Jaloers op de faciliteiten van Sven

Sven Kramer en Ireen Wüst verdedigen dit weekeinde hun titels bij de wereldkampioenschappen allround. Buitenlandse schaatsers kunnen slechts dromen van de faciliteiten van het tweetal.

Maarten Scholten

Shani Davis kijkt grijnzend naar de snelle ijsvloer van het Berliner Sportforum, waarop regerend wereldkampioen Sven Kramer zojuist voorbij flitst tijdens zijn voorlaatste training voor de WK allround. „Ja”, zegt de Amerikaanse wereldkampioen van 2005 en 2006. „Het is schaatsen in twee verschillende klassen.” De TVM-ploeg versus de rest.

Na een baanrecord op de 1.500 meter afgelopen weekeinde bij wereldbekerwedstrijden in het Italiaanse Baselga geldt Davis morgen en overmorgen in Berlijn eens temeer als een van de grootste concurrenten van Kramer voor de wereldtitel. Maar de 25-jarige bochtenspecialist bereidde zich onder totaal andere omstandigheden op de wereldkampioenschappen voor. Waar Kramer bij TVM onder leiding van coach Gerard Kemkers kan rekenen op steun van specialisten en sterke ploeggenoten, doet Davis alles alleen.

Dat is des te zwaarder omdat de Amerikaan zich dit seizoen meer richtte op de lange afstanden. Davis: „Vorig jaar deed ik in trainingen nooit meer dan twaalf rondjes, nu regelmatig twintig of vijfentwintig. Ik zou wensen dat ik een team om me heen had dat eens een paar rondjes voor me op kop kon rijden. It’s lonely out there. Mentaal moeilijk en soms stressvol. Maar het kan. Enrico Fabris zit min of meer in dezelfde situatie als ik. Ook hij doet bijna alles alleen. Fabris denkt ook niet aan wat hij niet heeft, hij gaat uit van wat hij wél heeft. En op een goede dag kunnen we de competitie aan met Kramer.” Toch liet de Italiaan Fabris, derde bij de Europese kampioenschappen, zich al eens ontvallen in de toekomst graag bij TVM te willen rijden.

Een vierde WK-favoriet, de Amerikaan Chad Hedrick, liep gisteren nog wat ziek rond in het schaatsershotel. „Voor het eerst in vijf jaar”, bitst zijn coach Bart Veldkamp, die de ziekte wijt aan de vele vliegreizen van zijn ploeg. „Vliegvelden en vliegtuigen zijn bacillencentra. Je probeert het reizen zoveel mogelijk te beperken. Ik erger me er groen en geel aan als we straks uit Berlijn via Parijs naar Amsterdam moeten. Maar dat is goedkoper voor de Amerikaanse bond, en zoveel geld is er niet.” Terwijl Hedrick, wereldkampioen in 2004, kriskras door Europa reisde om de wereldbeker in Baselga te rijden, vestigde de TVM-ploeg zich vorige week vrijdag al in alle rust in Berlijn.

„Wij zouden ook wel een wereldbekerwedstrijd willen overslaan”, zegt Petr Novák, coach van de Tsjechische topper Martina Sablikova. „Maar Martina kon in Baselga de eindoverwinning in het wereldbekerklassement pakken. Dat konden we financieel en sportief niet laten lopen. Gevolg is dat ze nu wat vermoeid in haar hoofd is door de vele wedstrijden. Ireen Wüst is nu beter uitgerust. Maar we hadden haar waarschijnlijk toch niet kunnen verslaan op deze WK.”

Bart Veldkamp reed zijn laatste twee jaar als schaatser bij de TVM-ploeg. „Qua begeleiding kun je absoluut spreken van schaatsen in twee verschillende klassen”, zegt hij. „Ik doe bij de Amerikanen alles in m’n eentje, heb één fysio. Bij TVM hebben ze op elk gebied specialisten, meerdere trainers op het ijs en een paar fysio’s, die ook half trainer zijn. Alles wat ze doen staat in het teken van kwaliteit. Dat is het grote verschil, en levert op de lange termijn grote winst op. Niet alleen bij Kramer en Wüst, acht van de negen schaatsers van hun ploeg doen het goed. Terwijl normaal drie van de negen al een goede score is. Ik zie de perfectionist Kemkers als architect en vind hun werkwijze een aanwinst voor de schaatssport.”

Toch benadrukt de winnaar van de gouden medaille op de tien kilometer bij de Olympische Spelen in Albertville (1992) ook het unieke talent van Kramer. „Het is uitzonderlijk dat iemand op die leeftijd al zo volwassen en sportintelligent is. Hij durft keuzes te maken. Hij slaat Baselga over, hoewel hij weet dat er zo nog meer druk komt voor de wereldkampioenschappen. Maar dat kan hij aan. En de kracht van de ploeg doet vervolgens de rest. Zeg maar dat hij nu 6.03 rijdt op de vijf kilometer en anders 6.07.”

Ondanks het verschil in mogelijkheden ziet Veldkamp kansen voor de Amerikanen om de strijd aan te gaan. „Hedrick zit nu op hooguit 80 procent van zijn kunnen, maar hij kan in de toekomst zeker het niveau van Kramer, Fabris en Bøkko halen.” Davis blijkt zich na een solistische voorbereiding goed aan te passen in de Amerikaanse WK-ploeg. „Ik communiceer goed met hem”, zegt Veldkamp. „Qua sportintelligentie staat Shani misschien wel bovenaan. Hij weet precies wat nodig is.”