De helden van Freek de Jonge

Bert Visscher, Kees Torn, Theo Maassen, Marc Marie Huijbregts, Daniël Lohues en Gert-Jan Mulder moeten, als het ooit zo ver zou komen, de kist van Freek de Jonge dragen. „Mijn helden”, noemde de cabaretnestor hen vorige week in het interviewprogramma 24 uur met... tegen Wilfried de Jong. Het was een verrassende keuze. De enige van wie we al wisten dat De Jonge hem een interessant talent vindt, is Theo Maassen. Al in 2004 onderstreepte De Jonge die mening door samen met Maassen, als een artistiek soort vader en zoon, de tv-eenakter De sterfscène te spelen.

De andere vijf kwamen onverwacht. Bert Visscher is een zotte theaterclown, wiens onbezorgde pretmakerij geen sporen van Freek de Jonge verraadt. Kees Torn is vooral een fijnschrijver die eerder aan Drs. P herinnert dan aan Freek. Marc Marie Huijbregts is een onweerstaanbaar amuseur, die laatst in De wereld draait door nog in botsing kwam met De Jonge, toen de grijze meester zich geringschattend uitliet over Huijbregts’ massale aanhang. Daniël Lohues maakt mooie liedjes, maar lijkt tijdens zijn optreden nauwelijks te merken dat er publiek aanwezig is. En achter de naam Gert-Jan Mulder gaat de rapper Brainpower schuil, die evenmin tot de reguliere cabaretsector wordt gerekend.

Maar dat is dan ook juist het bijzondere van Freek de Jonge. Altijd dwars, en wars van alles wat regulier is. Hij heeft zich weliswaar veel te vaak heeft laten verleiden tot kleinzielige hoon jegens jongere cabaretiers en opgeblazen uitspraken over het peil van het genre („het cabaret is dood”), maar in zijn eigen werk is hij een lichtend voorbeeld van creativiteit en originaliteit gebleven.

Al jaren geleden heeft De Jonge zichzelf losgemaakt uit de productiedwang die voortkomt uit het Nederlandse tourneesysteem, waarbij de theaterzalen minstens anderhalf jaar van te voren moeten worden vastgelegd. Met als gevolg dat er al een titel en een wervend tekstje voor de seizoensbrochure moeten zijn als er nog geen letter van het programma op papier staat. De Jonge wil pas een programma maken als hij een idee heeft. De meeste theaters zijn dan al volgeboekt. En zo kwam hij vorig najaar, met De laatste lach, terecht in het Compagnietheater in Amsterdam. Een superbe voorstelling, waarin de cabaretier zich voor de zoveelste keer vernieuwde. In een spannende combinatie van toneelmonoloog (sprekend tot een imaginaire tegenspeler) en cabaretconference (gericht op de zaal), op een thema dat hem danig bezighoudt: wat kan hij het publiek nog vertellen? Meer dan genoeg, zo bleek.

Na een aarzelend begin – want lang niet iedereen weet blindelings de weg naar de Kloveniersburgwal te vinden – liep de belangstelling zo hoog op, dat er alle aanleiding is voor een reprise. Vanaf volgende week, tot eind maart, staat de voorstelling opnieuw in het Compagnietheater.

Freek de Jonge was en is en blijft de man die van het cabaret kunst heeft gemaakt, zoals zijn jeugdige bewonderaar Jan-Jaap van der Wal heeft opgemerkt. Eigenlijk zou Van der Wal óók mee moeten helpen de kist te dragen.