Beleefd overleg over taaie strijd

Gisteren en vandaag praten de NAVO-lidstaten in Vilnius.

De Afghaanse missie verloopt moeizaam. De VS, Canada en Nederland willen „spreiding van de risico’s”.

Amerikaanse militairen wenden zich af als een helikopter opstijgt in oost-Afghanistan. Foto Reuters U.S. soldiers turn away as a U.S. Black Hawk helicopter takes off from a U.S. base in the Jaji district of the southeastern Paktia province, near the Afghan-Pakistan border January 27, 2008. REUTERS/Ahmad Masood (AFGHANISTAN) REUTERS

Bij de NAVO is iedereen elkaars vriend, zei de Spaanse minister van Defensie. We doen alles samen, zei de Duitse minister van Defensie. Waren er ‘grote spanningen’ bij de NAVO, omdat de Amerikaanse defensieminister had laten weten dat er lidstaten zijn – Duitsland bijvoorbeeld – die hun troepen niet naar de gevaarlijke gebieden in Afghanistan willen sturen? Welnee, zei de Nederlandse minister van Defensie Eimert van Middelkoop (ChristenUnie). „Grote spanningen kunnen we ons niet permitteren. We hebben een taak te doen.”

De ‘taak’ is de NAVO-missie in Afghanistan. De nadrukkelijke uitingen van vriendschap werden gedaan na afloop van de eerste dag van een NAVO-bijeenkomst in Vilnius, Litouwen. Tijdens de besprekingen had Van Middelkoop zijn collega’s al horen zeggen dat de solidariteit benadrukt zou moeten worden – en zo gebeurde het.

Het was gisteren voor het eerst dat de defensieministers van de NAVO-lidstaten bij elkaar kwamen nadat hun Amerikaanse collega Robert Gates in een interview had gezegd dat NAVO-landen een verkeerde strategie gebruiken in hun strijd tegen de Talibaan. De militairen, zei Gates, hadden niet goed geleerd hoe ze guerrilla moesten bestrijden.

Dat was half januari. Collega’s van Gates waren kwaad. In Vilnius ging het er gisteren nauwelijks nog over, omdat de Amerikaanse minister van Defensie met nieuwe kritiek was gekomen op de NAVO-bondgenoten. Gates vindt dat de risico’s van de militaire missie in Afghanistan niet eerlijk worden verdeeld. De Duitsers zitten bijvoorbeeld in het noorden van Afghanistan, waar het relatief rustig is, maar ze doen niets in het zuiden, waar vaak zwaar gevochten wordt.

Gates schreef brieven naar collega’s waarin hij hun vroeg méér te doen voor de missie, en om „creatief” te zijn – als hun parlementen militair optreden in gevaarlijke gebieden niet steunden, zouden ze kunnen overwegen om bijvoorbeeld helikopters uit te lenen aan troepen in het zuiden, of om de beveiliging van andere troepen over te nemen, waardoor die meer militairen overhouden om te vechten.

Gates zei daarna ook nog dat er een bondgenootschap van „twee verdiepingen” zou kunnen ontstaan, waarbij sommige lidstaten bereid waren om te vechten en verliezen te lijden, en andere niet.

Vooral de Duitsers reageerden geïrriteerd en boos. Hoe kwam Gates erbij dat hun inspanningen in het noorden minder belangrijk zouden zijn? De secretaris generaal van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer, nam het voor hen op. De Duitse troepen, zei hij, deden belangrijk werk in Afghanistan. En er was maar één alliantie.

De uitspraken van Gates en de boze reacties hebben allemaal te maken met de missie in Afghanistan zelf. Daar gaat het niet goed mee (zie kader). Volgens NAVO-diplomaten verklaart dat voor een deel de ergernis van de Amerikanen over de Europese lidstaten. Amerikaanse militairen zijn eraan gewend zelf ook geld en mensen te hebben voor de wederopbouw. Dat hoort bij de strategie van terrorismebestrijding: als de lokale bevolking er geen belang meer bij heeft de vijand bescherming te bieden, verliest die vijand terrein.

In Afghanistan zijn de NAVO-militairen voor veel projecten afhankelijk van civiele hulpverleners – waarbij goede coördinatie vaak ontbreekt.

In Vilnius praatten de defensieministers daar gisteren lang over. Het was de bedoeling dat de Brit Paddy Ashdown als VN-gezant in Afghanistan belangrijke coördinerende taken zou krijgen. Hij zag van zijn benoeming af, toen bleek dat de Afghaanse regering bezwaren had tegen zijn kandidatuur. Die wilde niet dat Ashdown te veel macht zou krijgen.

„Er moet een vervanger voor Ashdown worden gezocht”, zei defensieminister Van Middelkoop gisteren na de eerste vergaderdag in Vilnius.

Van Middelkoop zei ook dat hij, net als zijn Amerikaanse collega Gates, tijdens de bijeenkomst had gevraagd om „spreiding van de risico’s”. „Sommige landen dragen zwaardere lasten dan andere, dus heb ik die landen gevraagd ook bij te dragen in gebieden waar gevochten wordt.” Nog dringender was het verzoek geweest van . Canada, dat net als Nederland troepen heeft in het zuiden van Afghanistan. Het dreigt die na 2009 terug te trekken als er geen versterking komt van zo’n duizend man.

Volgens Van Middelkoop was Gates met zijn kritiek te „robuust” geweest. „Iedereen realiseert zich dat zulk optreden niet vruchtbaar is.” Maar de studies dan? Daar stond bijvoorbeeld: „De NAVO is niet aan het winnen in Afghanistan.” Van Middelkoop zei dat hij winnen of verliezen „armoedig taalgebruik” vond. „We hebben ons natuurlijk wel gerealiseerd dat de tegenstand van de Talibaan taaier is dan we eerder dachten.”

Gates zei gisteren dat zijn woorden „enorm opgeblazen” waren. De brieven aan zijn collega’s waren zakelijk geweest. „En ook nog beleefd.”