden vechten. Hij had brieven geschreven aan collega’s in Europa. Konden ze niet wat meer doen voor de missie van het bondgenootschap in Afghanistan?

Half januari had Gates ook al gezegd dat de NAVO-landen een verkeerde strategie gebruikten in hun strijd tegen de Talibaan. De troepen, zei hij, waren niet opgeleid om guerrilla te bestrijden.

Na de eerste vergaderdag in Vilnius kwamen de meeste defensieministers naar buiten met de boodschap dat de NAVO níet verdeeld was. „We zijn vrienden van elkaar”, zei de Spaanse minister Suárez. „We doen het allemaal samen”, zei de Duitse minister Jung.

Spanje en Duitsland vinden dat ze al veel doen in Afghanistan, ook al zijn hun troepen niet gelegerd in het gevaarlijke zuiden. Je moet, zei Jung, Afghanistan „als geheel” zien. Er waren ook al heel veel troepen van ISAF, de vlag waaronder de NAVO in Afghanistan opereert. „Bijna vijftigduizend.” (Het zijn er nu 43.250.)

En wie zegt toch steeds dat het niet goed gaat in Afghanistan? De Franse minister Morin haalde tijdens zijn persconferentie een briefje uit zijn zak met „interessante gegevens” die hij tijdens de bijeenkomst van zijn Duitse collega had gekregen. Er stond op hoeveel kinderen er nu weer naar school gingen, hoeveel vluchtelingen al waren teruggekeerd.

De landen die al wél troepen hebben in het zuiden van Afghanistan deden nauwelijks hun best om de andere lidstaten te beschermen tegen de kritiek van Gates. De Nederlandse minister van Defensie Van Middelkoop (ChristenUnie) vond wel dat Gates „wat robuust” was geweest in zijn uitspraken. „Iedereen weet dat het niet vruchtbaar is om het zo te doen.”

Maar ook Van Middelkoop zei dat de „lasten” eerlijker verdeeld moesten worden. Zijn Deense collega Gade zei dat de NAVO de missie zeker aankon, maar dan moest iedereen wel willen. Volgens de Canadese minister MacKay, die eist dat zijn troepen in het zuiden (circa 2.500 militairen) versterking krijgen van bondgenoten, moesten alle NAVO-lidstaten voldoen aan hun verplichtingen. Dat betekende, zei MacKay: „Lastenverdeling in het zuiden”.

De secretaris-generaal van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer, deed wat iedereen van hem verwachtte: hij suste de ruzie. Duitsland deed al veel voor de missie in Afghanistan, zei hij. Het was wel dringend nodig dat landen meer troepen sturen, maar de „discussie” daarover moest vooral niet in het openbaar gevoerd worden, aldus De Hoop Scheffer, al was het wel dringend nodig meer flexibiliteit aan de dag te leggen.

Robert Gates was gisteren aan het eind van de middag een van de laatsten die de journalisten in Vilnius kwam vertellen hoe de gesprekken met zijn collega’s waren geweest. Hij vond dat zijn woorden „enorm opgeblazen waren”. Als NAVO-lidstaten niet bereid waren om extra troepen naar Afghanistan te sturen, dan was er geen crisis in het bondgenootschap.

Er was, vervolgde Gates, ook geen sprake van dat de militaire missie dan misschien zou mislukken. „Het zou wel een teleurstelling zijn.” Door extra troepen te sturen, zei Gates, zou het mogelijk zijn om „meer en sneller vooruitgang te bereiken”.

Opnieuw noemde Gates de Britten, de Canadezen, de Nederlanders en de Denen – die zware gevechten leverden. Hij was „bemoedigd” uit de bijeenkomst gekomen. „Ik denk dat iedereen nu wel weet dat we een probleem hebben.” Maar de Amerikaanse regering begreep natuurlijk ook de problemen die de lidstaten hadden. „Soms hebben regeringen een minderheid in het parlement of ze zijn een coalitie.”

Dan moesten ze vooral „creatief” zijn, zei Gates. „Als je geen gevechtstroepen kunt sturen, geef dan geld voor helikopters die anderen kunnen gebruiken, leen je eigen helikopters uit, of neem de beveiliging over van andere troepen, waardoor die meer mensen hebben om te vechten.”

Dat was wat Gates had gevraagd in de brieven aan zijn collega’s die voor zo veel opschudding hadden gezorgd. Die waren „zakelijk” geweest. „En beleefd.”