Canada vergroot druk op Europese bondgenoten

De Canadese regering wil zich alleen sterk maken voor verlenging van de Canadese missie in het zuiden van Afghanistan als bondgenoten extra manschappen sturen.

De Canadese premier Stephen Harper heeft het lot van zijn kabinet direct verbonden aan verlenging van de Canadese missie in zuidelijk Afghanistan. Als het parlement in Ottawa niet akkoord gaat met een motie om de Canadese operatie voort te zetten met troepenversterking door bondgenoten, dan komt zijn twee jaar oude Conservatieve minderheidsregering ten val en volgen dit voorjaar verkiezingen.

Een parlementair debat over verlenging van de Canadese operatie ná februari 2009, wanneer het huidige mandaat afloopt, begint volgende week in het Lagerhuis. In Harpers vertrouwensmotie zal worden opgeroepen tot voortzetting van de Canadese aanwezigheid in zuidelijk Afghanistan met ten minste twee jaar, op voorwaarde dat andere NAVO-landen zeker duizend extra militairen sturen om te helpen bij de strijd tegen opstandelingen.

Een stemming in maart moet uitwijzen of het parlement, waar al geruime tijd een meerderheid lijkt te bestaan tegen verlenging, die opstelling steunt.

„Met die extra hulp zijn wij bereid verder te gaan met onze bondgenoten”, aldus premier Harper. „Als de NAVO ons geeft wat we nodig hebben, zien wij geen reden om de Afghaanse bevolking in de steek te laten.”

Canada is met ongeveer 2.500 militairen gelegerd in de provincie Kandahar, de bakermat van het voormalige Talibaan-regime, die grenst aan Uruzgan. Bij gevechten en aanslagen zijn 78 Canadese militairen omgekomen. Onder de bevolking is de missie omstreden.

Een onafhankelijke commissie, onder leiding van de voormalige Liberale vicepremier John Manley, concludeerde vorige maand dat Canada zijn kostbare operatie in Kandahar alleen moet voortzetten als bondgenoten met een wezenlijke troepenversterking over de brug komen. Komt die steun er niet, dan moet Canada aan de NAVO te kennen geven dat het in februari 2009 uit Kandahar vertrekt, aldus het advies.

Het advies is zó goed gevallen, dat Harper het bijna integraal heeft overgenomen – ook het deel waarin zijn eigen regering wordt gemaand harder te werken om hulp in te roepen van andere landen bij de gevechten in Kandahar.

Persoonlijke diplomatie van de Canadese premier bij andere regeringsleiders zou tussen nu en de NAVO-top van begin april in Boekarest moeten leiden tot toezeggingen voor de gewenste troepenversterking – wellicht van Franse of Poolse kant, zo wordt gehoopt.

Doel van de vertrouwensmotie is duidelijke binnenlandse steun voor de Canadese positie te krijgen die aan de bondgenoten kan worden voorgelegd. Het is echter onzeker of die steun er komt.

Van de drie oppositiepartijen in het Lagerhuis zijn de twee kleinere, het separatistische Bloc Québécois en de sociaal-democratische NDP, tegen verlenging van de missie in welke vorm dan ook. Alleen de grootste oppositiepartij, de gematigde Liberalen, onder wier bewind de Canadese operatie in Kandahar begon, zou Harper aan een meerderheid kunnen helpen.

Probleem is dat de leider van de Liberalen, Stéphane Dion, al maandenlang zegt dat Canada actief kan blijven in Afghanistan na februari 2009, míts het doel van de missie verschuift naar hulp en wederopbouw, in plaats van gevechten met Talibaan-strijders.

Ook na het rapport-Manley houdt Dion vast aan dit standpunt, aangevuld met training van Afghaanse militairen en politie door de Canadezen. Sleutelwoord in de discussie is combat: „De ‘combat mission’ in Kandahar moet in februari 2009 ten einde komen”, aldus Dion.

De beperkte manoeuvreerruimte om tot een compromis te komen zit hem dan ook in de vraag wat precies wordt verstaan onder ‘combat’: actieve confrontatie van de vijand, of ook zelfverdediging?

„In Kandahar ontkom je niet aan combat”, zo heeft de hoogste militair van Canada, generaal Rick Hillier, al bot gezegd. En commissie-voorzitter Manley, een prominent partijgenoot van Dion, waarschuwde bijna schertsend dat training van Afghaanse militairen in het veld gebeurt, bij de bestrijding van de opstandelingen in de praktijk. „We hebben daar geen militaire academie.”

Niettemin is het denkbaar dat een politiek compromis wordt gevonden over verschuiving van de nadruk van de missiedoelstelling naar training van Afghanen, en geleidelijke overdracht van gevechten naar een andere bondgenoot – aangenomen dat die wordt gevonden. Ook is het mogelijk dat Dion ervan afziet partijdiscipline op te leggen bij de stemming in maart, zodat sommige Liberalen met de regering kunnen meestemmen.

Rest de vraag wie Canada te hulp komt. In navolging van het advies van de commissie streeft de regering naar versterking door één duidelijke partner, en niet een bij elkaar gesprokkelde groep militairen uit verschillende landen, zoals vorig jaar werd gevormd in reactie op Nederlandse verzoeken.

„De Nederlanders waren aardig in staat een combinatie bij elkaar te verzamelen”, aldus minister van Defensie, Peter MacKay. Toch wil hij die kant niet op.

Frankrijk en Polen worden het meest genoemd als serieuze kandidaten. Diplomatieke pogingen tot overreding richten zich daarbij overigens op de zin van de missie en beloften van eer en voldoening op het wereldtoneel. Publiekelijke vernedering van landen die minder risico’s nemen, zoals Canada lang heeft gedaan, lijkt te zijn afgezworen als strategie.