Doe mij dan maar een draak als huisdier, mama

Illustratie uit besproken boek Geelen, Harrie

David LaRochelle & Hanako Wakiyama: Ik wil een hond. Lemniscaat, 32 blz €12,95

Imme Dros & Harrie Geelen: Pissebed Fred. Querido. 40 blz. €12,95

Van de liefst 61 voorstellen die de Partij van de Dieren deze week bekendmaakte om Nederland diervriendelijker te maken is een van de vrolijkste – naast het verbod op de verkoop van de vissenkom – de oproep voor een plan van aanpak om ‘impulsaankopen’ van dieren te voorkomen.

Zoals veel kinderen op zeker moment een lobby beginnen voor een huisdier, bestookt het jongetje in Ik wil een hond zijn moeder met zijn verzoek om een hond. ‘Op maandag vroeg ik: „Mamma, mag ik een hond? Honden zijn leuk!” „Nee,” zei ze. „Honden zijn vies. Ze maken rommel.”’ [...] ‘„Op donderdag vroeg ik: Mamma, mag ik dan een draak?”’

Een draak. Als hij er een kan vinden, vindt zij alles best. En de hoofdpersoon duikt er nog eentje op ook, in de winkel op de hoek. De draak is alleen een stuk slordiger, brutaler en onplezieriger gezelschap dan gehoopt – hoewel het natuurlijk wél leuk was dat hij in een ligbad vol spaghetti bolognese gaat zitten. Moeder wil van hem af, maar hoe jaag je een draak weg? Juist, met een hond.

Ik wil een hond (The Best Pet of All, 2004) van de Amerikaanse auteur David LaRochelle is met name een geestig boek dankzij de mooie nostalgische illustraties van Hanako Wakiyama, geboren in Tokyo maar al decennia woonachtig in Californië. Haar tekeningen tonen in ouderwetse kleuren een jaren-vijftiginterieur met een Amerikaanse diner, een zachtgeel televisietoestel met antennesprieten en een moeder achter een strijkplank.

Nee, dan is de moeder in Pissebed Fred van Imme Dros (tekst) en Harrie Geelen (tekeningen) wat meer van deze tijd. Alle kinderen in zijn klas hebben een huisdier, behalve Bas. Hij wil er ook een, maakt niet uit wat voor een. Maar zijn moeder is ferm. ‘Een huisdier is niks voor Bas, zegt mama.’ Tijdens een logeerpartij bij oma in Baarn vindt Bas een pissebed onder een steen en adopteert deze geleedpotige die lekker áltijd in zijn bed plast. ‘Bas vindt de pissebed prachtig. Het is net een ridder met een harnas. En de steen is zijn ridderkasteel. [...] Nu heb ik een huisdier, zegt hij. En ik noem hem Fred.’ Liggend op zijn buik vertelt hij Fred over school, de straat, de wereld. ‘Je kunt een pissebed alles vertellen.’

Geelen en Dros hebben met Pissebed Fred opnieuw een fijn en mooi verzorgd boek geschreven, bij uitstek geschikt voor kleuters die om een huisdier jengelen. Neem eerst maar eens een pissebed.