McCain op zoek naar conservatieve ‘vrienden’

De Republikeinen Romney en McCain spraken gisteren beiden op de jaarmarkt van conservatieven. Romney om de strijd op te geven. McCain om steun te vinden.

De toon werd gezet door Laura Ingaram. Zij is een vast gezicht van FoxNews en een van de conservatieve talk-radiopresentatoren die de laatste weken de campagne tegen John McCain leidde. Gisteren zou McCain spreken in het huis van de vijand. Op CPAC, de jaarmarkt van conservatieve actiegroepen in Washington, moest hij, als de toekomstige leider van de Republikeinen, zijn getroebleerde relatie met de conservatieve beweging proberen te herstellen.

McCain had de opdracht de zogenoemde ‘movement conservatives’ – mensen die geloven in de coalitie van fiscale en sociale conservatieven en haviken inzake buitenlandse politiek – te overtuigen dat ze hem kunnen vertrouwen.

Geen sinecure. Het zijn precies deze ‘movement conservatives’ die McCain al jaren als verrader beschouwen, omdat hij nooit bereid zou zijn zich als een loyaal lid van de beweging te gedragen. Vooral zijn compromissen met Democraten vormen voor velen het bewijs van zijn onbetrouwbaarheid.

Toen deed zich een verrassing voor. Mitt Romney, tegenstander in de race om de opvolging van Bush, liet uitlekken dat hij een eind maakte aan zijn kandidatuur. Twee dagen eerder had Super Tuesday aangetoond dat zijn kansen op de nominatie verkeken waren.

Voor de bezoekers van CPAC een droevig moment. Zij zagen in Romney de ideale tegenpool van McCain: een trouwe conservatief, een man die, anders dan McCain, vinden ze, de beweging boven zichzelf plaatst.

Genoemde Laura Ingaram zou Romney aankondigen. En zo werd John McCain enkele uren tevoren nog op de hak genomen door degenen die hij kwam apaiseren.

„De obsessie voor samenwerking met andere partijen zal ons nog opbreken”, sneerde Ingraham in een verwijzing naar McCains compromissen. En, zei ze, je hebt twee soorten conservatieven: mensen die zich conservatief noemen (bedoeld werd McCain), en mensen die er zich naar gedragen (Romney). „Ik noem Romney dé conservatief”, zei Ingraham.

„Ze haalde McCain neer nog voordat hij de zaal binnen was gestapt”, zei een aanhanger van de senator uit Arizona later die middag. Het was voor hem tekenend: er zijn hier een heleboel mensen, zei hij, „die de hand al weigeren nog voordat hij is uitgestoken”.

En zo was al enkele uren voor de komst van McCain duidelijk dat zijn relatie met de conservatieve beweging te problematisch is voor een vlotte heling. Verscheidene leiders deden niettemin pogingen de zaal voor McCain te winnen.

George Allen, de hoop van de ‘movement conservatives’ totdat hij vorig jaar zijn senaatszetel namens Virginia verspeelde, prees hem als „de beste en sterkste leider” in de strijd tegen het moslimterrorisme. Dick Armey, oud-meerderheidsleider in het Huis van Afgevaardigden, keerde zich tegen de hier populaire Ann Coulter, die vorige week zei dat ze nog liever op Hillary Clinton stemt dan McCain. „Dat was werkelijk een van de domste dingen die ik ooit heb gehoord.” En Tom Cockburn, krijger voor het vrije wapenbezit, benadrukte dat hij het vaak niet met McCain eens is. „Maar hij heeft het karakter en lef om ons door deze oorlog heen te helpen.”

Toen kwam dan eindelijk McCain zelf aan het woord. Zijn campagne had voor genoeg borden gezorgd, en voor voldoende voetvolk dat hem toejuichte. Maar de tere punten kwamen vanzelf voorbij. Zijn steun om illegale immigranten verblijfspapieren te gunnen. Zijn verzet tegen de belastingverlagingen van Bush. In beide gevallen gaf hij toe zich had vergist. Eerst moeten de grenzen dichtgemetseld worden, zei hij. En nu wil hij de belastingverlagingen alsnog permanent maken.

„Ook als we het oneens zijn hoop ik dat ik als president het advies van u, mijn conservatieve vrienden, mag vragen”, zei hij met on-karakteristieke nederigheid. En hij beloofde rechters te benoemen zoals de conservatieven Roberts en Alito die onder Bush toetraden tot het Hooggerechtshof.

Maar hoe hard er soms ook geklapt werd, in de zaal zaten nog steeds veel sceptische zwijgers. Zo was er achterin een van de directeuren van Focus on the Family, van de evangelical James Dobson, informeel adviseur van Bush. Dobson maakte deze week bekend „nooit” op McCain te stemmen. De man van Focus on the Family weigerde te klappen voor McCain.

Bob Flanigan, politicus uit Maryland en McCain-supporter, zag het ook. Eerder op de middag was hij optimistisch over McCains vermogen partijen bij elkaar te brengen. „Maar sommige mensen wíllen dat helemaal niet. Dan houdt het op natuurlijk.”