Dit is geen interview meer, maar een ontmoeting

Joost Zwagerman (samenstelling): De ontdekking van de literatuur. The Paris Review interviews. De Bezige Bij, 540 blz. € 25, –

Joost Zwagerman (samenstelling): De ontdekking van de literatuur. The Paris Review interviews. De Bezige Bij, 540 blz. € 25, –

Voor interviews las je Playboy, in de jaren zestig en zeventig. En o ja, ook The Paris Review, maar dat had geen half- geretoucheerde meisjes als garnering, en als je eerlijk was moest je toegeven dat de kwaliteit van de interviews er veel beter was dan in het mannenblad. Er was nog een ander verschil: Paris Review had alleen aandacht voor schrijvers. De gebundelde uitgaven van die interviews heetten dan ook Writers at Work, en het waren deeltjes om te koesteren. Ze bevatten interviews zoals je die wilde lezen, met autoriteit en doorwrochtheid geschreven door interviewers die het werk van de auteurs door en door kenden. Vakwerk, dat nu zeldzaam is geworden.

Het is dan ook een daad van moed en rechtvaardigheid dat Joost Zwagerman de kans kreeg twintig van die interviews te bundelen. Zwagerman noemt zelf in zijn inleiding behalve bovenvermelde argumenten nog andere redenen waarom deze interviews zo uniek waren; zo waren het nimmer ‘gotcha’ interviews zoals oprichter George Plimpton ze noemde, interviews waarbij het de interviewer erom ging de auteur de loef af te steken, op iets te betrappen.

De interviews zijn chronologisch gerangschikt, van Faulkner (1956) tot Joan Didion (2005). De keuze is prima, vooral omdat Zwagerman zich beperkt tot Amerikaanse auteurs, zodat het boek zich laat lezen als een compendium van die literatuur, een zeer representatieve doorsnee uit de afgelopen halve eeuw. Ook auteurs die nu nog maar weinig worden gelezen (als Mary McCarthy, William Burroughs en Henry Miller) kregen een plaats, terecht omdat ze in de tijd waarin ze schreven en werden geïnterviewd een belangrijke plaats in de Amerikaanse letteren innamen.

Iedere liefhebber zal hier zijn eigen hoogtepunten vinden; wat mij betreft zijn dat de hoogst eigenzinnige woorden van William Faulkner, evenzeer als de uiterst laconieke wijze waarop Burroughs over zijn verslaving en zijn destijds als scandaleus ervaren werkwijze praat. De ontmoeting (interview is hier een weinig toepasselijk woord) met Jack Kerouac is ook al uniek, want behalve hilarisch ook verhelderend (al zou men tegenwoordig zeggen dat de schrijver ‘tegen zichzelf in bescherming genomen had moeten worden’).

Onvergetelijk is het interview met de aanvankelijk wat onbenaderbare John Updike, die zo ver ging het hele interview naar zijn eigen idee te herscheppen tot een autobiografisch essay dat op zichzelf, al staat er de naam van de interviewer (Charles Thomas Samuels) onder, een hoogtepunt in zijn oeuvre is. Zelden heeft Updike zo scherp en goed zijn eigen motieven, herinneringen en ervaringen geformuleerd. Bijvoorbeeld over ‘het onherstelbare verdriet van het simpelweg leven, simpelweg doorgaan’.

Negeer de wat bombastische titel. Dit is een boek dat geen liefhebber van waar het in de Amerikaanse literatuur de laatste halve eeuw om ging mag missen.