Minder pillen voor agressieve demente

In het ene verpleeghuis zijn dementerende patiënten agressiever, depressiever of angstiger dan in het andere.

Promovendus: minder medicatie voorschrijven.

Er zijn verpleeghuisafdelingen waar bijna negen van de tien dementerende bewoners regelmatig slaan, schelden of schoppen. Op vergelijkbare afdelingen, elders in Nederland, doet maar 15 procent dat. Hetzelfde geldt voor het vóórkomen van ontremd gedrag, wanen, apathie, depressie, angst. De ene afdeling is er bijna vrij van, ergens anders heeft meer dan de helft van de bewoners er last van

Dat ontdekte verpleeghuisarts Sytse Zuidema (40) in zijn promotieonderzoek. Een afdeling heeft invloed op de psychiatrische symptomen van haar dementerende bewoners, concludeert hij. „Ik weet dat het uitmaakt hoe verzorgenden in hun vel zitten, ik weet dat het niet goed is als er door onderbezetting geen activiteitenbegeleiding is. Maar dat het zo’n grote invloed zou hebben, wist ik niet.” Zuidema, die vandaag promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen, werkt in Beek-Ubbergen en deed de afgelopen jaren onderzoek op 59 afdelingen voor demente ouderen in Nederland. Daar wonen tien tot veertig mensen, vaak verdeeld over enkele ‘huiskamers’. Ruim 1.300 mensen, vooral vrouwen ouder dan tachtig jaar, werden in Zuidema’s studie geobserveerd.

De psychiatrische symptomen die dementerenden vertonen, worden in het verpleeghuis ‘probleemgedrag’ genoemd. De dementerende heeft er last van, of de verzorger, of allebei.

Zuidema merkte dat afdelingen onderling sterk verschilden in het voorkomen van die symptomen. Deels komt dat doordat niet elke afdeling dezelfde groep patiënten (zelf spreekt de arts alleen van ‘bewoners’) selecteert. Zo zijn mannen vaker lichamelijk agressief, vrouwen vaker depressief of angstig. Maar ook de afdeling had invloed. Alleen is het rare: voor de hand liggende zaken als de grootte van de afdeling, het aantal uren dat een bewoner per dag zorg kreeg, of het aantal patiënten per medewerker, deden er niet toe. Zuidema: „Op een kleine afdeling reageren bewoners niet minder agressief. Dat verbaast me.”

Dat suggereert dat het aantal handen aan het bed geen invloed heeft. Dat bestrijdt de arts. „Er is in de bezetting toch langzaamaan wel het minimum bereikt. Vroeger stelde de sector dat er minimaal één verzorgende aanwezig moest zijn in de huiskamer. Dat is nu de standaard geworden.” Maar blijkbaar heeft dat geen invloed op de mate waarin er gedragsproblemen voorkomen bij hun bewoners. „Misschien is het belangrijker hoe het personeel geschoold is.”

Daar deed Zuidema geen onderzoek naar. Wel naar het gebruik van medicijnen. Momenteel bestaat de aanpak van probleemgedrag uit medicatie en dagactiviteiten zoals ‘snoezelen’, waarbij dementerenden worden benaderd met licht, geur of muziek. Maar ook het vastzetten in stoel of bed (bedoeld om vallen te voorkomen) wordt nog wel eens ingezet als iemand erg rusteloos is.

Zuidema denkt dat zowel het ‘fixeren’ als het gebruik van medicatie minder kan. „We weten dat antipsychotica werken, maar in beperkte mate. Tegen agressief gedrag helpen ze bij één op de vijf mensen.” Toch slikt zeker een op de drie dementerende bewoners deze pilllen, inventariseerde hij. Te veel, vindt hij. „Antipsychotica hebben bijwerkingen: sufheid, spierstijfheid, en dat vergroot de kans om te vallen.” Ook kunnen de middelen een beroerte veroorzaken.

In Canada is in 2004 een project uitgevoerd waarmee het door onderwijs aan medewerkers lukte om het antipsychoticagebruik én het probleemgedrag bij deze patiënten te verminderen. Zuidema: „Je kunt de vraag om medicatie zien als onmacht. Dan hoor je van verzorgenden: we kunnen er niks meer mee.” Hij voerde op de dementieafdeling van zijn verpleeghuis, van de Stichting Kalorama, een vergelijkbare aanpak in. Er kwam wekelijks overleg, met het afdelingspersoneel, de arts en de psycholoog. „Verzorger A vertelt dat een mevrouw erg onrustig wordt bij het aankleden. Dan zegt verzorger B: ‘bij mij nooit’. „Misschien is A dan te gehaast, of maakt hij geen oogcontact.”

Voorheen was hij daar zelf niet bij betrokken – in veel verpleeghuizen overlegt de arts niet over de dagelijkse gang van zaken, zoals de wektijden. Ook de gastvrouwen die koffie schenken, spraken voortaan mee. „Een verzorgende kun je zien als onderdeel van het systeem. Als die anders reageert, neemt het probleemgedrag af.” Van de veertien bewoners gebruikten voortaan nog maar één of twee antipsychotica.