Boos bukken

Mijn eerste toneelvoorstelling zag ik toen ik vijftien was. Ik herinner me er weinig van, behalve hoe aangedaan ik was, toen het zaallicht aanging en de spelers applaus kwamen halen. De bezwete gezichten van die grote mensen, die de hele avond voor mij hadden staan spelen.

Inmiddels heb ik flink wat stukken gezien en weet ik dat Het Applaus niet altijd prettig is om naar te kijken.

Naar om te zien is bijvoorbeeld de té grote groep acteurs, die allemaal tegelijk op één lange rij komen bukken. Voor de laatkomers is geen plaats meer, wat genant geduw en ge-elleboog in de gelederen oplevert. Uiteindelijk staat de hoofdrolspeler meestal half in de coulissen te buigen.

Ook tenenkrommend: spelers die tijdens het applaus door blijven spelen. De actrice die afwezig bukt („Waar ben ik?”), verbaasd de zaal in blikt („U allen hier en u klapt voor mij?”) en openbreekt („Het is een wonder.”). De echte pro legt vervolgens een hand op de hartstreek en laat iets glinsteren in één ooghoek.

Vorig weekend zag ik in Parijs Isabelle Huppert spelen in het nieuwste toneelstuk van Yasmina Reza. Het stuk had als ondertitel Een Beschaafde Komedie, maar de eindmonoloog van Huppert had ontegenzeggelijk iets treurigs. Dat vond ze zelf kennelijk ook, want tijdens het applaus keek ze als een lijdend voorwerp de zaal in.

Boos of ontevreden bukken: het is geen gezicht. Al is de woede van de acteur die de hele avond op heeft moeten boksen tegen een krakende zak zuurtjes en een jengelende mobiele telefoon (die ook nog glashard werd opgenomen: „Nee, joh man, ik kan niet praten man, ik zit bij het toneel weetjewel.”), na te voelen.

En hoe te reageren op de pubers op rij één, die bij het applaus hun handen stukklappen, terwijl ze de godganse avond alleen maar met veel spuug en tong hebben zitten zoenen? En vervolgens, met allebei een seizoensfolder over de schoot, iets ondubbelzinnigs begonnen uit te spoken in elkaars kruis?

Morgen, op school, als hun dramadocent vraagt hoe het was, zullen ze waarschijnlijk in alle eerlijkheid antwoorden: „We hadden echt een te gekke avond.”

Roos Ouwehand