Lachspiegel

‘Ik ga met mijn oma naar de kermis’, zegt Rintje, „en jullie mogen mee!”

„Ik wil in het reuzenrad!” zegt Henriette. „En ik in de zweefmolen!” zegt Tobias.

„Daar is oma!” zegt mama. „Zullen jullie voorzichtig zijn?”

Op de kermis is het heel druk. „Daar is het spookhuis!” zegt Rintje. „Weet je nog dat je daar vorig jaar zo moest gillen, Henriette?”

„Helemaal niet waar”, zegt Henriette. „Je was juist zelf hartstikke bang.”

„Geen geruzie”, zegt oma. „Kom, we gaan eerst in de achtbaan!” „Huuuh!” zegt Tobias. „Ik blijf beneden, dan zwaai ik wel naar jullie.” Oma, Henriette en Rintje stappen in een wagentje. Het wagentje rijdt zo hard dat Tobias ze niet kan volgen. Helemaal duizelig stappen ze na een paar minuten weer uit.

„Nu even iets rustigers”, zegt oma. „We gaan naar de lachspiegels!” Ze gaan een tent binnen waar allemaal hoge spiegels staan. Als je erin kijkt zie je er helemaal anders uit. „Ik ben heel erg lang!” giechelt Henriette. „En ik heel breed!” zegt Rintje. „Het lijkt wel of ik heel hoog op mijn poten sta!” roept Tobias. „En ik ben weer heel jong”, zegt oma. Als ze in alle gekke spiegels gekeken hebben, is het tijd voor iets lekkers. Suikerspinnen!