Alles weten en niets begrijpen

De Israëlische grootmeester A.B.

Yehoshua kreeg het verwijt dat zijn nieuwe roman neokoloniaal zou zijn. Die kritiek is niet terecht, al lijkt de schrijver nu vooral activist te willen zijn.

A.B. Yehoshua: De bevrijdende bruid. Vertaald uit het Hebreeuws door Kees Meiling. Wereldbibliotheek, 541 blz. € 29,50

Na de totstandkoming van de Oslo-akkoorden in 1993 werd het sinds lange tijd weer mogelijk om zonder veel problemen de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever over te steken. In De bevrijdende bruid heeft de Israëlische schrijver A.B. Yehoshua (1936) zich door de daaropvolgende jaren van ontspanning laten inspireren. Hij begon aan de roman in 1998, maar toen die in 2001 verscheen, heerste er inmiddels een groot wantrouwen tussen Israëli’s en Palestijnen. Omdat het boek zich nu eenmaal in 1997 afspeelt, heeft Yehoshua de optimistische toon toch grotendeels gehandhaafd.

De bevrijdende bruid is een boek geworden waarin voortdurend grenzen worden overschreden, en niet alleen de geografische grenzen tussen Israël en de ‘Palestijnse Autonomie’. Ook persoonlijke grenzen worden doorbroken, mensen bemoeien zich met elkaar, dringen elkaars leefwereld of zelfs elkaars geest binnen. Dit heeft een ambitieus en gecompliceerd boek opgeleverd. Dat is op zichzelf niet zo bijzonder. A.B. Yehoshua is een ambitieuze schrijver, die vaak kiest voor ingewikkelde verhaalstructuren en perspectiefwisselingen. Daarbij heeft hij de touwtjes stevig in handen en weet hij de elementen van zijn rijkgeschakeerde plots tot een betekenisvolle eenheid te smeden. Vergeleken daarmee is de structuur van De bevrijdende bruid eenvoudig. Het perspectief ligt – met enkele uitzonderingen – bij de hoofdpersoon, Jochanan Rivlin, hoogleraar oriëntalistiek aan de universiteit van Haifa. De complexiteit van dit boek zit hem vooral in de inhoud.

Zorgen

Rivlin is een typisch Yehoshua-personage: opvliegend, overtuigd van zijn eigen gelijk en een beetje naïef. Bij zijn omgeving, en ook bij de lezer, wekt hij een mengeling van respect, vertedering en irritatie. Rivlin, ogenschijnlijk een geslaagd man met weinig zorgen, wordt gekweld door twee grote problemen. Het eerste probleem is beroepsmatig: hij moet een artikel schrijven voor het jubileumboek van zijn leermeester, over de onafhankelijkheidsstrijd van de Algerijnen tegen de Fransen tussen de jaren dertig en zestig. Het artikel wil niet vlotten, doordat hij er niet in slaagt de Arabische ziel te doorgronden, maar ook doordat zijn geest in beslag wordt genomen door een persoonlijk probleem: de scheiding van zijn oudste zoon Ofer. Na een ogenschijnlijk gelukkig huwelijk van een jaar zijn Ofer en diens vrouw vijf jaar geleden van de ene op de andere dag gescheiden, en geen van beiden willen ze zeggen waarom.

Rivlin kan het verdriet van zijn zoon niet aanzien en is vastbesloten erachter te komen wat er gebeurd is. Tegen de zin van zijn zoon en van zijn vrouw zoekt hij weer contact met de familie van zijn ex-schoondochter. Hierbij doorbreekt hij voortdurend grenzen: hij respecteert de privacy van zijn zoon niet, hij dringt zich op aan de schoonfamilie, hij luistert niet naar zijn vrouw. Als historicus meent hij dat alles weten alles begrijpen is, maar zijn zoektochten brengen hem geen stap verder. Terwijl de lezer het geheim halverwege het boek te horen krijgt, komt Rivlin er nooit achter.

