Franse steun omstreden krijgsheer

Met Franse steun heeft de Tsjadische president de coup van rebellen overleefd.

Maar president Déby zit zelf tot over zijn oren in het conflict in Darfur.

Juist op het moment dat een Europese vredesmacht (Eufor) naar Oost-Tsjaad zou afreizen, probeerden rebellen deze week de Tsjadische president Idriss Déby te verjagen. En juist nu Déby de situatie onder controle heeft, betuigt Frankrijk weer luidkeels steun aan de krijgsheer die bij de Europese bondgenoten bepaald niet onomstreden is.

De Franse regering blijft volgens Roland Marchal, Tsjaad-specialist verbonden aan het Parijse Centre d’Etudes et de Recherches Internationales, hangen in een ouderwetse machtspolitiek in zijn ex-kolonie, geïnspireerd door het Franse leger.

Welk strategisch belang hecht Frankrijk aan Tsjaad?

„Het is vooral gewoonte. Minister Kouchner van Buitenlandse Zaken kijkt wel wat meer dan zijn voorganger naar de crisis in Darfur. Dan gaat het om de kans op een soort domino-effect van terrein winnende radicaal-islamitische regimes, als Soedan zijn wil zou opleggen in Tsjaad. Maar dat Parijs als tegenwicht Déby steunt, is vooral ouderwets denken in clans. De gedachte is dat voor stabiliteit een leider uit Noord-Tsjaad nodig is, en dat is dan Déby.”

Waarom steunde Parijs hem aanvankelijk zo zuinigjes?

„De afspraken over Eufor verplichtten de Fransen om zich publiek te houden aan de legale grenzen. Frankrijk heeft de steun voor die missie in Europa met veel moeite verkregen. De bezwaren golden de kosten, maar ook dat Europa huiverig staat tegenover de Franse banden met Déby. Dat is niet echt een leider die goed te verdedigen is. Onder hem is in Tsjaad geen ruimte voor oppositie, en enorme corruptie.

„Het land functioneert door concurrentie tussen strijdende groepen, die Déby afkoopt door ze een tijdje hun zakken te laten vullen als minister. Voor Parijs was cruciaal dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties maandag verklaarde dat de Tsjadische regering VN-landen om hulp mag vragen. Dat geeft legitimiteit aan eventueel ingrijpen, al is de juridische basis twijfelachtig. Het is maar een verklaring, geen resolutie.”

Zijn de relaties met Déby bekoeld door de affaire rond de veroordeelde hulpverleners van Arche de Zoé?

„Dat was een incident, maar het heeft de verschillen in waardering voor Déby in Parijs versterkt. Niet iedereen stelde op prijs dat Déby wilde beschuldigingen opwierp over orgaanhandel en pedofilie. Kouchner leek niet heel enthousiast over Déby vorige week. Maar in Tsjaad leunt Frankrijk altijd meer op het leger dan op diplomatie. Dat is pathologisch. Het gaat maar niet over.”

Is de vrees voor een domino-effect van door Soedan gesteunde extremistische islam terecht?

„Deze Tsjadische rebellen zijn geen islamitische radicalen. Wat zouden ze doen als ze winnen? Binnen een paar dagen staan ze bij Frankrijk op de stoep. Parijs kent ze allemaal, ze hebben allemaal al eens samengewerkt. Omgekeerd is Déby ook niet het tegenwicht dat hij lijkt. Hij zit zelf tot over zijn oren in het conflict in Darfur. Hij gebruikt de Tsjadische olie-inkomsten om de rebellen in Darfur te bewapenen. Wat Soedan en Tsjaad betreft, is het eerste regime zonder meer het slechtste. Maar de goeden zijn in dit conflict ook niet zo goed, dat is het probleem. Meer strijd is niet de oplossing, maar bemiddeling wel.”

Is Eufor in dat opzicht nog geloofwaardig, gezien de Franse positie?

„Er zijn drie mogelijkheden voor Eufor. Ten eerste voorlopig uitstellen. Daarvan komt dan afstel. Dat zou een absolute overwinning zijn voor Soedan – en een geweldige klap in het gezicht voor Europa. Ten tweede: gewoon gaan. Dan wordt Eufor daar straks gezien als een neokoloniale macht die beslist tussen facties.

„Ik bepleit een derde optie: eerst een Europese, maar niet-Franse gezant sturen om Déby te vertellen dat hij zich nu echt anders moet gaan gedragen. Déby krijgt dan een woede-uitbarsting, zoals zo vaak, en die gezant is binnen 24 uur weer weg. Maar na een paar dagen klopt Déby bij Parijs aan om te mopperen over Europa en om te onderhandelen.

„Tsjaad moet een andere manier vinden om politiek te bedrijven. De cultuur van gewapend facties moet plaatsmaken voor verzoening. Pas dan komt er stabiliteit in de regio.”