Levend mysterie

Vul het zoekvakje van Youtube in met ‘Piet Keizer’ en je krijgt nul filmpjes aangeboden. Niemand die tot nu toe de moeite heeft genomen een herinnering aan Keizer op die website te plaatsen. De dribbels van Johan Cruijff kun je er zien, de safes van Jan van Beveren, de afstandsschoten van Arie Haan, maar de ‘schaar’ van hun generatiegenoot Keizer blijft onzichtbaar.

Piet Keizer is dus een van de weinige sterren uit de jaren zestig die op het punt staat weg te zakken onder het stof van de geschiedenis. Keizer zelf zal daar niet mee zitten. Als er iemand was met een hekel aan persoonsverheerlijking, dan hij wel. Zijn sublieme oog voor het spel, zijn aan krankzinnigheid grenzende passeerbewegingen, zijn loepzuivere vrije trappen: in tegenstelling tot sommige dichters zag de onberekenbare linksbuiten er de poëzie niet van in. De anti-ster ging er haast prat op dat hij zonder publiek even geïnspireerd speelde als in een vol stadion. Hij stond liever niet dan wel in de krant.

De meest bezongen Nummer Elf uit de vaderlandse geschiedenis was – is nog steeds – een levend mysterie. Altijd haakte hij op een schimmige manier af. In 1974 verdween hij gefrustreerd uit de feestende mensenmassa na terugkeer uit West-Duitsland, waar het Nederlands elftal tot ieders verrassing vice-wereldkampioen was geworden. Gefrustreerd omdat hij als 31-jarige niet meer had kunnen meekomen. In oktober van dat jaar hield hij het zomaar voor gezien bij Ajax, de club waarmee hij drie Europa Cups had gewonnen. Een onduidelijk conflict met de trainer maakte dat hij nooit meer een bal wilde aanraken. Rolde een bal zijn kant op tijdens het kijken naar een voetbalwedstrijd van zijn zoon, zei hij enkele jaren later, dan deed hij een stapje opzij. De ontboezeming werd een berucht, want huiveringwekkend citaat. Je kon het niet geloven, maar het scheen echt waar te zijn.

In 1997 organiseerde Keizer een benefietwedstrijd voor de weduwe van zijn plotseling overleden ex-ploegmaat Dick van Dijk. De bal rolde zijn kant op, en toen hij er een trapje tegen gaf, ging er een siddering door de menigte. Op een amateurveld ergens in Gouda de mensen in vervoering brengen met een trapje van niks: alleen de hele groten kunnen zoiets bereiken.

Nu lijkt Piet Keizer opnieuw schimmig af te haken. De directie van Ajax wil hem niet langer als technisch adviseur. Wat daar allemaal achter de schermen speelt zal wel nooit helder worden, en dat hoeft ook niet. Over vier maanden gaat het mysterie met pensioen en dan lost hij tot zijn genoegen op in het grote niets.