Baas Schiphol: bomincident was doodzonde

Het is „een ernstige fout, een doodzonde” dat een journalist gebruik kon maken van het Schipholpasje van een ander en zodoende een nepbom in een vliegtuig kon plaatsen.

Dat heeft Schipholdirecteur Gerlach Cerfontaine vanochtend gezegd op een persconferentie. Eerder deze week maakte SBS-journalist Alberto Stegeman bekend dat hij aanstaande zondag in zijn programma Undercover in Nederland zal laten zien hoe hij een nepbom in een vliegtuig naar Egypte heeft kunnen plaatsen.

Cerfontaine meldde dat alle personeelsdoorgangen vanaf 1 juli van dit jaar voorzien zullen zijn van biometrische identificatie. Van alle medewerkers van de luchthaven is in de afgelopen jaren een irisscan gemaakt. Vanaf 1 juli bestaat er geen verschil meer tussen de controle op passagiers en op medewerkers, aldus Cerfontaine. De medewerkers worden dan niet langer steekproefsgewijs, maar net als de passagiers altijd gecontroleerd. De luchthaven zou tot deze werkwijze zijn verplicht door Europese wetgeving.

De Schipholdirecteur maakt zich zorgen over de positie van uitzendkrachten. „Zij zijn minder loyaal en hebben minder feeling met het bedrijf. Dan ontstaan er gemakkelijker incidenten.” Volgens Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Tjibbe Joustra geschiedt de screening van Schipholmedewerkers „formeel door inlichtingendienst AIVD, maar in de praktijk door de Koninklijke Marechaussee”.

SBS-journalist Stegeman kon de nepbom plaatsen door gebruik te maken van het Schipholpasje van een collega die ten behoeve van het programma in dienst was getreden bij de luchthaven. De beveiligers letten niet op de pasfoto op het pasje. Stegeman was niet welkom op de persconferentie van vanochtend. Cerfontaine had „geen zin om met hem te stoeien”.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) noemde de tekortkomingen in de beveiliging eerder deze week „onaanvaardbaar”. De Koninklijke Marechaussee stelt een onderzoek in.