Een regendruppel valt, dat is een goed teken

Vroeger vonden Ivorianen oranje een lelijke kleur. Sinds de nationale voetbalploeg internationaal meedoet, is dat anders. Gisteren speelde Ivoorkust in de halve finale van de Afrika Cup. En verloor.

In een poenerige openluchtbar in het zuiden van de stad zit de stemming er goed in. Nog een half uur voordat de wedstrijd tussen Ghana en Kameroen begint en de eerste voetbalfans druppelen al binnen. Horecabaas Yves Kindia zit te puffen in de airconditioning van het glazen vip-hok. Nerveus kijkt hij toe hoe de witte plastic stoelen in zijn bierhal langzaam oranje kleuren. Het barpersoneel instrueert hij per mobiele telefoon. Bulderend: „Staat de mousserende wijn koud?” En: „Weet je zeker dat we genoeg Heineken in huis hebben?”

Ivoorkust ging gisteren massaal naar de kroeg om twee duels van de Afrika Cup te volgen. Bij uitzondering waren er eens geen files in de miljoenenstad Abidjan: het verkeer loste in het niets op. De halve finale Ghana-Kameroen, om vijf uur ’s middags lokale tijd, fungeerde als opwarmer voor het duel dat veel supporters deze week uit de slaap had gehouden: de Olifanten van Ivoorkust tegen Egypte, de winnaar van de cup in 2006.

Vroeger vonden Ivorianen oranje maar een lelijke, extravagante kleur. Dat is veranderd sinds de nationale voetbalploeg schittert bij internationale voetbalkampioenschappen. Oranje lijkt nu haast wel verplicht.

Heel West Afrika is in de ban van de Afrika Cup. De meeste deelnemende landen komen hier vandaan. Ook Ivoorkust lijkt over niets anders te kunnen praten. Nog voor de kantoren sluiten zit iedereen al voor de televisie. Weinig mensen volgen de belangrijkste wedstrijden thuis; liever zitten ze met z’n allen in een café achter een zo groot mogelijk scherm, voor het onontbeerlijke groepsgevoel.

„We willen allemaal een beetje die stadionsfeer”, zegt Kindia. „Het nationale team heeft ons verbroederd.” Kindia rekent op een omzet van drieduizend euro. Als de Olifanten winnen. En als ze niet winnen? Daar denkt hij liever niet aan. Dat geeft alleen maar slechte vibes.

Aan de andere kant van de stad, in een doodlopende steeg waar talloze eettentjes tegen elkaar aanleunen, worden kort voor de aftrap de voortekenen doorgenomen. Buurland Ghana heeft dan al met 1-0 verloren van Kameroen. Een teleurstelling voor veel zuidelijke Ivorianen, die nauw verwant zijn aan de Akan, de grootste stam van Ghana. Dat zou dus een slecht voorteken kunnen zijn. Maar er valt ook af en toe een regendruppel, en dat is juist een goed teken. Regen betekent voorspoed en het heeft een maand lang niet geregend. Het zou alleen vervelend zijn als de bui nu losbarst, want we zitten buiten op een terras.

Een man van een jaar of veertig giet een dun straaltje bier op de grond en heft zijn handen ten hemel. Het is een gebaar dat hij drie keer herhaalt. „Ik vraag of de regen pas na de wedstrijd kan beginnen”, roept hij boven het geschreeuw van een groep trommelende voetbalfans uit. Verderop zit een jongen te bidden, de handen ineengevouwen, de ogen dicht.

De uitgelaten sfeer duurt tot de twaalfde minuut, als Egypte bijna terloops een doelpunt scoort. De treffer komt voor de meeste toeschouwers totaal onverwacht. Een lichte beklemming maakt zich meester van het terras. Tijdens de rust worden nog wel halve literflessen bier besteld, maar niet meer zo baldadig als zojuist. Als Ivoorkust vervolgens kort achter elkaar twee doelpunten incasseert, lopen de eerste toeschouwers reeds weg.

Vijf minuten voor het einde van het duel stommelt ook de rest door de steeg. De uitbater van een restaurant schudt verslagen het hoofd. De oranje droom is uiteengespat. De wedstrijd die heel Abidjan in een dansende, zuipende, vretende, kokend hete mensenmassa had kunnen veranderen, eindigt in een donkere, stille nacht.