Meisjes in minirok en in het leger

De ogen van Hedy d’Ancona glommen vaak als ze het over de zestiger jaren had en over ‘onze’ activiteiten. Hoe we lachten, hoe we minirokken droegen. Haar jaren zestig waren sterk gekleurd door de vrouwenemancipatie, al had ze zeker ook oog voor wat er verder aan verandering plaatsvond. Een „tijd van verandering en hoop voor iedereen”, noemde ze die jaren in het NPS-programma Made in the sixties. Haar uitspraken werden ondersteund en uitgebreid door hoogleraar moderne Nederlandse geschiedenis James Kennedy en afgewisseld met allerlei filmpjes, getuigenissen en gebruiksartikelen uit de jaren zestig. We hoorden de liedjes, zagen de jurkjes, discussieerden over het verschil tussen Puch (‘de meest sexy brommer die er was”) en Kreidler (‘buikschuivers’), we zagen een sixties-verzamelaar die gekleed in sixties pak zijn sixties platen draaide en over zijn verzameling zei: „Het is een bodemloze beerput”. We zagen lagere schooljongetjes van destijds praten over wat ze van een vrouw verwachtten: „Het huis moet wel pico bello zijn”. En toch was het niet nostalgisch, noch al te oppervlakkig.

Het beeld dat overbleef, na afloop van de door presentator Joost Karhof met vaart gebrachte bonte avond, was voornamelijk vrolijk en bevrijdend. Al die dingen waar iedereen nu zo op afgeeft kwamen ook eigenlijk meer in de jaren zeventig op: de eindeloze inspraak, de communes, de paarse tuinbroeken enz. Gevraagd naar de resultaten van de jaren ’60 was D’Ancona niet ontevreden, al vond ze wel dat de vrouwenemancipatie nog niet echt gelukt was. De verdeling van taken binnenshuis laat nog altijd te wensen over, zei ze, en vrouwen aan de top, daar zien we er ook nog niet veel van.

Het was helemaal een vrouwenavond gisteravond, en een NPS-avond, een omroep die er opmerkelijk vaak in slaagt iets te brengen dat de moeite waard is. In Andere tijden werd het vrouwelijke schoonheidsideaal van de afgelopen eeuw doorgenomen, vanaf het begin van het door de kleding heen zichtbare lichaam – ‘zichtbaar’ in zoverre dat het niet langer door een corset in model werd gebracht – tot nu, via de jonge Marlene Dietrich, de voluptueuze Marilyn Monroe en het twijgje Twiggy. Steeds werden andere schouders, borsten tailles en heupen gevraagd. De benen moesten almaar langer worden, de borsten moesten vol zijn of juist plat, puntig of bh-loos. Nu willen we ze weer groot en rond op een slank, atletisch en langbenig lichaam.

Vreemd genoeg is het heel gemakkelijk om dát lijf als heel natuurlijk en ongedwongen te zien, en al die andere als gekunsteld. Zie je meteen maar eens hoe stevig de bril van het heden op de neus geplant staat, als zelfs zoiets evident bedachts je voorkomt als vanzelfsprekend.

De Israëlische meisjes die in de documentaire Meisjes met dienstplicht aan het woord kwamen, hadden wel wat anders aan hun hoofd dan hun figuur, al hielden ze zich wel bezig met dat ze vrouwen waren. Ze hadden dienst gedaan in de bezette gebieden. Dat had bij allemaal zichtbaar hun leven en denken veranderd, ze hadden dingen gezien die ze niet meer kwijt raakten, en, in de meeste gevallen ook dingen gedaan die een mens meestal niet doet en ook niet wil doen. Lachend geposeerd met een lijk. Troepen in actie gebracht waarbij een dode gevallen was. Een man afgetuigd. Arabieren urenlang in de zon laten staan en tegen ze geschreeuwd, omdat een vriendin was doodgeschoten door een Arabische schutter. Afreageren, doorslaan, de werkelijkheid uit het oog verliezen, het was ze allemaal overkomen. „Alles leek daar anders.” Geen van hen sprak er over zonder nerveus gelach, trekkingen in het gezicht, of te harde of juist heel zachte stem.

„Ik dacht dat ik een realistische kijk op het leven had.” „Ik dacht: dit is het Wilde Westen. We kunnen doen wat we willen.” „Je hebt enorme macht.” Zulke observaties kwamen een paar keer terug, de macht van de Israëlische officieren, de legermentaliteit die maakt dat het leger niets fout kan doen, wat het ook doet. En die maakt ook dat je daarin meegaat. „Het is niet alleen schuldgevoel. Het is of je in een onaangename spiegel kijkt.”