Het kwik als index voor leven, gezondheid en geluk

Jan Golinski: British Weather and the Climate of Enlightenment. Chicago Press, 284 blz. € 25,–

Europese richtlijnen vallen zelden goed in het Verenigd Koninkrijk, maar het besluit om de kwikbarometer te verbieden leidde tot veel protesten. Wie de liefde van de Britten voor dit traditionele instrument wil begrijpen dient British Weather and the Climate of Enlightenment te lezen. Daarin beschrijft de Amerikaanse historicus Jan Golinski de ontwikkeling van de Britse Verlichting aan de hand van de relatie tussen de Britten en hun wisselvallige zeeklimaat, daartoe mede geïnspireerd door de bevindingen van Isaac Newton, die tijdens de hoogtijdagen van de Verlichting de weersveranderingen probeerde te begrijpen en te voorspellen. Dit geloof in wetenschappelijke vooruitgang werd, zo toont Golinski aan, op de proef gesteld door traditionele denkpatronen.

Voor de kwikbarometer was hierbij een belangrijke rol weggelegd. Aanvankelijk was het een hulpmiddel voor experimentele filosofen bij hun pogingen om het weer te begrijpen, maar al snel verwierf het als filosofisch ornament populariteit bij de gegoede burgerij. De kwikbarometer kreeg de status van een soort glazen bol waarmee het weer kon worden voorspeld. En dat niet alleen. Het apparaat diende ook als een spiegel van de ziel, waarbij lage druk gepaard bleek te gaan met melancholie. Bij het begin van een nieuwe dag keek men niet alleen in de spiegel, maar ook eventjes in het ‘weerglas’. Het kwik werd een index voor leven, gezondheid en geluk.

Deze combinatie van wetenschappelijke interesse en persoonlijk gemoed kwam ook naar voren in de weerdagboeken die veel Britten bijhielden. Door het nauwgezet volgen van de weersveranderingen wilden de weerbiografen, gestimuleerd door de Royal Society, hun bijdrage leveren aan het Verlichtingsklimaat. De verklaring voor noodweer zou niet langer in de King James Bijbel te vinden zijn, maar in de atmosfeer.

De ambivalentie binnen de Britse Verlichting zat eveneens gevangen in het idee van het ‘nationale weer’. Het gematigde zeeklimaat werd beschouwd als een ‘godsgeschenk’ bij het ontstaan van een verlichte natie, een wereldrijk zelfs. Politieke, religieuze en andersoortige spanningen werden in de kiem gesmoord door over het weer te praten, als altijd voorspelbaar in z’n onvoorspelbaarheid. Daarnaast had het bedompte klimaat een positief effect op de werklust. Aan de innige band met het weer kleefden ook nadelen. De onbestendigheid werd in verband gebracht met de Britse volksziekte: melancholie. Volgens de filosoof Edmund Burke getuigden de emotionele reacties op het weer van het primaat van de lichamelijke passies over de rede, de gevangenhouding van het intellect in het lichaam.

Golinski toont op creatieve wijze aan dat de Verlichting geen eenzijdig verhaal is over hoe de mens de natuur op rationele wijze in zijn macht kreeg. Volgens hem zijn we nooit echt verlicht geweest. Vooruitgang is gebaseerd op een wisselwerking tussen wetenschap en traditie, rede en passie én tussen de mens en de elementen. Afgaande op de weermannen met hun spreuken, de bisschop van Carlisle die de overstromingen vorige zomer interpreteerde als een ‘sterk en definitief oordeel’ over de westerse decadentie en de eilandmelancholici die de warmere zomers zien als een teken dat hun koninkrijk ‘more continental’ wordt, lijkt het er zelfs op dat het intellect ruim drie eeuwen na Burke niet heel veel verder is gekomen dan proefverlof.