Details

Michelangelo houwde ledematen uit steen waar je in zou willen knijpen, zo levensecht, maar de kapsels die hij zijn beelden gaf liggen als een slecht passende pruik op het hoofd. De pruiken zijn grof en de haarlokken net mosselschelpen. Niet de levensechte lichamen, niet hun verleidelijke poses, maar de losjes gestapelde mosselen maakten indruk op mij. Wanneer je de pruiken van dichtbij bekijkt is het net alsof de mosselvormen uit het hoofd ontsnapte gedachten zijn, boven op de schedel gestold.

Het water rond de voeten van Venus op het schilderij De geboorte van Venus is ook een detail dat, eenmaal opgemerkt, belangrijker lijkt te worden dan het hele schilderij. Het water rond de godin van de liefde kabbelt niet. De groene zee ligt er bij als een vlak zeil zonder diepte. Botticelli moet dit ook hebben gezien en met een fijn penseel legde hij een grit van witte hoofdletter V’s over het water. Het resultaat is geen diepte in de zee maar een wateroppervlak met een stroeve schubbenhuid. Rondom de schelp verliest het patroon zijn strenge ritme en worden de schubben vloeibaarder. De schubben worden schelpen, kleine versies van de grote schelp waar Venus op staat. Rondom de venusheuvel van de schelp komt al het water van de zee samen. Hoofdletters, schubben en schelpen verzamelen zich hier in een stijve, geschulpte kraag. De zee heeft zich om de voeten van Venus gevleid als een gewaad. Er steekt geen gezicht uit de kraag maar een goddelijk naakt lichaam.

Ik probeer nog wel naar de god van de wind, Zephyrus, te kijken, die eerder lijkt te fluiten dan dat hij wind voortbrengt, en Chloris, die om heen hangt en een deuntje meefluit. Ik zie het rozenbehang dat een bloemenregen moet suggereren, en ik zie een van de drie gratiën Venus aarzelend een purperen gewaad aanreiken. Zowel doden als pasgeborenen werden gehuld in zo’n doek. Het is alsof het meisje de godin niet sterfelijk wil maken door haar de doek te geven. Maar het zwaartepunt in deze voorstelling blijft de gesteven waterkraag rond de blote voeten van Venus.

In Strangeland van Tracey Emin was ik niet op zoek naar details. In dit boek zijn alle teksten die Emin in de loop der jaren heeft geschreven, verzameld. Sommige teksten waren voice-over in films, andere komen uit van tekeningen en installaties. Het zijn scherpzinnige, humoristische bekentenissen van een ‘fucked, crazy, anorexic-alcoholic-childless beautiful woman’, zoals Emin zichzelf noemt. Ze zou graag een opgeruimder leven leiden en houdt tegelijkertijd van het leven op de rand.

Ik was benieuwd naar Emins gedachten over het maken van kunst. Maar Emin vertelt voornamelijk en uitbundig over seks, drankorgies en dromen van moederschap. Slechts tweemaal refereert ze direct aan iets dat ze heeft gemaakt. Als meisje bouwt ze een huis van karton, met een sigarettenpakje als bed. En als volwassen kunstenaar maakt ze een comfortabele doodskist voor zichzelf. Het ranzige, beslapen bed dat Emin beroemd maakte indachtig is het moeilijk om geen verbanden te zien tussen de rustplekken die de kunstenaar zichzelf gunt. Ik doe mijn best om het hele oeuvre van Emin in ogenschouw te nemen, maar het beeld van de kunstenaar die levenloos tussen de sigaretten ligt, dringt zich op de voorgrond. Haar fijne haren smeulen.