Rivlins beide problemen raken aan een derde verhaallijn in het boek: de lotgevallen van de Arabische studente Samaher en haar familie. Samahers huwelijk aan het begin van het boek confronteert Rivlin met de pijnlijke herinnering aan de schitterende bruiloft van zijn zoon. Kort na haar huwelijk wordt ze ziek, en misschien zwanger. Haar moeder, ooit zelf een studente van Rivlin, vindt dat Samaher ondanks haar ziekte ‘voor de eer’ moet afstuderen en oefent druk uit op Rivlin. Uiteindelijk laat hij haar een aantal documenten vertalen uit de nalatenschap van een briljante jonge onderzoeker die bij een zelfmoordaanslag is omgekomen. Het zijn Algerijnse krantenartikelen uit de jaren veertig, die Rivlin wellicht kunnen inspireren bij het schrijven van zijn artikel. Er zijn vreemde parabels bij, die integraal zijn opgenomen in het boek. Samaher is enthousiast, maar Rivlin probeert er vergeefs een moraal uit te halen die het gedrag van de Algerijnen kan verklaren.

Rivlin komt via Samaher ook met echte Arabieren in aanraking als hij haar thuis in Galilea opzoekt. Hij doet erg zijn best om zijn respect te tonen aan haar uitgebreide familie, die hem op haar beurt met alle egards behandelt. Hij wil bijvoorbeeld niet eten omdat het ramadan is, maar de reactie is lacherig: hij is toch geen moslim? Hij spreekt ook hardnekkig Arabisch met mensen die zelf vloeiend Hebreeuws spreken. Hier leidt zijn kennis dus al evenmin tot begrip. Ondanks zijn goede bedoelingen blijven de Arabieren hem vreemd.

Neokolonialisme

Het heeft Yehoshua in Israëlische recensies het verwijt van ‘neokolonialisme’ opgeleverd, maar daarmee doen de critici hem onrecht. De relatie tussen joodse en Arabische Israëli's hééft vaak neokoloniale trekken en Yehoshua heeft een geslaagde poging gedaan om die moeizame verhouding te beschrijven zonder in beschuldigingen te vervallen.

Yehoshua ruimt ook een grote plaats in voor het wetenschappelijk discours. Zo bezoekt Rivlin symposia waar gediscussieerd wordt over de opvattingen van de Palestijnse hoogleraar Edward Said. Deze discussie is voornamelijk interessant omdat de daarin verkondigde opvattingen bepaalde personages in het boek karakteriseren. Maar daarvoor zou een enkele alinea volstaan. Yehoshua daarentegen lijkt zijn lezers er serieus van te willen overtuigen dat Said ernaast zit. Zo komt hij op de proppen met lezingen die het niet slecht zouden doen in een essaybundel, maar die aan de plot niets bijdragen. Hetzelfde geldt voor een hele reeks middeleeuwse Arabische gedichten die, in origineel en vertaling, in het boek zijn opgenomen. Ze maken onderdeel uit van een op zichzelf mooi portret van de vrouw van Rivlins leermeester, een talentvol vertaalster, die haar leven in dienst gesteld heeft van haar man. Maar ook daar ontneemt Yehoshua’s vertoon van eruditie het zicht op de samenhang in het boek.

De verhaallijnen komen bij elkaar in een bezoek van Rivlin en zijn vrouw aan een cultureel festival in Ramallah, opgezet ter verbroedering van joden en Arabieren, waar ook de ‘bevrijdende bruid’ uit de titel optreedt.

Het slotdeel brengt een onverwachte onthulling. Daar schuift Yehoshua de verteltheoretische conventies wel heel rigoureus terzijde door plompverloren te veranderen in een alwetende verteller en veel te veel uit te leggen. De spanning die opgeroepen is doordat de lezer meer wist dan de hoofdpersoon, wordt op deze manier effectief doodgeslagen, en de lezer blijft achter met het gevoel dat dit een boek is van de literatuurwetenschapper en de politiek activist Yehoshua, terwijl de fenomenale schrijver Yehoshua, die alle symbolen en motieven tot een betekenisvol geheel zou kunnen maken, het laat afweten.